29-08 naar Tadoussac

29-08 naar Tadoussac

Na en lekkere nacht slaap springen we onder de douche: de walvissen wachten op ons in Tadoussac! Na een kort ontbijt zitten we rond half 9 in de auto, richting het oosten. Sopsop stuurt ons via een leuke binnendoorroute van een half uur naar de snelweg. Daarna schiet het echt lekker op. Ondanks dat je ook op de snelweg nergens harder dan 100 mag (niet dat veel mensen zich daar aan houden, maar vooruit) is het doordat de wegen erg breed zijn nergens echt druk. We scheuren voorbij allerlei plaatsen en al na een uur of twee is het duidelijk dat we in de buurt van de volgende grote stad komen. Quebec mag dan volgens alle verhalen een leuke stad zijn: het is ook een grote stad! De wegen lopen aardig vol en aangezien de snelweg door de buitenwijken van de stad en door de industriegebieden loopt, krijgen we niet echt een gunstige indruk van deze miljoenenstad. Vlak voorbij Quebec wacht wel een leuke verrassing: we zien vanaf de weg een enorme waterval. Het reusachtige gevaarte stort zich zeker 70 meter vanaf de rotsen naar beneden en is een meter of 20 breed. We kijken er met open mond naar: er zijn blijkbaar meer grote watervallen dan Niagara Falls.

Behalve een koffiestop met vreselijk smerige koffie houden we geen pauzes, met als gevolg dat we rond lunchtijd wel toe zijn aan een benen-strek-en-snack-momentje. We hebben geen zin in de volgende fast-food hap (tot nu toe weten we het aardig te vermijden, maar ook Subway gaat vervelen na een tijdje) dus zoeken we het naar zeggen leukste plaatsje van de de noordoever op, Baie St. Paul. We komen terecht in een schattig caf̩tje op de hoek van een drukke straat, waar we lunchen met een heerlijk broodje, een lekkere koffie en een verse jus. Lekkere muziek op de achtergrond en relaxte bediening zorgen ervoor dat we kalm aan doen en na nog een bakkie stappen we weer op. We kunnen er weer helemaal tegen! Aangezien het niet heel ver meer is, rijden we nu in ̩̩n ruk door naar Baie St-Catharine waar een klein veerbootje ons Рgratis en snel Рnaar de overkant brengt. Tadoussac ligt aan de monding van de Sanguenay Fjord, een beschermd natuurgebied. Vanaf de veerboot genieten we al van het uitzicht. Het is er aanmerkelijk koeler dan in Shawinigan, maar het is er adembenemend mooi. Het landschap heeft wel iets weg van de Noorse fjorden en we ademen allebei diep de frisse lucht in. Tadoussac zou bovendien ̩̩n van de beste plaatsen ter wereld moeten zijn om walvissen te kijken dus we verheugen ons nu al op ons verblijf hier.

Aan de overkant besluipen de walviskriebels ons al zodra we het dorp inrijden. Overal zien we tentjes die kaarten verkopen voor walvistochten per grote boot of zodiac. We kijken elkaar aan: het is nog maar half 4… Binnen 3 minuten hebben we de auto aan de kant gegooid en informeren we binnen bij één van de grootste operators of er nog plaatsen zijn voor vandaag. We hebben geluk: we kunnen nog met een grote boot mee (om 4 uur) of met een zodiac (om half 5). Aangezien we morgen met een grote boot meegaan (dat heeft de eigenaar van onze B&B voor ons geregeld) besluiten we dat een zodiactocht eigenlijk niet mag ontbreken. We kopen een kaartje en haasten ons vervolgens naar het B&B. Suzanne en Denis heten ons van harte welkom in Auberge la Sainte Paix, een Bed&Breakfast met uitzicht op de fjord. De indruk die we kregen van de website en alle reviews die we lazen, is dat dit ‘the place to be’ is in Tadoussac en al in de eerste 10 minuten wordt dat bevestigd. Zodra Denis hoort dat we op walvisexcursie gaan wijst hij ons waar we moeten zijn, regelt in sneltreinvaart alle officiële dingen (nee laat maar zitten die bevestiging) en krijgen we de sleutel van onze kleine, maar erg gezellige kamer. Een keurige badkamer is aan de overkant van de gang en de paar huisregels die er zijn (vanaf 9 uur sleutel gebruiken om binnen te komen) klinken eerder logisch dan vervelend. We gooien onze tassen op de kamer, trekken op aanraden van Denis nog een laagje extra aan, wimpelen zijn aanbod om ons weg te brengen af en we zijn op weg.

