Ucluelet – dag 1

Ucluelet – dag 1

We hebben heerlijk geslapen, maar worden helaas wakker van druipend water. Niet omdat het regent, maar omdat de mist zo dik is dat die op huizen waterdruppels vormt, die langzaam van de goot druppen. Hmmm, het zit goed dicht (we horen de vuurtoren), dus we zijn benieuwd of we gaan varen. Eerst ontbijt, dat Fay ons om acht uur op de kamer serveert. Dat voelt luxe en het eten is weer eens heerlijk: vers fruit, twee eitjes in ham en twee versgebakken scones. Appelsap en koffie en we zijn meer dan tevreden.

Als we onze tas aan het inpakken zijn klopt Fay op de deur: helaas, de tocht is met twee uur uitgesteld. Hmmm, dan hebben we tijd over, want we waren al aan de vroege kant. Dan maar eerst het park in. Onder de bomen is het vast droog-achtig. We pakken de auto, halen een park-pass bij het Visitors Center en rijden naar het eerste rondje. Dat is een wandeling over vlonders, door een soort veengrond. Karin kwekt er wat zenuwachtig op los; er worden wilde dieren gespot vanaf deze paden en die moeten vooral niet van je schrikken. Het gaat wat tegen onze opvoeding in, maar in deze natuurparken wil je niet te stil zijn! Het rondje is nog zo goed als verlaten en we zien niets, behalve de prachtige omgeving en prachtige, met mist beparelde, spinnenwebben.

Het visitors center aan de kust ligt er nog wat verlaten bij, maar heeft een aardige mini-tentoonstelling over de gebruiken en geschiedenis van de First Nations People. Het strand waar het op uitkijkt, Long Beach, is grijs en mistig. Het is laag water en het strand is breed. Een stuk verderop is een surfklasje bezig de beginselen onder de knie te krijgen. De perfecte achtergrond voor een weemoedige film waar de eenzame held zich afzondert van de wereld en zijn gebroken hart afschermt van de brute omgeving… Het beeld wordt ruw verstoort door een tweetal kniekous en sportsokken dragende bejaarde Amerikanen… Tot zover. Met een grijns vertrekken we weer naar de auto.

Op naar het volgende rondje. Dat is eigenlijk een dubbele ronde, maar we hebben er nog tijd voor één. We kiezen voor de ronde die ons dwars door het deel van het bos brengt waar het regenwoud overgaat in kustvegetatie. Het is al iets drukker aan het worden, maar gelukkig zien we aanvankelijk alleen op de parkeerplaats mensen. Als we het pad op stappen klinkt in de verte een soort hondengejank… Erg kort en wat onduidelijk, maar het zal toch niet… De tweede huil is onmiskenbaar. Eindeloos lang, varierend in hoogte en we hebben meteen kippenvel over ons hele lijf. Een wolf! Een wolf? Kan dat hier? We hebben er wat over gelezen op de borden, maar 11 jaar geleden was dat zoiets als een verwijzing naar de verschrikkelijke sneeuwman. Nog twee keer klinkt de hoge, lange roep, voor het stil wordt en elke keer zijn we er zekerder van: dit moet een wolf zijn. Wat waanzinnig! Helemaal opgetogen en een tikkie nerveus wandelen we het bos in. We horen en zien verder geen beesten meer (ook geen vogels: zouden die stil zijn geworden van de wolf?), maar het bos is schitterend. Eeuwenoude bomen, bedekt met mos, omgevallen woudreuzen, varens, 101 kleuren groen en een gevoel… het voelt en klinkt oud, dit bos. Majestueus. Alsof je door een stille kathedraal loopt en of het nu je geloof is of niet; je moet wel onder de indruk zijn van het gebouw.

