Reisverslag |
Bestemming: India,
Reisbeschrijving: 3 weekse rondreis door Indië
Deelnemers: Karin en Harro
Start datum: 2007-02-28
Eind datum: 2007-03-17
Het holi-festival wordt door heel India gevierd en is 1 van de twee belangrijkste hindoestaande feesten. Het markeert het begint van de lente en de de overwinning van goddelijke macht over demonische krachten. Het betekent ook een reiniging van de ziel.
Het festival duurt meerdere dagen en op de laatste dag bestrooien mannen en kinderen (Indiase vrouwen lopen ongestoord door de masse heen) elkaar met kleurig poeder, soms onder het uitspreken van een zegening.
Buitenlanders zijn dankbare slachtoffers: neem voor Holi oude kleren mee (vooral je shirt, omdat je gezicht, hoofd en schouders worden bestrooid) en "go with the flow"! Pas wel op: Indiase mannen zien het soms als een handig moment om buitenlandse vrouwen te betasten. Wees vriendelijk maar resoluut en houd, als je er 1 bij de hand hebt, een vertrouwde man naast je.
Paranoide zijn hoeft echter niet: holi is ook kleine kindjes die je met een glimlach "happy holi" wensen en een beetje blauw poeder op je gezicht smeren. En dan vragen of ze op de foto mogen zodat ze zichzelf in het schermpje kunnen bekijken. Mooi toch?
Na 's avonds heerlijk gegeten te hebben bij een Chinees-Indisch restaurant duiken we vroeg ons mandje in om een nacht met erg weinig slaap goed te maken. Hoewel het erg rumoerig is slapen we toch uitstekend. De volgende ochtend hebben we een heerlijk warme douche en zitten we om kwart over 7 aan het ontbijt. Het is zonnig, maar niet al te warm: prima dus!
Daar blijkt dat we het eerste "slachtoffer" hebben: een van de meiden heeft duidelijk iets verkeerds binnen gekregen en voelt zich beroerd. Wij voelen ons gelukkig prima en om 8 uur zitten we in de bus voor een lange reisdag. We hebben al snel het gevoel in een bijzondere documentaire terecht te zijn gekomen. In en om Delhi staat file: alles rijdt en loopt door elkaar. We zien de meest bizarre taferelen: bussen die propvol zitten en waar nog 30 man op zitten en aan hangen. Kleine riksja's die tot aan de nok toe gevuld zijn en rijdende vrachtwagens waar op de laadklep stellen zitten te picknicken. Na een uurtje kruipen rijden we de snelweg af. De chauffeur wijst: om de hoek is een hindoe-tempel met een ENORM beeld, in de open lucht. De schoenen moeten uit van de besnorde man met olifantengeweer maar hij lacht er vriendelijk bij. Uit de speakers klinkt snerpende maar vrolijke muziek en we zijn eigenlijk best onder de indruk. Zo in het zonnetje, muziek erbij en dat reusachtige stille beeld...
Als we uitgekeken zijn duiken we het drukke constant toeterende verkeer weer in. Langzaam aan wordt de weg rustiger en de omgeving rustiger en exotischer. We rijden door kleurige, drukke dorpjes, waar iedereen net zo naar ons kijkt als wij naar hen. De vrouwen vallen van verre op, door hun kleurige sari's en overal zijn zwaaiende, lachende mensen. Onderweg zien we dromedarissen die hier niet als last-, maar als trekdier worden gebruikt: ze trekken (soms versierd met kleurige strikken en linten) enorme karren beladen met zand of stenen voort. Elk dorpje lijkt zijn eigen specialiteit te hebben: leisteen, marmer... Overal zijn ook steenovens: de rokende schoorstenen steken uit het verrassend groene landschap omhoog. Noord India is agrarisch gebied en dat is te zien. Koffiestop en lunch (niet bijzonder, wel met schone toiletten) gaan voorbij en we trekken steeds dieper Shekhawati (de regio in het noordwesten van Rajasthan) in. Een grote bijzondere film trekt aan ons voorbij.
De aankomst in Mukkanhar fort is laat, luidruchtig en kleurig. De setting is werkelijk fantastisch. Een origineel uit het einde van de 19e eeuw stammend fort is omgebouwd tot hotel en we worden begroet met tromgeroffel, trompetgeschal, een bloemenkrans en een tika (stip op je voorhoofd, voor geluk en voorspoed). Het fort blijkt behoorlijk groot, een tikkie vervallen, maar ontzettend charmant, zeker in het licht van de late middag. De kamers lijken uit steen gehakt en met de kleurige, beschilderde muren zijn het plaatjes. Iedereen loopt opgewonden door elkaar. We vragen ons af: zouden we ook op de toren kunnen komen. De manager daagt ons uit: als we als eerste boven zijn, wacht ons een cadeautje. Ook zonder cadeautje is de klim de moeite waard: we kijken uit over de verre omgeving. Het fort blijkt het hoogste gebouw in de verre omtrekt en de manager die achter ons aan is geklommen vertelt over de omgeving. Over hoe iedereen hier wegtrekt, over hoe rustig het leven hier is en hoe traditioneel. Dat ze geen behoefte hebben aan onze laptops, mobieltjes en "westers uniform" (onze outdoor-kleding). " We have no dreams of growing wings: we work 5 hours a day and we've got all we need". En dat zonder neerbuigend te zijn. We voelen ons klein.
