Port Alberni – Ucluelet

Port Alberni – Ucluelet

Zoeoeoef, klikklikklikklik… Verbaasd doet Karin een oog open. Wat is dat? Het blijkt de gazonsproeier die aanspringt en al klikkend in de rondte begint te sproeien. Ruim voor zonsopkomst, dus nog wat vroeg om op te staan. De tweede keer dat de ogen open gaan is het half zeven en dat klinkt als een veel betere tijd. We hebben prima geslapen en het ontbijt van onze B&B blijkt ook al erg de moeite waard. Vers gemaakte muesli met yoghurt en vers fruit, een ommeletje, spek (voor Martijn) en een heerlijke, verse bosbes-limoen muffin. Sapje erbij, kopje thee (we leren snel; koffie van andere locaties dan een echte koffietent dient ècht vermeden te worden) en ondertussen kwekken we gezellig met gepensioneerde accountant Dave en al even gepensioneerde lerares Sharon. Het is gezellig en tegelijk niet zo klef dat we niet weg kunnen. Een prima combi en meer dan tevreden gaan we na het ontbijt op stap. Het weer is fantastisch en het beloofd heet te worden.

Eerst rijden we voor koffie naar Steampunk, het tentje dat inderdaad uitstekende koffie-to-go blijkt te hebben. En dan rijden we terug, een kilometer of 17 over de snelweg, naar een parkeerplaats langs de weg waar we Cathedral Cove bekijken. Op dit moment nog redelijk rustig en daar profiteren we van. We wandelen de twee loops, elk van een kilometer, tussen de Douglas sparren en cederbomen van honderden jaren oud en tientallen meters hoog. De oudste is 800 jaar oud en meer dan 70 meter hoog. Ter vergelijking: de boom was al 300 jaar oud toen Columbus in Amerika landde en is hoger dan de toren van Pisa (die om onduidelijke redenen als vergelijking wordt aangehaald)! Het is erg mooi, al zijn we blij dat we het zo vroeg doen. Als we weg gaan beginnen de twee kleine parkeerplaatsen als stampvol te raken.

Daarna gaan we er voor: nu de kreukels uit de benen zijn besluiten we om in één keer door te rijden naar Ucluelet. Deze route moeten we helaas over een paar dagen ook weer terug, dus het is fijn dat het een mooie route is en alleen het laatste stukje vreselijk bochtig. We rijden tussen de bergen door, langs een riviertje (dat zich af en toe verbreed tot een enorm meer), tussen groene naaldbomen en met boven ons een knalbauwe lucht met een stralende zon en wat schapenwolkjes. Het kost ongeveer een uur een drie kwartier om bij het Visitors Center van het Pacific Rim NP te komen, dat op de splitsing van de weg naar Ucluelet (links) en Tofino (rechts) ligt. We vragen wat informatie op, nemen kaartjes en foldertjes mee en slaan daarna links af. Ucluelet of ‘Ukee’ voor de locals, is (de naam lijkt het al te zeggen) het kleine zusje van toeristisch Tofino en blijkt een klein, wat slaperig dorpje, op een geweldige locatie. Net buiten het Pacifi Rim NP heeft het prachtige wandelpaden, een aantal goeie restaurants en café’s en een stapel touroperators naast de gebruikelijke zaken als een bank, een supermarkt, een postkantoortje en een paar kleine winkeltjes.

Om te beginnen kijken we of de Rainforrest Maiden er ligt, het schip van All en Toddy. Dit echtpaar organiseert – zo hebben we uit betrouwbare bron vernomen – geweldige wildlife tours met hun eigen huis op het water. Het ligt er niet, maar dat is ook niet zo vreemd: al;s het goed is zijn ze onderweg. We proberen het straks nog een keertje en gaan eerst een hapje eten. Bij Ukee Dogs, een klein tentje dat hotdogs van allerlei soort en (gelukkig voor Karin) zalige zalmbroodjes serveert. We bestellen een dog (Tijn) en een zalmbroodje (Karin), iets drinken en ploffen neer op een picknick tafel buiten, met uitzicht op het water en het prachtige landschap rondom Ucluelet. Het eten is lekker en de enige reden dat we opstaan is dat het zonnetje erg brandt en we ons niet hebben ingesmeerd. Met een chocolate chip cookiie voor onderweg gaan we er vandoor.

Omdat we voorlopig nog niet kunnen inchecken rijden we richting de absolute landpunt van Ucluelet. Als Martijn optrekt staat hij bijna meteen weer stil. Er steekt een black tailed deer (een ondersoort van de muildierherten) over, dat na enig aarzelen een tuin inloopt. Karin vervloekt zichzelf (waar is dat fototoestel), grijpt haar telefoon en maakt een plaatje, terwijl het hertje verdwijnt en een voorbij lopende lokale dame met een tas vol boodschappen ons minzaam toelacht. Rare toeristen, een hert fotograferen… Als het hertje achter het huis is verdwenen rijden we door naar de Lighthouse Loop, een klein deel van de West Coast Trail. We parkeren de auto en gaan onderweg.

