Archief van
Categorie: Nieuw Zeeland

Dinsdag 7 februari – Farmstay

Dinsdag 7 februari – Farmstay

Helemaal uitgelaten eten we met het vertrouwde viertal bij The Cow, een piepklein Italiaans restaurantje, waar ze heerlijk verse pizza serveren. We raken niet uitgekwekt, maar terug op de kamer halen we maar 3 potjes Yathzee, voordat we omvallen.


Tot onze verrassing morgen we uitslapen en dat komt best goed uit na alle vermoeienissen van de avond ervoor. Colin neemt ons in de eerste plaats mee naar de Kawarau Falls, de plaats waar de eerste bungee-jumps werden gedaan (te zeggen dat het er is uitgevonden doet een aantal volken tekort die de sprong als een overgangsritueel van jongen naar man gebruikten). Niemand van de groep wil springen, maar het is erg leuk om even te kijken hoe andere mensen doodsangsten uitstaan (1 van de dames gilt heel hard “I shit my pants” door de valei, tot grote hilariteit van de omstanders). Na een aantal extra fotostops rijden we door naar Kingston, waar een aantal mensen de Baobab-Challenge loopt. Zo het het natuurlijk niet echt, maar de korte, maar ERG steile wandeling blijkt iedere keer weer een uitdaging. De vorige groep verdwaalde zelfs, een verhaal dat we die dag nog van allerlei Nieuwzeelanders te horen krijgen. Wij blijven veiligheidshalave beneden, waar we lunchen en een kaartje kopen voor de Kingston Flyer.
Deze stoomtrein uit 1923 rijdt elke dag nog twee keer op en neer naar Fairlight en reed vroeger zelfs tot aan Queenstown. Nu is het een toeristisch, maar niet minder leuk ritje van een half uur met jaren 20 muziek op de achtergrond en een kans om de hele trein te bekijken. Karin mag zelfs voorin foto’s nemen van de stoommachine en het vuur.


Op het eindpunt pikt de bus ons op, met de mensen die niet meegere1den zijn en gaan we op weg naar de regio rondom Lumsden. Daar gaan we in verschillende groepjes naar een aantal farms toe; lokale boerderijen, die deel uitmaken van de Southern Heritage Trail. Wij komen met Isabelle, Elna, Judith en Elise terecht bij Ken, Trish en 13 jarige dochter Jenna MacKenzie, op de Chartley Farm. Het is echt een ontzettend mooi huis, dat gedeeltelijk in 1896 en voor de rest in 1905 gebouwd is. We hebben per tweetal een eigen kamer. Het hele huis staat vol met foto’s en prullaria waar we niet op uitgekeken raken. EN er zijn jonge katjes: 5 dagen oud, waarvan mamakat het prima vindt als mensenhanden de katjes aaien en oppakken. Je kunt je voorstellen waar alle dames binnen 2 minuten zitten!

Terwijl Trish Jenna wegbrengt naar pianoles, maken wij onder genot van een kop koffie en thee en zelfgebakken brownies, kennis met Ken. Een hardwerkende, tikkie stugge boer, die ongeveer 1300 schapen, 300 herten, een stuk of 30 geiten, 13 katten, 4 honden (“one pet, one working dog, one halfwit, one retired”) en 2 vissen heeft.


Als Trish en Jenna terug zijn nemen ze ons mee voor een farmtour. We zien hun land, hun beesten (waarbij hij een kudde schapen speciaal voor ons verplaatst zodat we foto’s kunnen nemen), de werkstallen (de beesten staan gewoon buiten het hele jaar, behalve voor het scheren) en de trots van Ken, een 1928 Whippet, die hij zelf in 9 jaar tijd van schroot heeft opgeknapt tot een auto waar hij rallys mee rijdt. We vragen 100-uit en Ken komt langzaam los. Jenna scheurt op een quad als een echte 13-jarige met ons mee: quasie ongeinteresseerd, maar ondertussen. Het is erg leuk om te zien en we zijn dan ook laat terug op de boerderij, waar Trish het eten op tafel tovert terwijl “verplicht” een borrel drinken.

Het eten is geweldig: 3 salades, aardappelen, warme groente en venison (hertenbiefstuk) van eigen farm. Het is heerlijk en iedereen schept minimaal 2 keer op. Met onze zelfmeegebrachte wijn en enorm toetjes (zelfgemaakte pavlova, ijs en fruitsalade) en koffie en thee toe, is het een feestmaal. We ruimen gezamenlijk de tafel af en daarna kletsen we tot ongeveer 11 uur met Ken door onder genot van een borrel. Bekaf, maar erg tevreden vallen we daarna in slaap!