Het prijsje komt er ook: Karin mag een kettinkje uitzoeken. Na een koffiepauze op het terras, in de ondergaande zon, wordt het diner in de tuin geserveerd. Begeleid door muziek, dans en een poppenspel, eten we verrukkelijk, met een kampvuur op de achtergrond. Terug in de kamer drinken we een whiskeytje, om weer warm te worden. Wat een dag...
Het is een ontzettend kabaal 's nachts: tromgeroffel, muziek (jazz?), klokgelui, zingende mensen... We slapen erg onrustig en moeten er vroeg weer uit, want om half 8 begint de dromedaris-safari. Bijna iedereen verschijnt aan het ontbijt in gisteren gekochte (en deels op maat gemaakte) witte kleding of oude zelf meegebrachte shirts en broeken. We lopen over de heilige brug (schoenen in de hand) naar de drommi's. Karin laat - als degene met de meeste ervaring van de groep - zien hoe je heel bovenkomt en op 1 na gaat daarna iedereen mee.
We deinen in een lange rij langs de huisjes in de buitenwijken van Pushkar. Overal komen we kindjes tegen met waterpistooltjes met gekleurd water. Een paar schieten ook; lachend laten we het over ons heenkomen. Happy Holi! We werpen lange schaduwen op het bebouwde land en zien hutjes met koeien ervoor en vrouwen gekleed in kleurige sari's die hard aan het werk zijn. Na anderhalf uur houden we - aan een meertje pauze: Karin's drommi is traag en komt als laatste binnen. Bijnaam: no-fast, omdat dat bijna de enige woorden engels zijn die de menner beheerst.
Terug deinen we door een dorpje en zien nu ook volwassen mannen elkaar met poeder (droog of gemengd met water) besmeren. Als we terug zijn bij het beginpunt krijgen we de volle laag: Karin ziet al snel alle kleuren van de regenboog. Blauw, roze, geel, groen, paars, bruin: happy holi en een paar vegen op je wang of een stip op je voorhoofd. De mannen die met de kleurtjes in de weer zijn willen ons op de foto en dat is prima. We houden ze verder op afstand, want het lijkt voor de heren een mooie gelegenheid om een beetje handtasteljik te worden.
Na een korte stop in het hotel en daarna een rustig drankje op het terras van Sun-Set cafe, met uitzicht op het heilige meer, gaan we de stad in. Tassen laten we op 1 na in het hotel. Onderweg komen we opgeschoten jongens tegen die ons onder het gekleurde poeder smeren en schattige kleine kindjes, die het ook proberen. Voor hen vouwen we ons graag met ons neus op onze knieen zodat ze erbij kunnen: ze zijn om op te vreten. Bij het centrale pleintje aangekomen vallen we stil. Dit staat zover van ons vandaan, dat we alleen maar verbijsterd kunnen toekijken. In een kruising tussen carnaval en een extacy party staan er wel 100 mannen te hossen op een opzwepende drumbeat. Wolken poeder vliegen in het rond en flessen en emmers met gekleurd water worden over iedereen uitgegooid. Geen mannenshirt is veilig: van elke man die in de buurt komt wordt het shirt afgerukt, dat vervolgens over een telefoonlijn eindigt. Met kleine opstootjes worden de ergste oproerkraaiers uit de groep gewerkt en verder lijkt bijna iedereen in een heftige trance. We mengen ons niet in dit geweld: vanaf de zijlijn, vlak bij een aantal agenten kijken we toe. We schieten een paar plaatjes, maar eigenlijk zijn we er na 10 minuten over uit: dit is duidelijk niets ons feestje.
Terug naar het Sun-Set cafe dan maar, waar we laat lunchen (belaagd door apen overigens: die zitten zelfs midden in de steden op dakgoten en in bomen en gappen het eten uit je handen als je niets uitkijkt!). Langzaam druppelen meer groepsleden binnen. Sommigen zijn bijna niet herkenbaar: volkomen paars, blauw, groen gekleurd (en dan bedoelen we VOLKOMEN!) en geen witte draad meer aan hun lijf. Na 2 uur verhalen uitwisselen gaan we ons opfrissen. We staan elk een half uur onder de douche en Karin - die voor de gelegenheid expres een wit shirt had aangetrokken - neemt haar shirt in een plastic tas mee naar Nederland. We boenen en schrobben, maar zelfs dan zien we hier en daar nog een beetje roze. Een groepsgenoot heeft echt de pee in: haar prachtige blonde haar is knalblauw: helaas wordt er niet alleen met poeder, maar blijkbaar ook met echte verf gegooid...
In de tuin, koel onder de palmen, drinken we thee en daarna kijken we nog een uur over het vredige meer uit. Dat is overigens een heilig meer, omdat hier Brahma ooit een lotusbloem liet vallen. Verschillende ghats, trappen, lopen naar het water en daarop zitten honderden pelgrims zich te wassen, tussen de koeien en de duiven. Het is, in het lekkere zonnetje, een vredig gezicht.
