Dag 10 – Van Clearwater naar Mount Robson
Vroeg uit de veren, want vandaag wachtte ons opnieuw een reisdag, hoewel niet zo’n vreselijk lange. Via highway 5 gingen we verder omhoog, via Valemount, naar de Mount Robson Lodges, net aan highway 16 naar het oosten. De weg was een stuk makkelijker te rijden. In plaats van slingerend met 60 lekker rustig op de cruise-control met 100 op het doel af. Genieten! Het uitzicht werd er bovendien niet minder om, dus dat was een prima deal. 🙂
We waren al om 11 uur op onze bestemming, maar de lodges bleken nog niet schoongemaakt. Of we ze het genoegen wilden doen om een “normale” tijd terug te komen, zoals een uurtje of twee. Nou was er genoeg te doen, dus dat was geen probleem. De lodges lagen met een uitzicht op Mount Robson (ja echt), met 3954 meter de hoogste berg van de Rockies. Hij was bijna helemaal helder, iets waarvan we later hoorden dat dat maar een paar keer per jaar voorkomt. Hij is zo hoog en ligt zo “alleen” dat hij zijn eigen weer maakt en blijkbaar houdt hij van wolken. We boften dus opnieuw en maakten snel een paar foto’s.
Daarna togen we naar het Visitors Centre een kwartier rijden verderop. Daar regelden we een kaartje van de omgeving en daarna vetrokken we naar een waterval. Ja, het stikt ervan, maar ze zijn allemaal anders en we genieten er nog steeds van. Het zijn niet van die kinderachtige stroompjes, maar er stort tenminste een plons water over de rand! Het paadje ernaartoe was ook leuk: heel veel eekhoorntjes!
De tweede stop was “Reargard Falls” waar de zalmen tegenop springen. Ze springen wat snel voor een foto (misschien hebben we nog een roze streepje op de gevoelige plaat) en wat mij (Karin) betreft mogen ze meteen de pan in springen, maar het was wel een heel erg bijzonder gezicht!
Bij terugkomst waren de lodges klaar en bleken we ingedeeld in de enige cabin met een rechtsreeks uitzicht op de berg! Martijn ging boodschappen doen en tanken in de dichtstbijzijnde plaats: dat was dus Valemount, een half uur rijden verderop. Daar moeten we erg aan wennen, maar het heeft ook wel wat. Bovendien is zo’n plaatsje dan ook niet echt een wereldstad hoor: 1000 mensen is veel! Maar een tankstation en een supermarkt zijn er altijd.
‘s Avonds kookten we, na een borrel met Hilde en Paul, als enigen zelf (pasta) en aten we met uitzicht op de voorbijspringende konijntjes en eekhoorntjes. Daarna een handwasje en lezen en om 10 uur ging echt het licht uit: letterlijk en figuurlijk!

Na een uur wachten en zoeken zijn we het zat: We pakken een taxi naar het hotel waar we gelukkig het adres van hebben. Top voor de groepsdynamica natuurlijk, maar voor de rest toch niet een echt denderende start van onze reis. Na een rit van 20 minuten staan we bij het hotel en regelen we zelf snel de kamers. We besluiten gezamenlijk een hapje te gaan eten en vragen de receptie onze reisleider maar richting het restaurant te sturen als hij verschijnt. Een half uurtje later staat Kris dan toch voor onze neus: Djoser was even vergeten te melden dat het vluchtschema was gewijzigd. Kris stelt zichzelf snel voor, een jonge Canadees van rond de 25, met een behoorlijke ervaring als reisleider en een opleiding als sportleraar achter de rug. Dat belooft leuk te worden!
Om een uur of 9 worden we bij de bus verwacht. We beginnen met het inladen van al onze zooi in de op het eerste gezicht toch vrij kleine bus. Op het tweede gezicht is de bus niet veel groter, al helpt slim indelen en het verstouwen van alle bagage op het dak een stuk. Eerste stop op het programma is het ontbijt.
Een van onze groepsgenoten die heeft zijn eigen hengels meegenomen, en hij besluit achter te blijven om zijn geluk in de rivier te beproeven. Een wandeling van een klein uurtje brengt ons bij de Russian Falls, een aantal watervallen en stroomversnellingen, waar een enorme hoeveelheid zalm probeert tegenop te zwemmen en springen. We genieten van dit prachtige schouwspel en proberen tevergeefs een springende zalm op de foto te krijgen.