Keurig op tijd zijn we op de kade waar Louis ons opwacht. De zodiac is vrij klein en we (wij en 8 mede-passagiers) zitten in twee rijen in het midden, met de ruggen naar elkaar toe. Er is nergens iets om ons aan vast te houden en het waait redelijk (al schijnt de zon) dus we zijn benieuwd! We hijsen ons in een knalgele regenbroek en een rode jas waar een zwemvest in verwerkt zit en na een laatste verzoek om toch vooral te blijven zitten zijn we voor we goed en wel geïnstalleerd zijn, op weg. We komen er al snel achter dat het inderdaad best onhandig is dat we ons niet vast kunnen houden. Vooral omdat we door een soort ondiepte moeten waar wind en tij dwars tegen elkaar in zorgen voor behoorlijke golven. Louis verontschuldigt zich maar zegt dat hij er echt doorheen moet en geeft gas… We krijgen een paar ontzettende klappen en er komt behoorlijk wat water binnen. Net als we denken dat we het ergste gehad hebben, klappen we frontaal op een enorme golf. We komen ongeveer een halve meter los van de banken, er komt enorm veel water binnen en het meisje dat voor Karin zit vliegt omhoog en landt naast de bank. Louis schrikt er zelfs van. De schade valt gelukkig – op wat bleke snoetjes, kletsnatte voeten voor Martijn en een enorm blauwe kont voor Karin – mee, maar we zijn blij dat we nu wel echt het ergste gehad hebben. De fotospullen zijn keurig droog gebleven (die hadden we bijna nog eerder van de vloer dan wij gelanceerd werden) en we besluiten ons nu te concentreren op de walvissen.
Geen seconde te vroeg: we kijken opzij en op een meter of 25 naast de boot komt een rug boven. Het blijkt een Minke Whale, een ‘kleine’ walvissoort van ongeveer 8 meter. Iedereen is de kou en nattigheid vergeten en praat opgewonden door elkaar: wat dichtbij en wat gaaf! Het blijkt pas het begin van een geweldige tocht: wat later zien we Harbour Porpoise (een soort bruinvissen) en nog een paar Minke Whales. Daarna geeft Louis gas en na 5 minuten liggen we naast een paar andere zodiacs te wachten… op een bultrug zo blijkt! Het magnifieke beest komt opnieuw niet heel ver van de boot boven en we proberen wat plaatjes te maken. Het fotograferen valt niet mee: we krijgen regelmatig een klein beetje water binnen en de boot schommelt behoorlijk. Toch lijkt een aantal plaatjes goed te lukken en voor de rest genieten we gewoon maar van alles dat we zien. De bultrug duikt een paar keer en komt iedere keer na een paar minuten weer boven. Dan is hij echt verdwenen lijkt het.

Louis legt uit dat hij gisteren op dezelfde plaats toen dat gebeurde een springende walvis voor de boot had op een meter of 40. We wachten even: dat zou toch wel te gek zijn. Er gebeurt niets en Louis begint gas te geven: hij heeft een Fin Whale gezien! We stoppen gauw het fototoestel weg (spatwater) kijken omhoog en vlak naast de boot (dus recht voor ons neus, want we zitten in het midden, met ons gezicht naar buiten) springt de walvis uit het water, op nog geen 10 meter, parallel aan de boot… We zien elk detail: de vinnen, het water dat van de walvis afstroomt, de witte onderkant en de zon die onder het beest doorkomt. Hij springt tot halverwege zijn staart uit het water en de paar seconden die het duurt lijken een eeuwigheid te duren. De walvis is groter dan de zodiac en we voelen ons even heel klein. Hij is zo dichtbij dat we het spatwater voelen (hoewel minder dan waar we in een flits bang voor zijn) als hij neerkomt. Karin schreeuwt het uit van een mengeling van enthousiasme, bewondering en doodsangst: wat een kick, wat een enorm gave ervaring, wat geweldig… en wat eng! Zelfs Louis ziet wat bleek (‘that was a little too close for comfort’) al legt hij ook uit dat de walvissen altijd exact weten waar de boot is en er nooit bovenop zullen springen. Hij wordt via de portofoon gefeliciteerd en geplaagd door de andere zodiac-kapiteins. We zitten zo na te trillen dat de foto’s van de staart van dezelfde duikende bultrug daarna grandioos mislukken. Maar we zijn pas halverwege! Louis zoekt opnieuw naar de Fin Whale en als we die gevonden hebben blijkt er een hele troep (school? kudde?) te zijn. We worden al gauw omringd door deze enorme walvissen. De Fin Whale is de op 1 na grootste walvis ter wereld en met een gemiddelde lengte van 20-22 meter zijn de exemplaren van de St. Lawrence River zeker geen kleintjes! We kijken onze ogen uit en concentreren ons net op een exemplaar wat verder weg als er vlak voor ons 1 opduikt. Hij is zo dichtbij dat we natgesproeid worden door zijn ademhaling. Louis vertelt ons dat als dat gebeurt, de walviswaarders vroeger zeiden dat je onsterfelijkheid had verworven. In ieder geval ben je een bevoorrecht mens… en daar is absoluut geen speld tussen te krijgen. We genieten zeker een half uur naast deze geweldige kolossen en dan is het tijd om terug te gaan. Onderweg zien we ook nog grijze zeehonden en opnieuw Minke Whales.

De terugweg is een stuk soepeler dan de heenweg: we surfen nu op de golven en zijn in notime terug in de haven. Martijn voelt zijn kletsnatte voeten nauwelijks meer (het water in de St. Lawrence is tussen de 2 en 4 graden) en we hebben allebei ondanks de regenbroek een natte kont, maar wat een supertrip. We lopen om de bloedcirculatie weer op gang te brengen vanaf de kade naar de landpunt waar vandaan we volgens Denis de zonsondergang zouden moeten kunnen zien. Dat blijkt inderdaad keurig te kloppen. Het is inmiddels kwart over 7 en in het kwartiertje dat de zon nodig heeft om te zakken praten we na over de geweldige ervaring en maken we prachtige plaatjes van de zon boven de fjord. Als de zon weg is lopen we naar het B&B waar we Denis en Suzanne enthousiast onze avonturen vertellen. Ze vertellen dat ze de dame te logeren hadden die gisteren op de zodiactrip van Louis zat waar de walvis ook uit het water sprong. Het is blijkbaar een gelukkige combinatie: hier slapen en die zodiac! We trekken droge kleren aan en vertrekken naar het dorpje. Op aanraden van Denis landen we bij Bohème waar we inderdaad heerlijk eten en lekker napraten over onze avonturen. Wat een dag… en morgen gaan we weer het water op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.