Na een siesta eten we bij restaurant Moon Dance: een geweldig restaurant, vlak om de hoek en open. Het is inmiddels uitgestorven op straat. De massa heeft zich blijkbaar stukgehost en is naar huis. We kijken uit naar een stille nacht... Incredible India zegt de reclame en we hebben weer een reden gevonden voor deze kreet.
Het was rustiger vannacht. We genieten ervan en slapen uit tot half 9. Na een ontbijt in de tuin pakken we de tassen in. Pushkar Palace is een raar hotel. We schreven toch dat we eerst naar een ander hotel moesten en toen toch weer terug? Gedurende ons verblijf werd de reden voor deze rare ommezwaai langzaam duidelijk: het hotel heeft problemen met de regering. Veel pelgrims vinden een hotel met toeristen aan de rand van een heilig meer maar niets en daarom moest het hotel dicht. Door Holi was elk hotel te vol geboekt en daarom zaten we "illegaal" toch in het hotel. Dat leverde vreemde taferelen op: kamers die niet werden schoon gemaakt, ramen die waren afgeplakt (voor een niet-bestaande muggen plaag en waarschijnlijk om licht binnen te houden) etc. Het was best ok, maar een beetje raar is het wel!
Als we naar de bus lopen zijn we weer echt in India: we komen een lijkstoet tegen, waarbij de overledene in lappen gewikkeld op een houten draagbaar door de straten wordt gedragen. Stil stapen we de bus in: op weg naar Ajmer.
Ajmer is in 1 woord chaos en vooral bekend om het belangrijkste Sufi-heiligdom in het land. Deze godsdienst - een kruising tussen het Hindoeisme en de Islam - lijkt ons vooral vrolijk en kleurrijk. De wijze die zorgde voor de opkomst van deze overtuiging (en stierf op de plaats waar nu de tempel staat) predikte broederschap tussen beide geloofsovertuigeing: naar zijn mening waren beide overtuigingen een pad naar hetzelfde doel. Als we ons (zonder schoenen en met bedekt hoofd) door de menigte hebben heengeworsteld zien we op de groen-witte binnenplaatsen van de tempel eindeloos veel verschillende mensen die op verschillende manieren hun vroomheid tonen. Maar ze zijn vooral vrolijk: blij om hier op deze voor hun belangrijke plek te zijn. We worden aangesproken door allerlei mensen en als we stilstaan worden er kinderen naast ons gezet en wordt er snel een foto genomen. We moeten erg lachen om deze "omgekeerde" vorm van toerisme en laten alles over ons heenkomen. We mogen het heiligdom niet in, maar er is genoeg te zien en beleven.
Buiten gekomen "vechten" we ons een weg naar onze schoenen en lopen daarna, omringd door soms erg hardnekkige bedelaars, naar de koetsjes terug waarmee we het dorp ingekomen zijn. Bij de bus blijken we 2 dames te missen, dus Cees en Harro gaan op zoek. Gelukkig zijn de dames snel weer gevonden. We kunnen weer verder!
De weg naar Jaipur is niet spannend, dus we geven maar even toe aan onze slaperigheid. In Jaipur blijken we te slapen in hotel: Bissau Palace. Als voormalig paleis heeft het tuinen, een bieb, een bar, een prachtig beschilderde lobby en eetzaal en tot Harro's grote vreugde een oude Willy's jeep voor de deur. Hoewel sommige kamers wat klein zijn, zijn we dik tevreden met dit schitterende hotel: een oase van rustig een druk en chaotisch Jaipur. We strijken neer in de tuin, waar we tussen de pauwen en een verdwaald ijsvogeltje, lekker een drankje doen en levensverhalen uitwisselen met de groepsgenoten.
's Avonds vertrekken we met motor-riksja naar restaurant Hani, waar we zalige kip tandoori eten (tikka: kleine stukjes, zonder botjes). Na het eten maken de riksja-chauffeurs er een race van die onze haren te berge doen rijzen: ze scheuren nog harder dan normaal over de weg. Kreten als "ik ben goedkoper dan de Hema" die op de riksja staan geschilderd verraden dat andere Nederlanders ons voorgingen.
We sluiten de dag stijlvol af met een bier (Harro) en gin-tonic (Karin) in de bibliotheek.
De dag start redelijk op tijd met een ontbijt in het hotel. We vertrekken rond 9 uur richting het Amber Fort, een van de grote attracties van Jaipur. Dit enorme fort uit 1592 herbergt een groot paleis en een eigen tempel en ligt in de bergen even buiten de stad. We hebben voor deze rit de bus nog gecharterd, zodat we in alle luxe en rust die kant op kunnen.
Bij het fort aangekomen staan de eerste enthousiaste verkopers ons alweer op te wachten, waaronder een verkoper met een klein olifantje waarmee je op de foto kan (natuurlijk wel tegen betaling van wat rupies). Wij gaan rustig op weg richting de olifant-opstap-plek waar we per twee personen een olifant krijgen toegewezen. De meeste olifanten zijn nog prachtig beschilderd van het elephant festival van een aantal dagen ervoor. Prachtige kleuren en zelfs olifanten met tijgerkoppen.
