Vancouver – Victoria

Vancouver – Victoria

We hebben geslapen als een blok, maar rond vier uur is het wel zo’n beetje op. Niet zo gek als je bedenkt dat we er al om 8 uur in lagen, maar een beetje jammer is het wel. We draaien ons nog een paar keer om en lezen wat, maar uiteindelijk gaan we er toch maar uit. Rustig douchen, beetje in de tassen rommelen en om zes uur zitten we aan het opntbijt. Best handig, hotels vlakbij een luchthaven waar ze gewend zijn aan vroege vogels! Het ontbijt is standaard-keten-hotel-voer (Karin bakt haar eigen wafel; Martijn eet toast met beleg, de koffie is smerig, de thee prima en de koude melk uitstekend) en we besteden er niet al teveel tijd aan.

We besteden nog wat tijd aan het in Foonie zetten van de komende bestemmingen en dan checken we uit en gaan we op weg. Het weer werkt heerlijk mee: het is zonnig en bijna windstil. De route naar Tsawwassen is kort, een minuut of 20, en het enige boeiende er aan is dat de afslag die we uiteindelijk hebben de laatste is vóór de grensovergang met de VS. We hebben ons vorige keer nauwelijks gerealiseerd hoe dicht bij de States eigenlijk zijn, maar nu is er geen ontkomen aan.

De ferry naar Victoria vinden en een kaartje kopen is een eitje. Het is half 8 en dat blijkt een uitstekende tijd om in de rij te staan. Op de weg er naar toe komen we borden tegen die zeggen ‘no delays, 65% full’ wat betekent dat we na enig wachten eenvoudig een kaartje kopen vanuit de auto. Een beetje alsof je een tolhokje passeert. We staan daarna nog even in rij 32, achter een rij vrachtwagens, maar al snel rijden we aan boord. We zetten de auto op de handrem, sluiten ‘m af en gaan met tas en al naar boven. Dat was simpel!

We vinden een heerlijk plekje, trekken een trui aan (echt warm is het niet en we verwachten dat het op het water nog kouder is) en wachten tot we vertrekken. Voor ons laat een football-team met enthousiaste spelers zich lawaaiig intapen. De captain waarschuwt ‘pas op, harde toeter’, toetert drie keer en we vertrekken. Stipt om 8 uur. Het schip doet een ‘pirouette’ en daarna zitten we lekker in de zon.

De tocht is rustig: het waait nauwelijks, we zitten lekker in de zon en met een kopje Starbuckskoffie veregeten we al snel de afschuwelijke koffiesmaak van vanochtend. Jas aan (ja het is echt wel fris en Vancouver Island lijkt ook wat frisser te worden dan Vancouver) en na een korte oversteek varen we al snel tussen de eilanden. Wat iws British Columbia (BC) toch mooi! Bij één eiland lijken er zeehonden of aanverwanten op de rotsen te liggen, maar het is te ver weg om het goed te zien. De tijd vliegt en na anderhalf uur meren we stipt op tijd aan in Schwartz Bay. Het is 5 over half 10 en Victoria ligt een half uurtje rijden verderop!

 

Maar: meteen doorgaan naar Victoria is niet de enige optie en uiteindelijk rijden we eerst naar de Vlincertuin. Officieel de Victoria Butterfly Garden, al ligt het op zeker 15 minuten rijden van de stad in een ánder stadje, maar goed. We zijn er binnen een kwartiertje rijden en het is binnen nog lekker rustig. De 1 1/2 uur daarna vermaken we ons uitstekend met alles dat er binnen vliegt en fladdert. Behalve vlinders zijn dat papegaaien, allerlei kleine zangvogeltjes en een aantal flamingo’s. Maar vooral veel, heel veel vlinders en ze zijn prachtig! Er vliegen zo’n 70 soorten (!) door de tuin en we zien en fotograferen een groot aantal. Martijn is een vlinderhit, want er landt er eerst één in zijn nek en daarna ‘rijdt’ er eentje 15 minuten mee op zijn rugzak. We kijken en klikken en vermaken ons zoals gezegd prima.

Als we uitgekeken zijn wandelen we naar buiten en rijden met behulp van Foonie in één keer naar ons hotel in Victoria, de James Bay Inn. Daar zijn we te vroeg om in te checken, maar we kunnen er wel de auto gratis laten staan, even naar het toilet en wat water drinken. Dan zijn er er klaar voor. We laten de tassen in de kofferbak en gewapend met een rugzakje vertrekken we de stad in.

Het komt ons meteen weer enorm bekend voor. Als we de straat van het hotel (met prachtige houten, victoriaanse panden) uitgelopen zijn, wandelen we voor bij het Royal Britisch Columbia Museum, de Parliament gebouwen, het Empress Hotel… We zien de haven… en oh! De bootjes waarmee we vorige keer op ‘wallvisjacht’ zijn geweest. Dat was toen in een zodiac met 12 man, in knalrode survival-pakken. Erg gaaf, maar er is tegenwoordig ook een soort super-zodiac, met opbouw, waar je ook binnen kunt zitten; van alle gemakken voorzien. We kijken elkaar aan: we kunnen natuurlijk even gaan kijken… En voorspelbaar genoeg gaan we voor de bijl. Er is weliswaar vandaag nog niets gezien (het was vanochtend ontzettend mistig rondom Victoria), maar het weer is geweldig en als we vandaag niets zien hebben we tenminste nog tijd om (gratis) in de herhaling mee te gaan. Dus: rond 3 uur verzamelen voor de deur en totr die tijd veel plezier!