Maandag 23 januari – naar Coromandel Peninsula

Maandag 23 januari – naar Coromandel Peninsula

Het eten (opnieuw bij Tony’s) en de film waren een succes. Om ongeveer half 11 waren we terug in het hotel en met alle spullen alvast ingepakt vielen we in slaap. Het was een stuk rustiger die nacht, dus met slapen kwam het helemaal goed.
De wekker staat vroeg, want we vertrekken al om half 9. Voor die tijd gaan we een broodje eten bij een soort breakfast-cafe aan de overkant. Die zien we overal en schijnen nogal in opkomst te zijn: goeie koffie of thee en allerlei broodjes zodat je relax kunt ontbijten. Het is goed te betalen en veel lekkerder dan ontbijt in het hotel, dus geen moeilijke keuze.

De groep is heerlijk snel: iedereen zit iedere keer om vijf minuten voor de afgesproken tijd in de bus en deze ochtend is geen uitzondering. Colin is tevreden en we rijden vlot de stad uit. Via een aanvankelijk nog wat saaie route (Colin vertelt veel over de geschiedenis en het landschap waar we doorheen rijden, dus het is goed uit te houden) rijden we richting The Coromandel Peninsula (een schiereiland dus). De route wordt al snel mooier: onderweg zien we ijsvogels, verschillende soorten aalscholvers en een enorme aantal roofvogels. De kuststrook is rotsachtig, maar als we de bergen over zijn zien we de stranden waar het schiereiland zo beroemd om is: licht zand over eindeloos veel kilometers; de palmen maken het plaatje compleet.


Met de nodige fotostops en stops in Thames (koffie) en Coromandel City (lunch) rijden we naar the Aotearoa Lodge in Whitianga, ons thuis voor de komende twee nachten. De kamers zijn prima en het is er heerlijk rustig. En dan de vraag wat we gaan doen. Het weer is niet heel denderend en ze voorspellen nog slechter weer. We komen er bovendien achter dat laag water ‘s avonds laat is (half 8) en morgen nog later. Na even overleg halen we een picknick bij de plaatselijke supermarkt en rijden direct door naar Hot Water Beach, dat beroemd is om het bijna kokend hete water dat op sommige plaatsen met laag water uit de grond omhoog komt borrelen. Als we aankomen begin het water net de zakken. Een half uurtje later is het zover gezakt dat een hilarisch en fanatiek gevecht met het water kan beginnen. Er wordt een kuil gegraven, een dam aangelegd en sommige mensen gooien zichzelf zelfs voor de aanstormende golven. Het water is inderdaad onzettend heet. Gemengd met het koude zeewater gaat het goed, maar alleen het hete water blijkt te heet om te blijven staan. Het is voor veel mensen te koud voor een badpak of zwembroek, maar pootje baden doet iedereen. Na anderhalf uur zit iedereen dan ook in meer of mindere mate onder de modder. Uitgelaten, onder het zand en bekaf vertrekken we naar de lodge. Na het douchen drinken we met Judith en Elise twee flessen wijn leeg en rozig landen we om 11 uur in ons bed. Heerlijke dag!

Woensdag 8 februari – Milford Sound

Woensdag 8 februari – Milford Sound

De wekker gaat vroeg: om 7 uur moeten we aan het ontbijt zitten. Ken en Trish blijken zich verslapen te hebben en het is de eerste schooldag van Jenna na de vakantie, dus het is wat hectischj, maar het ontbijt laat wederom niets te wensen over. We zijn wat sip van de regen, maar als Ken ons gaat wegbrengen wacht er een verrasing: hij gaat ons in de Whippet wegbrengen! We proppen ons met 4 man in de auto erbij (de overige 2 zijn zo lief om hun plaatsje af te staan) en genieten werkelelijk van het ritje (met een topsnelheid van 45 kilometer per uur) terug naar Lumsden.


De rest van de groep is gepast onder de indruk en het eerste half uur in de bus praten we vooral bij. Daarna rijden we met de nodige fotostops naar Milford Sound, het fjordengebied in het zuidwesten van het Zuideiland. Het is een prachtige route en Colin zorgt dat we goed kunnen genieten, onder andere door een piepkleine wandeling naar een waterval die de rotsen wel 8 meter heeft uitgesleten. Het weer is aardig opgeknapt en we boffen: het is droog als we gaan varen! Voor een gebied met een meer dan 50% kans op regen valt dat mee! We varen tussen de steile wanden door naar zee en onderweg zien we allerlei watervallen, vogels en zeehonden. De pinguins en dolfijnen laten zicht helaas niet zien.
Op de terugtocht in de bus, stoppen we nog op een parkeerplaatsje net na de tunnel, waar Kea’s, een soort papegaaien, zitten! Nieusgerig en heel slim slopen ze alles wat ze tegenkomen, dus pas op je spullen, maar ze zijn wel mooi.
‘s Avonds eten we opnieuw venison in Te Anau en daarna vallen we bekaf in slaap in ons hotelbed!