Na een kwartiertje deinen op onze eigen 'fant komen we aan in het Amber Fort. Hoewel je zou denken dat een belangrijk historisch monument als dit fort misschien wat netter zou zijn dan de rest van India is dat natuuurlijk onzin: de straten zijn opgebroken, overal zijn dames en heren hard aan het werk (om op de foto te komen) en al met al krijgen we niet het idee dat het fort in de nabije toekomst uit de steigers komt. Desalniettemin blijft het wel erg mooi. We beginnen met een dwaaltocht door het paleis gedeelte: eindeloos veel kamers, kleine gangetjes, prachtige binnenplaatsen en mooie uitzichten. Geleid door 'de generaal' (bijnaam voor onze lonely planet door de prachtige foto voorop) struinen we ruim een uur door het fort en bezichtigen ook nog de tempel.
Op de terugweg van het fort stoppen we nog snel voor een foto van het waterpaleis. In de natte tijd staat dit paleis voor drie kwart onder water en zie je de spiegeling van het paleis in het water. In deze tijd zie je dat dus vooral niet en wel veel stof.
We lunchen met zijn allen in een klein tentje in het centrum van Jaipur en worden daarna afgezet aan de poorten van het city palace. Gevieren (Petra, Muriel en wij) besluiten we het paleis verder te bezichtigen, te beginnen met een kopje koffie in de palace garden. Het paleis zelf herbergt een aantal tentoonstellingen, waaronder een textiel, een kunst en een wapen tentoonstelling, allemaal prive bezit van de erfgenaam van de mahradja, een polo-chum van de Britse prins Charles. We dwalen een beetje door het paleis, bezichtigen de grootste zilveren objecten ter wereld (twee enorme kruiken met een gezamenlijke inhoud van 9000 liter) en terwijl Karin, Muriel en Petra de textiel tentoonstelling bezoeken bekijkt Harro de armory.
Toen was het op: Harro voelde zich niet helemaal fit en we gaan terug naar het hotel. Vlak bij het hotel doen we nog een poging om iets met treinkaartjes te regelen, maar dat blijkt toch lastiger dan het lijkt. Harro haakt dan echt af en duikt zijn mandje in. Karin werkt de site bij en gaat 's avonds met de groep eten bij de Copper Chimney: lekker maar een beetje pittig.
De avond wordt afgesloten met een bezoek aan een heuse Bollywood film in een van de mooiste bioscopen van India. De film is in Hindi en de eerste 5 minuten probeert iedereen aan de hand van de tekst te volgen wat er gebeurt. Zodra je dat loslaat blijkt dat de film nonverbaal zo 'sterk' is dat het verhaal prima te volgen is. We hebben afgesproken na een uur weg te gaan en eigenlijk is dat jammer. Tegelijk zijn we ook best moe dus tukjes tijd!
Ikke ziek, ikke zielig, ikke slapuh
Het was een onrustige nacht: Harro was niet in orde (koortsig, hoofdpijn en last van zijn maag: zijn lijf was duidelijk bezig iets weg te werken) en bleef flink woelen. Na een opfris-sessie 's ochtends vroeg dook hij zijn bed weer in en ik vertrok naar het ontbijt.
Om 9 uur vertrokken we met auto-riksja's - die overigens ook echt met een rotgang door het verkeer scheuren - naar een echte apen-tempel in de heuvels buiten de stad. Het tempel-complex heeft een aantal mooie schilderingen, een heilig "meer" (in een waterbassin wordt water uit de bergen opgevangen) en vooral heel veel... juist, apen. Je kunt ze voeren, maar dat heb ik overgeslagen. In plaats daarvan heb ik me uitgeleefd op een uitgebreide fotosessie. Vooral de laatste 10 minuten waren erg de moeite waard: een groep van wel 20 badende dames had hun sari's uitgespreid over de reling, waar ze kleurig hingen te wapperen. Dat was het India dat ik van de plaatjes ken!
Na de apentempel was er een koffie-stop en daarna zouden we op zoek naar een heilige man van wel 110 die in de bergen woonde... Helaas bleek engels moeilijk: we kregen een graf te zien en of die man nu al 110 jaar dood was of 110 was toen hij dood ging werd niet helemaal duidelijk. Tot slot bezochten we nog een schooltje, waar de kinderen werkelijk uit hun dak gingen. We kregen alle schriften te zien en moesten eindeloos vaak onze naam schrijven. Zou het zo voelen om beroemd te zijn?
Terug in het hotel bleek Harro nog steeds onder zeil en Petra, Muriel en ik besloten het ervan te nemen: shopping time! We lieten ons door de riksja-man (die toch inmiddels onze vriend genoemd mocht worden) in de stad afzetten en gingen op handbeschilderde-doeken-jacht. Om 4 uur kwamen we er achter dat het Paleis der Winden, waar we ook nog heen wilden, om half 5 dicht zou gaan. Op een holletje er heen dus en daar kregen we geen spijt van. Dit paleis, uit 1799 was speciaal bedoeld voor de vrouwen van het hof, zodat ze onbespied het leven op straat konden bekijken. Het is leeg binnen en erg smal, maar een prachtig bouwwerk. De strak-blauwe lucht en het mooie licht van het eind van de middag, maakte het nog mooier.