De Lighthouse Loop is maar 2 kilometer lang, maar erg de moeite waard. We krijgen veel groen,maar nog meer schitterende uitzichten te zien. In het zonnetje en dat terwijl het op het water, een paar honderd meter uit de kust, potdicht zit van de mist. Het vuurtorentje en een dichtbij gelegen loei-boei toeteren om het hardst om aandacht. We wandelen, klikken plaatjes en omdat iedereen op het loopje dezelfde kant uit wandelt, heb je nauwelijks last van mede-toeristen. Dus onder de altijd fijne discussie of er nu wèl of géén wildlife van het gevaarlijke soort wordt gespot (“natuurlijk niet” “maar waarom vertellen ze dan wat je moet doen als je een wolf/beer/poema tegenkomt?!”) lopen we ongestoord en uiteraard zonder iets gevaarlijks te zien, een rondje. We zien zoals gezegd wel fantastische uitzichtjes èn een voorbij vliegende zee-arend.

Terug in het stadje kijken we eerst of het schip er al is. Nee, maar er is wel een visser aangekomen, die op het dok zijn netten uitspreid. “Tijd voor de meeuwen om aan het werk te gaan”. En inderdaad: tientallen meeuwen zitten op een afstandje al te wachten en kijken naar de netten die vol ‘bijvangst’ zitten. Veel heilbot(jes), maar ook twee enorme roggen en zelfs een kleine haai, die door de vissers op het dok wordt gesmeten. Als Martijn naast Karin komt staan die over het water uitkijkt zegt ze “ik keek even of er geen zeehonden ofzo zijn, die zijn meestal slim genoeg om in de buurt te komen”. Ze heeft haar zin nog niet afgemaakt, of een grote zeeleeuw steekt zijn kop boven water, maakt een soort onder-water salto en verdwijnt weer, terwijl in de verte twee zeehonden komen aanzwemmen. We moeten er om lachen en staan in het zonnetje een tijd te kijken naar de vissers, de vissen, de meeuwen, de zeeleeuw en de zeehonden.

Daarna bezoeken we de supermarkt (voor wat drinken), de drankwinkel (ook al voor iets drinken) en net als we willen wegrijden zien we de Rainforrest Maiden binnen komen. Ze meert aan en we wachten wat mensen op die van boord komen. Die zijn super enthousiast dus onze laatste twijfel (voor zover die er al was) is verdwenen: deze mensen moeten we hebben. Ze blijken ontzettend aardig, hebben de komende dagen nog plek zat en heten ons van harte welkom als we mee willen. Dat willen we: morgen maar, dan hebben we een dag speling als er iets mis gaat (met het weer ofzo).

Tevreden rijden we rond vier uur naar Coast & Toast, de B&B waar we welkom worden geheten door Fay. Ze blijkt een erg aardige vrouw die ons naar één van de drie prachtige kamers brengt. Nouja, eigenlijk bijna mini-appartementjes, met een eigen deur, een eigen badkamer, een koelkast, thee en koffie faciliteiten… Het ziet er fantastisch uit, is lekker rustig, nouja, kortom, ook al een locatie om blij van te worden. We worden nog blijer als Fay voor ons wil reserveren bij Norwoods, hèt restaurant van Ucluelet. Het is morgen en overmorgen dicht dus we proberen het vanavond. Fay gaat voor ons bellen en laat het ons weten, terwijl wij ons installeren op de kamer. De komende anderhalf uur doen we ‘niets’. Met een boekje. En een kopje thee.

Tot Fay ineens voor de deur staat: ze is net pas terug gebeld en we hebben een tafeltje. Om zes uur, dat wil zeggen over een kwartier. Volgens Fay is het een klein kwartiertje lopen, dus we trekken in de recordtijd van twee minuten iets anders aan, pakken een klein tasje in een ‘rennen’ de deur uit. Via een binnendoor route in Ucluelet is nog best spannend. Dat wil zeggen: nu niet, maar we nemen ons wel voor om terug te zijn voor het donker is want er is nergens verlichting. De hoofdlampjes zitten voor de zekerheid in de tas. We wandelen stevig door en halen het keurig op tijd. We krijgen een tafeltje aan de bar en wat volgt kan niet anders worden omschreven als ‘dinner & a show’. Het eten is werkelijk fantastisch, net als het lokale bier (Martijn) en de wijnen (Karin). We hebben er absoluut geen spijt van dat we hier eten en balen dat we dat niet nog een avond over kunnen doen.

Wat dan de show is? De barman annex ober die ons bedient. Hij is goed in het maken van cocktails en het inschenken van drankjes, maar hij is werkelijk overal anders slecht in. Hij mummelt onverstaanbaar, neemt bijna Karin’s nog halfvolle glas mee, vergeet ons brood in te voeren (waardoor iedereen om ons heen die na ons komt al iets heeft en wij nog wachten) en krijgt het tot overmaat van ramp voor elkaar om ons in plaats van het voorgerecht van zalm, het hóófdgerecht van zalm te serveren, waardoor we bijna twee hoofdgerechten hebben in plaats van een voor- en een hoofdgerecht! Gelukkig hebben we het in de gaten, net als zijn ervaren, vrouwlijke collega, die de boel in no time rechtzet en hem dan duidelijk verbiedt nog iets met ons te bespreken, anders dan de drank. Dat hij zelfs dat nog verknalt maakt dat we bijna ècht de slappe lach krijgen. Het is te hilarisch slecht om ons aan te ergeren en hij is zo duidelijk een uitzondering dat we het de tent graag vergeven. Maar zoals Karin zegt “als dit iets anders is dan zijn eerste week zou ik zeggen gooi hem er uit!”. We durven het niet te vragen.

Uiteindelijk lopen we door de schemering naar huis. We kunnen nog net de weg vinden, dus later had wat ons betreft niet gehoeven. Vrolijk duiken we ons bed in. Morgen beestjes kijken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.