Dinsdag 24 januari – Whitianga

Dinsdag 24 januari – Whitianga

Tja en ook in Nieuw Zeeland kan het slecht weer zijn. Ja thuisblijvers; lach er maar om, maar als we opstaan is het beestenweer: het plenst al uren, het waait en ze voorspellen deze ellende voor minstens de hele dag. Daar gaan alle wandel-plannen naar Cathedral Cove en het strandbezoek. Wat nu?!


Na overleg vertrekt Karin met Judith, Elisa, Wil (2x), Jannie (2x), Elna en Isabel naar een artshop voor een bone-carving sessie. Martijn haalt een bak koffie, dwaalt wat door het centrum en landt een uur later doorweekt in dezelfde artshop om te wachten op de dames. Bone carving is verrassend leuk om te doen: Karin maakt een good luck charm (een hanger) met een oud Maori-symbool voor leadership, autority en safe travel; een fish hook. Eerst overtekenen op het stuk “beef bone” met carbonpapier, dan met een dremel het grove figuur uitzagen en ronde hoeken geven, dan schuren met grof schuurpapier en vervolgens met (nat) fijn schuurpapier. Tenslotte wrijf je het geheel tot het glimt en voila. Het ziet er verrassend goed uit en de dame die het geheel begeleidt complimenteert Karin met het resultaat. En nee, dat deed ze niet bij iedereen! 🙂

Om half 12 is iedereen klaar en het regent nog steeds dat het giet. De enige films die in aanmerking komen zijn King Kong (draait te laat om nog met de bus mee terug te kunnen) en Chicken Little (uitverkocht) en dus landen we met het inmiddels bijna vaste viertal in een tearoom, waar we aan de koffie en taart gaan en eindeloos veel potjes yathzee spelen. Het is gezellig en we maken er maar het beste van.
Nu zitten we in het Internet-cafe en de bedoeling is dat we straks via de supermarkt naar de lodge gaan om (overdekt!) te BBQ-en. Morgen moeten we vroeg op, om naar Rotorua te gaan. We duimen voor beter weer!

Donderdag 9 februari – naar Mt Cook

Donderdag 9 februari – naar Mt Cook

Om 7 uur zitten we in de bus. Als we een kans op vliegen bij Mt Cook willen hebben, moeten we nu weg. De weersvoorspellingen zijn goed en het eerste stuk van de reis is werkelijk spectaculair. Het is ontzettend mistig en als dat begint op te trekken rijden we door een sprookjeslandschap van mist, zon en bergen. Hte is betoverend en het lukt om niet in slaap te vallen, ondanks dat het eerste stuk van de route over bekende wegen gaat (via Queenstown).

Ook de rest van de route is mooi; het landschap verandert voortdurend en het weer blijft goed. We maken in de ochtend nog een korte stop bij een wijnboerderij (jammer dat het te kort is om een wijnproeverij te doen, dat hadden we gehoopt) en rijden verder vlot door. Helaas krijgt Colin bij de lunch het bericht waar iedereen stiekem bang voor was. Het regent bij Mt Cook en er wordt niet gevlogen.


We bedenken alternatieve plannen voor de middag. Om 3 uur zijn bij bij Mt Cook en het uitzicht is inderdaad druilerig. We kunnen ons wel voorstellen wat een geweldig uitzicht je hebt vanuit het vierpersoonshuisje (dat we delen met Judith en Elise) als het mooi weer is: we kijken rechtstreeks op het gletcherdal uit dat in de verte Mt Cook kan laten zien. KAN want er hangen nu vooral wolken. Wij kiezen voor een beetje Internetten en koffie drinken met Colin, maar het grootste gedeelte van het gezelschap kiest voor een wandeling…. en komen bijna verzopen terug. Ze zijn kletsnat geregend! Het duurt dan ook even voordat iedereen droog en warm aan tafel zit in het plaatselijke bar / restaurant / pub / café met spectaculair uitzicht.

We eten gezamenlijk en daarna houdt Karin een bedankspeech voor Colin en overhandigt hem “de envelop”. De hoeveelheid bedankjes laat zien hoe blij we met hem zijn: een absoluut uitstekende reisleider!Na een wijnexpeditie, waarin een aantal flessen wordt aangeschaft, een borrel en een beetje kletsen duiken we allemaal de bedden in. Gelukkig snurkt er niemand en met de wijdse stilte van Mt Cook op de achtergrond (er is werkelijk NIETS te horen) vallen we in slaap.