Als besluit van de middag zaten we een half uur boven op een tempeldak, met uitzicht op de centrale rotonde van de stad. We fotografeerden de kleurige vrouwen en de belachelijk hoog beladen fietsriksja's en karren. Uitgeput landden we om half 7 in het hotel en daar bleek Harro zover opgeknapt dat hij mee ging eten! We aten in de open lucht bij restaurant Indiana, onder het "genot" van muziek en dans.
Na een heerlijk rustige nacht is Harro 's ochtends weer helemaal opgeknapt. We ontbijten rond half acht in het hotel want om 8 uur vertrekken we richting Agra. Op de toch redelijk lange rit zijn er gelukkig wel een aantal stops ingepland.
De eerste is een koffiepauze, maar de tweede belooft interessanter te worden. We maken een stop bij het Keoladeo National Park, een vogelreservaat. Daar aangekomen blijken de vogels op: het park blijkt compleet droog te staan waardoor er in de wijde omgeving werkelijk niets vliegends te vinden is. Enigzins teleurgesteld duiken we de bus weer in op weg naar de lunch: een chique gelegenheid met zwembad.
Onze volgende stop is dan wel een stuk interessanter: we stoppen bij de verlaten stad Fatehpur Sikri. Deze stad die rond 1580 is gebouwd, gedurende de heerschappij van de Mughal keizer Akhbar, is nu verlaten maar prachtig bewaard gebleven. Het complex bestaat uit een aantal paleizen voor zijn drie dames (een christelijke, een moslima en een hindustaanse) en een hele grote moskee. Door een gids worden we langs de verschillende paleizen geleid en bezichtigen uitgebreid de prachtige open lucht moskee met een toegangspoort van wel 45 meter hoog.
Daarna rijden we verder naar Agra en ons prima hotel Amar.
Vandaag starten we pas om 9 uur na een rustig ontbijt in het hotel. De Taj Mahal is iedere vrijdag dicht, dus het bezoek stellen we nog een dagje uit. Cees heeft een voorraadje autoriksja's geregeld en wij hebben genoegen om kennis te maken met Mamu, een 66 jarig mannetje met inmiddels wat weinig tanden. Mamu babbelt honderduit en brengt ons ondertussen in zijn riksja (die bijna even oud is als hijzelf) richting de 'Baby Taj' (de Itimad-ud-Daulah). Onderweg moeten we daarbij over een enorme stalen brug die volkomen verstopt is met het grote aantal voetgangers/fietsers/riksja's etc etc.
Het mausoleum uit 1628 is weliswaar een stuk kleiner dan zijn grote broertje maar nog steeds erg indrukwekkend. Net zoals de grote Taj is het bouwwerk van prachtig wit marmer waar met verschillende steensoorten allerlei versiering in zijn aangebracht. Vanuit het terrein waarop het gebouw staat hebben we nog een mooi uitzicht over de stad. Jammer genoeg is het vandaag een beetje bewolkt en daardoor wat heiig.
Na de Baby-Taj 'staat' Mamu er op dat we langs de grote Taj rijden. Ons korte tegenstribbelen heeft niet echt veel nut dus we laten hem zijn gang maar gaan. Hij kent nog wel een prima plekje om zonder te betalen alles te kunnen zien. Via een wasplaats aan de kant van de rivier waar allerlei kleurige stoffen liggen te drogen rijden we naar de oever van de rivier. Na een kort stukje lopen staan we dan plotseling recht tegenover de Taj; een prachtig gezicht.
De rest van de groep is ondertussen zoals afgesproken naar het rode fort gereden... helaas blijkt zodra wij er aankomen dat het plan ondertussen is gewijzigd, want bij het rode fort zijn ze in elk geval niet. Na kort overleg met Mamu besluiten we richting een weeshuis te rijden, waar we later op de dag heen zouden gaan. En inderdaad: daar is de groep. We beginnen er al bijna aan te wennen dat plannen hier elk half uur wijzigen :-) .
Het weeshuis ziet er in onze ogen en zeker als je de omstandigheden bekijkt erg goed uit. Iedereen wil graag op de foto en er wordt door de gehandicapte bewoners wat afgeknuffeld. We laten als groep en individueel graag een grote bijdrage achter.
Aangezien onze chauffeurs (ok, nu samen met Cees) ondertussen besloten hebben dat we moeten gaan lunchen rijden we richting Shanti Lodge Restaurant. Dit kleine restaurantje heeft een dakterras op de 4e verdieping en een prachtig uitzicht op de Taj. Het witte marmer straalt in de inmiddels doorgebroken zon en we kunnen er nu al geen genoeg van krijgen. De werkelijk uitstekende pannenkoeken maken de lunch compleet.
Na de lunch splitst de groep zich op. Wij gaan samen met Petra en Muriel richting het rode fort. Op de weg naar het fort worden we er door Mamu diverse malen op gewezen dat er daarna toch echt even geshopt moet worden. Hij verteld er heel eerlijk bij dat hij de commissie die hij krijgt zodra hij een buitenlander de winkel binnen lokt erg goed kan gebruiken. Helaas voor hem zijn we nogal streng: het fort.