Diep onder de indruk komen we na een dikke kilometer het bos weer uit. Wauw… We kijken op onze horlogse: oh dear, nu moeten we alsnog een beetje haasten. Gelukkig zijn we helemaal voorbereid en we rijden in één keer door naare Ucluelet, waar we nog snel een koffie halen en een koek, voor we ons om 11:40 melden op de kade, bij Toddy. Ze laat de keuze aan ons: het weer LIJKT snel beter te worden, maar de kansen zijn 50/50 dat we alsnog een redelijk mistige dag houden. Als we willen mogen we morgen komen. We kijken naar boven, waar op dat moment de zon door de wolken breekt, kijken naar elkaar en “kom maar op, we gaan graag met jullie mee!” We betalen en lopen naar de boot waar All de boot in orde maakt. We kijken in de verte. Hmmm, dat lijkt verdacht veel op een zwarte beer, maar het is te ver om goed te zien. Bovendien hadden we dan vast al aan boord gezeten om die kant op te gaan. Op dat moment komt All naar buiten: “Mensen, normaal doen we eerst introducties en veiligheidsinstructies en dat soort dingen. Maar we hebben een noodgeval. Er is namelijk een zwarte beer gespot. Dus ehm, kom NU aan boord, dan brengen we jullie er heen en de rest volgt later.” Ha, dus toch een beer! Dat begint geweldig!

En dat blijft het. We zien eerst de enorme zwarte beer, die over het strand scharrelt maar helaas na een paar seconden het bos in loopt als we dichterbij komen. Niet gestressed, meer alsof hij er klaar mee is, met het strand. Het is hoog water en er is niet zoveel te vinden. Daarna zien we, nog steeds vlakbij de haven, een zeearend, dan nummer twee en dan twee jonge zeearenden! Daarna krijgen we veiligheidsinstructies en introducties en een uitnodiging om ons vooral thuis te voelen. En dat doen we eigenlijk meteen. All en Toddy zijn vissers geweest en toen de garnalenvisserij instortte, zijn ze gaan doen wat ze eigenlijk al die tijd het leukste vonden: mensen de schoonheid van Ucluelet, de Broken Islands (deel van hnet Pacific Rim NP) en de omgeving laten zien. Ze doen het met verve. Als ze ons meenemen de baai uit zien we achtereenvolgens californische zeeleeuwen, stellar zeeleeuwen, zeehonden, nog meer zeearenden en vervolgens – superschattig – zeeotters! Die komen de laatste jaren eindelijk terug en ze zijn echt geweldig. Lenig, pluizig, handig en snel en we zien er uiteindelijk wel vijf. Uitzonderlijk veel, vertelt een opgetogen All.

Als ze door hebben dat we vogels ook leuk vinden wijzen ze ons op allerlei bijzondere (en heel gewone) zeevogels, al blijven de zeearenden natuurlijk het meest indrukwekkend. Na een wat stuiterig deel van 1 1/2 uur varen we het gebied tussen de Broken Islands in en het is prachtig. All vertelt over de geschiedenis van de First Nations People, over eilanden waar eigenwijze Europeanen ooit een hotel bouwden, over de Japasne gemeenschap in Ucluelet. En over de walvissen en de walvisjacht en over hoe de grijze walvissen en bultuggen langzaam, weer terug komen. Maar niet dit jaar lijkt het: ze hebben al meer dan een week geen walvis gezien en ook wij hebben de hele middag pech. Maar: niet getreurd: het weer is inmiddels zover opgeklaard dat we de hele middag (op uiteindelijk de laatste vijftoen minuten na) in de zon varen! Tussendoor vragen we Toddy naar het wolvengehuil en ze verzekert ons dat dat kan. Ze is jaloers: ze heeft zelf vier keer een wolf in het gebied gezien, in de stille periode, maar er nooit één horen huilen. Rond drie uur ankeren we in een beschutte baai, met een fantastisch uitzicht, voor lunch. We hebben gekozen voor de luxe optie: zalm van Norwoods en dat is geen straf, zoals we sinds gisteravond weten. En zonder de onervaren (of onhandige) ober en mèt het fantastische uitzicht is het nóg leuker.

Ook na de lunch is het prachtig; we varen langzaam vanaf de eilanden naar de kust en langs de kust, speurend naar beren, varen we naar de haven. Als we er bijna zijn horen we dat dezelfde beer als vanochtend weer op het strand loopt. Toddy en All zijn bijna blijer dan wij zelf! Helaas laat de beer zich ook nu maar een paar minuten zien (in de schaduw: prutfoto’s), maar hij is prachtig! Als we uiteindelijk het schip vastleggen duikt schter ons een zeeleeuw op… Het is zes uur: we hebben meer dan zes uur op de boot doorgebracht, we zijn kapot en het was echt een superdag!

We sluiten af met een snelle hap bij Hank, een restaurantje twee straatjes verderop en gaan dan naar onze B&B, waar we de avond doorbrengen met zo weinig mogelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.