Dat laten we ons geen twee keer zeggen en we gaan op zoek naar lunch. Daarvoor hebben we ‘Jam’ op het oog, volgens zowel de LP als Tripadvisor een hit. In de rij staan is eerder regel dan uitzondering en dat blijkt als we aankomen. Er staat een rij van minstens 12 mensen. Hmm, voor het feir dat we ‘nu’ wat willen eten is dit wat teveel van het goede! Daarom op zoek naar nummer twee, John’s Place. Van buiten ziet het er leuk-ouderwets uit en binnen is het afgeladen! Als we binnenkomen slaat een golf van gluid over ons heen. En… er is nog precies één tafeltjes voor twee! Dat is mazzen en zoals we wel vaker hebben meegemaakt is lunchen in een ‘diner’ een belevenis. De dames schieten in de rondte en noemen iedereen ‘dear’ en ‘honey’; de muren hangen vol met voor het merendeel gesigneerde foto’s van film-/sport-/willekeurige helden en het eten blijkt uitstekend. Nadat we alle keuzes hebben gemaakt (whole wheat of liever sourgough? with a topping of liever zonder? whole or half? etc.) genieten we van de enorme berg eten.

Bijzonder voldaan wandelen we terug naar het hotel, waar we in de lobby een tijdje rustige zitten. Beetje nieuws browsen, wat water drinken, dikke trui pakken uit de bagage… Uiteindelijk vertrekken we om hwalf 3 en uiteindelijk melden we ond 5 voor 13 bij de balie voor onze instapkaarten voor ons walvistripje.

Het aantal mensen valt, in verhouding tot de boot, enorm mee. Met 32 zijn we, plus Jen en Lindsay, de biologen aan boord en John, de schipper. Lindsay blijft bij ons op het bovendek als we vertrekken. Veiligheidsinstructie, uitleg over de plannen en een paar minuten daarna varen we de haven uit, waarna de schipper de gashendel opendraait. WAUW! We vliegen over het water, minstens net zo hard als een zodiac. Het water is bijna vlak en de zon straalt, en met een dikke fleece en een jas is het goed toeven op het bovendek. We zijn nog maar een paar minuten onderweg als Karin Lindsay attendeert op een beest in het water. Lindsay overlegt even met de schipper. Het is een zeeleeuw zegt ze, maar de schipper heeft haast. Hij heeft gehoord dat er orka’s zijn, maar ze zijn onderweg. Het is dus zaak ze te onderscheppen voor ze weer verdwenen zijn…

En dat lukt: na een klein half uurtje racen zien we een kluitje bootjes bij elkaar en als we dichterbij komen zien we ineens… ja, daar! Een enorme rugvin glijdt door het water: een orka! De uren daarna is het bal. We zien uiteindelijk bijna alle leden van J-pod, een groep van 26 orka’s die deel uitmaken van de Resident Orca’s. Dat is een groep bestaande uit ongeveer 80 orka’s, die alleen maar zalm eten; in tegenstelling tot de Transient Orca’s, die zeezoogdieren eten. Hoewel de groepen officieel tot dezelfde soort behgoren, is de verwachting dat daar de komende jaren een ander besluit over wordt genomen. De beide groepen orca’s hebben namelijk als meer dan 700.000 jaar niet meer met elkaar gepaard, is uit recent onderzoek gebleken. Dus of het nu nog dezelfde soort is… Hoe dan ook J-pod is een gezonde subgroep met een aantal jongen èn een overgrootmoeder, die – is de schatting – meer dan 100 jaar oud is! Ze is in 1911 voor het eerst geindentificeerd en ‘Granny’ doet het nog steeds uitstekend!

En ze zijn prachtig, de orka’s. We kunnen er nauwelijks genoeg van krijgen, al is fotograferen van deze beeste een frustrerende aangelegenheid, vooral als ze zoals nu aan het jagen zijn. Heel hard gaat het niet, maar ze veranderen (ook onder water) voortdurend van richting. We kunnen er wel om lachen: zo lang het uitzicht zo geweldig blijft… En dat blijft het. Zo zeer zelfs dat als we op het punt staan om om te keren, we een berichtje krijgen dat de captain een reden geeft om plankgas te geven en nog even niet aan terug gaan te denken. Er zijn twee bultruggen gezien! Dat is uniek, zo vlak onder de kust als waar we nu zitten, maar je hoort ons niet klagen. Als we aankomen zien we nog net twee ruggen en vervolgens twee staarten omhoog gaan. Een prachtig gezicht, maar dat betekent een diepe duik voor de walvissen, dus helaas. We blijven een minuut of 10 wachten en dan besluit de captain ons nog een laatste blik op wat orka’s te gunnen. Hij vaart naar de kust … en voor ons zien we de bultruggen blazen, nog eens blazen en weer onderduiken, opnieuw na het zwaaien met een mooie staart. Als iedereen nog ah’t en oh’t springt er voor ons neus een orka uit het water… WAUW!

Helemaal hieper varen we vervolgens in vliegende haast terug naar Victoria, waar we keurig om half 7 op de kade staan. Het weer is zo mogelijk nog mooier geworden en in heerlijk zonnetje stappen we van boord, nadat we Lindsay bedanken voor een GEWELDIGE walvistrip en al haar uitleg. Wat was dat een geweldige keuze om nu al te gaan: een gok die spectaculair goed is uitgepakt.

We zijn wel bekaf en wandelen meteen naar Garrick’s Head, een pub met meer dan 50 lokale biersoorten op tap en – zo blijkt – prima pubfood. We nemen allebei een pint ‘Summer’ (ja, Karin ook) en proosten op een geweldig begin van de vakantie…. Terug in het hotel checken we in en ondanks ons vaste voornemen om niet voor half 10 te gaan slapen, halen we kwart voor 9 en dan zijn we al twee keer televisiekijkend BIJNA in slaap gevallen. Tijd om het op te geven…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.