We denken er even doorheen te lopen... Geweldige muren, leuke binnenplaats, eekhoorntjes en kleine groene papagaaitjes: leuk, maar niet heel bijzonder. Tot we de eerste binnenplaats oplopen, goed verstopt achter een kleine doorgang in de muur. Het fort, gebouwd in 1565 en uitgebreid in 1658 is zowel als paleis, militair bolwerk en gevangenis gebruikt. Wat dat laatste betreft: de koning die opdracht gaf voor het bouwen van de Taj Mahal (een mausoleum voor zijn favoriete vrouw) werd hier door zijn zoon tot zijn dood gevangen gezet. Vanuit zijn raam kon hij de Taj wel zien maar het graf van zijn vrouw nooit meer bezoeken. Het fort is indrukwekkend: de ene na de andere binnenplaats in prachtig roodgekleurd zandsteen gecombineerd met wit marmer. De geplande drie kwartier loopt op tot ruim twee uur.
Als we buiten komen staan onze mannetjes al zenuwachtig te draaien en wordt het toch echt tijd dat we gaan shoppen. Aangezien we hier echt geen zin in hebben, overtuigen we Mamu van het feit dat een van ons ziek is (dit keer Karin, Harro was al aan de beurt) en we vragen hem ons naar het hotel te brengen. Hij kijkt heel zielig maar brengt ons wel snel en rechtstreeks naar het hotel.
Daar smeden we snode plannen voor morgen: zowel Muriel als Petra wil graag nog een paar dagen mee naar Alwar, een plaatsje dat wij als tussenstop hebben uitgekozen. Het lijkt het makkelijkst om de groep al morgen in Agra te verlaten en niet mee terug te gaan naar Delhi. Petra weet haar terugvlucht een dag te verzetten en dan kan het regelen beginnen. We vragen de manager van de manager van de manager van het mannetje achter de balie van het hotel of hij voor ons de prijs van een taxi kan achterhalen. Hij komt hier later op terug.
Inmiddels is het voor ons tijd om te gaan genieten van de zonsondergang bij de Taj Mahal, met een bootje op het water. Met onze riksja's komen we tot aan de brug waar we het al eerder over hadden en daar staat alles muurvast. Na een kort overleg lijkt het de meest snelle optie een voettocht in ganzenpas over een voetpad op een spoorbrug te zijn. Aan de overkant van de brug ritselt Cees in no-time een riksja waar we met 5 man inkruipen. Deze brengt ons naar de plek waar we die ochtend ook al met Mamu geweest zijn. Een boottocht zit er niet meer in maar iedereen 'haalt' het avondlicht op de Taj.
Op dezelfde manier rijden en lopen we we ook weer terug naar onze riksja's die ons weer naar het hotel zullen brengen. Mamu lacht het laatst: de hele groep wordt zonder pardon bij een souvenir shop gedumpt. Mamu krijgt zijn commissie en daarna mogen we dan toch naar het hotel.
's Avonds eten we in de open lucht. Hier is ook de helft van een bruiloft gaande en halverwege onze maaltijd komt met veel kabaal de bruidegom op weg naar zijn bruid voorbij. Op zijn witte paard natuurlijk...
Na het eten en deze lange dag duiken we vroeg ons mandje in: vroeg op morgen om de Taj bij zonsopgang te bezichtigen!
Het is veel te vroeg als de wekker gaat: opstaan om 5 uur is echt geen hobby. Maar het is voor een goed doel: de Taj wacht. Bij het terrein aangekomen blijkt dat dit inderdaad de belangrijkste bezienswaardigheid van India is: een enorme parkeerplaats voor alle bussen en taxi's en we worden met een electrobus naar de ingang gereden... Nouja, naar de eerste winkeltjes. De bussen zijn electrisch, zodat ze geen uitlaatgassen uitstoten die de Taj kunnen bevuilen en uiteindelijk beschadigen.
De entree is naar Indiase begrippen waanzinnig: 750 rupie (12/13 euro), maar we krijgen er dan wel een flesje water en een paar overschoenen bij, zodat we verderop onze schoenen niet uit hoeven te trekken. We worden ook streng (maar wel vriendelijk) gecontroleerd als we naar binnen willen. Je mag bijvoorbeeld geen mobiele telefoons, geen eetwaren en geen toiletpapier (?!) mee naar binnen nemen.
Als we binnen zijn komen we eerst op een binnenplein waar we door een poort de eerste glimp van de Taj zien. Als we door de eerste poort zjin, staan we stil... en dat bijna elke stap daarna weer. Het is waanzinnig: echt nog veel mooier dan op welk plaatje dan ook. Er is helaas geen zon, maar ook in het grijzige ochtendlicht lijkt het hele bouwwerk licht te geven. Er is geen wind en er staat zowaar water in de vijvers, dus we zijn helemaal happy: spiegeling! We klikken ons helemaal suf en Karin maakt met haar nieuwe, kleine camera zelfs illegaal een klein filmpje.
