7e dag Donderdag 26 Mei 2011

7e dag Donderdag 26 Mei 2011

Een beetje afgeleefde kamer misschien, maar we hebben heerlijk geslapen in deze kamer 6 van Hotel La Gare. Het is er (op het gesnurk van Harro en de piepende deuren na) heerlijk stil en de douche is prima. We sleuren onszelf rond half 9 uit de veren en na een douche checken we uit. Twee deuren verderop eten we een croissant en drinken we een bakkie en dan zijn we klaar voor de rit naar Josselin. Josselin heeft namelijk een enorm kasteel en dat lijkt ons een prima reden om er heen te rijden.  De route over de snelweg is uneventful en ongeveer anderhalf uur later zijn we in Josselin. En opnieuw constateren we dat Bretagne grossiert in eindeloos schattige dorpjes. Halfhouten vakwerkhuisjes, een schattig kerkje en een aantal creperietjes en koffietentjes. In een daarvan strijken we neer voor een bakkie EN om te schuilen voor de regen. Vandaag is het namelijk, in tegenstelling tot de voorgaande dagen, bewolkt en regenachtig. We gaan ervan uit dat dat een vergissing is en dat het straks weer opklaart, maar tot dat moment zitten we overdekt.

Met de koffie achter de kiezen en als het weer droog is, bekijken we eerst het kerkje. Een vriendelijk stenen gebouw uit de 14e eeuw, met prachtig houtsnijwerk en glas-in-lood ramen uit de 15e en de 16e eeuw. Het kindje dat binnen vrolijk loopt te zingen vinden we wel gezellig en we glimlachen geruststellend naar de zwaar opgelaten ouders.

Na de kerk dwalen we richting kasteel. Dit kasteel is nog steeds bewoond, net als de afgelopen eeuwen door de heren van Rohan. Het kasteel is een imposant gevaarte dat met drie torens oprijst vanaf het kleine riviertje er onder. Het kasteel is via een tour te bezoeken, maar we ontdekken dat in het voorseizoen het kasteel pas in de middag opent, rond half 3 en het is nu 1 uur. Jammer, maar daar gaan we niet op wachten.
Als we eromheen gewandeld zijn kiezen we daarom voor het leukste creperietje en daar bestellen we een galette (hartige crepe) met kaas en rauwe ham. Drankje erbij en ondertussen kijken we onze ogen uit in het 16e eeuwse gebouw met deurposten van 1,65 hoog… of eigenlijk laag!

Na de lunch zoeken we de auto op en na een laatste keer zwaaien naar het kasteel rijden we in een half uurtje naar Rochefort-en-Terre, waar we vanavond slapen in La Tour du Lion (de leeuwetoren). Maar, dat blijkt nog niet zo eenvoudig te vinden. BB raakt volledig de weg kwijt en uiteindelijk parkeren we de auto op een parkeerterrein voor 2,50… voor 24 uur (we weten al dat we bij het hotel niet kunnen parkeren) en lopen het dorpje in. Dat blijkt de overtreffende trap van schattig. Stenen en vakwerk huizen uit de 16e eeuw, overal bloemen en hordes toristische winkeltjes. Het aantal toeristen valt mee in deze tijd van het jaar: op een bus japanners en een bus amerikane na is het lekker rustig.
Te voet blijkt het hotel goed te vinden en als we de deur proberen schiet er uit de creperie ernaast iemand naar buiten die op ons afrent en zegt dat hij ons pas rond 5 uur had verwacht maar dat we natuurlijk welkom zijn. Op Harro’s vragende blik schudt Karin haar hoofd: de beste man heeft 5 uur uit zijn duim gezogen, maar hij is erg vriendelijk dus we vergeven het hem graag. Zeker als hij ons door de prachtige eetzaal voorgaat, over een binnenplaatsje, via de schitterende rozentuin, naar een stenen gebouw, waar we via een trapje toegang krijgen tot onze kamer, pardon zaal. We worden binnen gelaten in een schitterende ruimte, met een werkelijk ENORME haard, een prachtig bed, een aparte toilet, wandtapijten, sfeervolle decoraties en een prachtige badkamer met enorme douche en alle benodigdheden. Zelfs Karin, die de kamer heeft uitgezocht, is er van onde de indruk. De man geeft ons twee sleutels: 1 van de kamer en 1 van de zijpoort, om naar binnen en naar buiten te kunnen, en wenst ons een fijne dag.

Wat een verwennerij. Karin klimt op het bed, pakt een boek en is niet van plan daar het komende uur nog uit te komen. Harro besluit zijn outdoor-kriebels (die in Bretagne niet zo goed te krabben zijn) te stillen door een rondje hardlopen. Er is rondom Rochefort een pad van 6 kilometer aangegeven en met de nodige heuvels en dalen lijkt dat een prima rondje hollen. Na een laatste ‘als ik over een uur niet terug ben kom je me wel zoeken he, haha’ verdwijnt hij, met de enige sleutel van de poort.
Na drie kwartier is Karin geamuseerd: 6 kilometer heuvel op en af is toch niet zo makkelijk blijkbaar! Na een uur is ze licht onrustig: dat duurt toch wel even. Na anderhalf uur is het niet grappig meer, vooral omdat ze nergens heenkan. Ze probeert Harro’s telefoon, die natuurlijk nog op de kamer ligt. Ze belt het hotel (om uit het gebouw te komen), maar er wordt niet opgenomen. Ze laat een briefje achter en probeert via drie deuren op straat te komen, die alledrie op slot zitten. Uiteindelijk belt ze zelfs Martijn, om even rustig te worden. Als ze hem aan de lijn heeft hoort ze de poort. Een doodvermoeide Harro komt zwetend aanlopen en heeft een verhaal over missende (of misschien gemiste?) bordjes. Hij heeft ongeveer 15 kilometer gelopen is steeds grotere haast om terug te komen…

Als Harro is gedoucht, de fles water heeft leeggedronken, zijn twee blaren heeft ingepakt en we er allebei weer om kunnen lachen (outdoor-kriebels? wat zijn dat!) wandelen we het dorpje in. Een wijntje en iets te eten gaan er wel in. Naderhand vallen we in de weldadige stilte, in het ENORME bed in slaap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.