In het begin is het nog rustig, maar het wordt steeds drukker. Mensen verdringen elkaar om op de goede plekken foto's te maken en we horen 1 mevrouw bijna huilend (in het engels zeggen) dat ze dit al wilde zien sinds ze 8 is. We schatten haar op 80. In de Taj is het nog donker, maar allerlei gidsen laten met kleine lampjes zien dat het marmer doorschijnend is. Buiten breekt de zon door en we lopen nog maar eens terug voor nog meer plaatjes.
Na 3 uur gaan we terug naar het hotel en daar nemen we afscheid van de groep. Voor degenen van jullie die dit lezen: nogmaals bedankt voor een erg gezellige en bijzondere "week"! We zwaaien ze uit en dat voelt toch een beetje raar. Maar gelukkig (hebben wij gisteravond gehoord) is onze taxi geregeld... We zijn alleen nog steeds in India... Dus na een kwartiertje wachten gaan we het nog maar eens vragen. Taxi? Tuurlijk, regelen we voor je! Afijn, uiteindelijk worden we het eens over de prijs en na nog een half uurtje zitten we in een grote Chevrolet, op weg naar Alwar.
De rit is weer net een film: terug in de provincie Rajasthan en het dagelijks leven van de mensen hier trekt kleurig en rommelig aan ons voorbij. De rit verloopt dankzij onze prima chauffeur, die ook nog Engels spreekt, erg vlot. We maken 1 stop onderweg en eind van de middag zijn we bij hotel Alwar. Gisteren heeft Harro gebeld en zowaar: ze hebben echt kamers gereserveerd! Het hotel ziet er echt keurig uit: handdoeken echt wit, alles schoon en heel en af en toe zelfs heet water. :-)
We ploffen dankbaar in de tuin, met een drankje: voor het bier sturen ze iemand weg op de fiets! 's Avonds eten we in restaurant Dawat, dat bij het hotel hoort. We zijn de enigen, maar het eten is erg lekker. Na het eten regelen we nog een uitstapje voor morgen: we willen naar Sariska Tiger Reserve. Zonder tijgers, maar het schijnt toch erg leuk te zijn. De manager komt met een eigen plan: een taxi voor de hele ochtend, die ons ook nog naar Siliserh brengt. Dan moeten we er alleen wel weer vroeg uit... Slapen dus!
We slapen verrukkelijk in de relatieve stilte, maar de wekker gaat wel weer erg vroeg. Geen warm water is ook een beetje jammer maar om 6 uur staan we voor het hek te wachten op de taxi. Die komt maar 10 minuten te laat; het enige jammere is dat de chauffeur werkelijk geen woord Engels spreekt. Gelukkig heeft de manager gisteren de hele trip met hem doorgesproken dus zonder er al te veel woorden aan vuil te maken gaan we op weg.
Krap een uurtje later staan we voor de ingang van het Sariska Tiger Reserve, waar we een jeep met chauffeur en onze toegang regelen. We kennen geen andere plaats ter wereld waar je voor omgerekend 9 euro de man drie uur lang op safari kunt in je prive jeep!
Deze chauffeur spreekt wel Engels en wijst ons op allerlei beesten die door de omgeving rennen. We zien in de drie uur daarna onder andere wilde zwijnen, pauwen, krokodilletjes, antilopen, herten, sambars en verschillende soorten vogels. Helaas blijken de in het park aanwezige luipaarden goed verstopt zitten. We maken onderweg twee stops. Bij de eerste zitten allerlei vogels te azen op de koekjes van de bezoekers. We verkruimelen wat sultana's en hebben allebei binnen no-time meerdere vogels op ons hand zitten: leuk!
De tweede stop is bij een goed bevolkte apen-tempel. Overal in de bomen en op het gebouw zitten zwartkop-apen en meerkatten te wachten op de dagelijkse lading toeristen. Ze zijn erg brutaal: als we zo onhandig zijn om een zakje drop tevoorschijn te toveren springt een aap op de schouder van Muriel. Ze is zo verstandig om het (gelukkig bijna lege) zakje weg te gooien en daarna liggen we in een deuk om een aapje dat op z'n gemak een zakje red band dropjes leeg eet. We wensen hem een klein beetje misselijkheid en buikpijn toe (het waren lekkere en onze dropjes!) maar het is ook wel een erg grappig gezicht.
Drie uur later zijn we weer terug bij onze grote vriend: de chauff. Hij brengt ons (onder veel getoeter waar we ons langzaam maar zeker aardig aan beginnen te ergeren) naar Hotel Lake Palace in Siliserh. Vanaf het hotel hebben we een prachtig uitzicht over een enorm meer, dat vroeger ook het 20 km verder liggende Alwar voorzag van vers water. Het is erg rustig en we genieten van de lekkerste omelet van deze reis. We schuilen er nog even voor een klein buitje (de eerste...) en rijden dan terug naar ons hotel.
Na een korte opfris-sessie vertrekken we te voet in de richting van het city palace waar volgens de generaal (= de lonely planet) een klein museum in gevestigd is. Tijdens de wandeling hebben we veel bekijks: het is duidelijk te merken dat het aantal blanke toeristen hier minimaal is. De schaal van het kaartje wat we gebruiken zorgt voor wat verwarring, maar uiteindelijk komen we op de plaats van bestemming. Het city palace dat tegenwoordig vooral kantoren bevat is oud en rommelig , maar nog steeds erg indrukwekkend. De lokale jeugd gebruikt de binnenplaats van het paleis op zondag als cricket-veld en het vervallen gebouw heeft een enorme uitstraling. De collectie in het goed verstopte museum is verrassend mooi en erg uitgebreid. Zo hebben ze een flinke wapen collectie, maar ook prachtige prenten en schriftrollen. Sommige beeldjes zijn uit de 11e eeuw. Kortom: erg de moeite waard om te bezoeken.
Na een tocht over de bazaar nemen we een fietstaxi naar een koffie tentje aan de andere kant van het stadje. Onze chauffeurs zijn duidelijk trots en willen ook nog even op de foto. We doen ons tegoed aan (voorverpakte!) ijsjes en een kopje koffie. Daarna gaan we internetten en worden Muriel en Petra door hun fiets-riksja chauffeur door het dorp geparadeerd. Als we uit het internet cafe komen zien we ze net voorbij fietsen. We pakken een fietstaxi achter ze aan, maar raken ze na ongeveer 2 meter al weer kwijt. Onze biker-dude heeft werkelijk geen idee waar we heen moeten merken we na een tijdje, dus met een behoorlijke omweg en de nodige aanwijzingen komen we uiteindelijk terug bij het hotel. Daar regelen we twee taxi's voor de volgende dag: Petra en Muriel vertrekken dan naar Delhi, en wij gaan verder (terug) naar Jaipur.
We genieten van een drankje en verschillende pakora (gefrituurde hapjes in een krokant jasje) in de tuin. We eten weer in het prima restaurantje van het hotel. Halverweg de maaltijd barst het onweer los en zitten we spontaan in het donker. Dat de mensen hier duidelijk gewend zijn aan zulke uitvallen blijkt als ze stuk voor stuk hun mobiele telefoons tevoorschijn halen en deze gebruiken als zaklamp/sfeerverlichting. Overigens blijkt alleen al uit het feit dat deze mensen mobiele telefoons bezitten dat we duidelijk tussen de rijke stinkerds zitten.
We sluiten de avond af met een borrel op de kamer en giegelen om een volledig katern van een krant dat gewijd is aan huwelijksadvertenties.
Uitslaapdag! We hebben gisteren in al onze wijsheid besloten dat 11
uur best een mooie tijd is voor de taxi's. De manager van het hotel
heeft werkelijk prima werk afgeleverd en voor een zeer schappelijke
prijs de twee taxi's geregeld (Zelfs zo schappelijk dat we van schrik
vergeten af te dingen).
Om een uur of 9 zijn we klaar wakker en
genieten we van alweer een koude douche. Gezien de droogte in het
gebied en de oproep om vooral water te besparen misschien niet de
slechtste manier om toeristen kort te laten douchen.
We ontbijten
weer in het restaurant, waarbij de vers geperste jus helaas niet door
de keuring komt. De rest smaakt prima en tot onze verbazing staan de
taxi's om stipt 11 uur op de oprijlaan van het hotel. Onze grote vriend
van gisteren staat ook al duidelijk te popelen om weer een eindje te
gaan toeteren. We rekenen de kamers en ook vast de taxi's af en nemen
afscheid van Muriel en Petra die teruggaan naar Delhi. Dames: we vonden
het onwijs gezellig en hopen dat jullie een goeie terugreis hebben
gehad.
In een uurtje of drie toetert en spuugt onze chauffeur ons naar Jaipur (dat je moet toeteren in India om te overleven snappen wij ondertussen ook, maar we verzinnen toch echt wat snode plannen om deze meneer eens wat dagen z'n toetertje af te pakken).
Na een korte speurtocht door hartje Jaipur staan we voor de deuren
van hotel Dera Rawatsar. Dit hotel gaan we echt aanbevelen bij de
generaal! Iedereen is vriendelijk en spreekt uitstekend Engels, de
kamers zijn meer dan keurig en misschien wel het belangrijkste: het is
er rustig en ze hebben warm water.
We hebben kort telefonisch
contact met de plaatselijke agent van india-online. Morgen vertrekken
we om 9 uur en krijgen we ook de restelijke papieren!
Na even
bijkomen pakken we een motor-riksja naar de Raj Mandir bioscoop, waar
Karin al eerder een bollywood film had bezocht. Daar tegenover zit een
(fijne westerse) koffietent waar we een bakkie willen doen. Helaas
snaait onze chauffeur het niet helemaal: na een minuut of 10 rijden
staan we voor een enigzins vervallen en verlaten bioscoop. Hier willen
we niet zijn en gelukkig kunnen een aantal jongens uit de buurt onze
chauff vertellen waar hij wel moet zijn en dat hij toch echt fout zit.
De hele verdere weg geeft hij ons, onze kaart en de rest van de wereld
de schuld dat hij twee kilometer heeft om moeten rijden. Wij houden het
op een misverstand en geven hem wat extra rupies.
De koffie smaakt zoals gehoopt prima, en we blijven rustig zitten tot we bijna bevriezen van de airco. Na even pinnen zoeken we een internet cafe en werken de site bij, waarbij we ook wat meer achtergrond informatie plaatsen (zie ook de informatie in de kantlijn van de vorige pagina's!).