Ucluelet – Port Hardy

Ucluelet – Port Hardy

Stipt om 7 uur genieten we voor de laatste keer van een Fay-ontbijtje. Verse wafels vandaag, met bosbessen. En hebben we verteld dat er gisteren versgebakken chocolate chip cookies stonden? We hebben weer heerlijk geslapen en het is zo stil… Wat een fijne plek is dit! We vertellen dat ook aan Fay, voor we wegrijden. Hopelijk ‘tot ziens’, in plaats van ‘dag’.

De weg naar Port Alberni is bekend terrein en ondanks het geslinger, wat het voor Martijn inspannend rijden maakt, gaat het heel snel. Het is goed weer: halfbewolkt, met een zonnetje, al wordt het richting Port Alberni bewolkter. We halen koffie daar, in een bakkerijtje, nadat we natuurlijk even hebben gekeken of de beer nog op het strand loopt. Karin denkt een glimp van hem op te vangen, maar het deel waar hij zou moeten zitten is afgesloten voor de vis-wedstrijd van dit weekend. We kunnen er niet stilstaan, dus we besluiten dat Karin het zich heeft verbeeld (beter voor de gemoedsrust) en gaan koffie halen. Als we wegrijden, het dorp uit, trappen de auto’s voor ons ineens op de rem… omdat een moederhert (black tail deer) met twee jongen de weg overstreekt! Het lukt niet om een plaatje te maken, maar we krijgen een prachtige blik op de moeder en één van de nog gespikkelde jongen. Bambi!

Daarna rijden we eigenlijk in een lange ruk (met twee korte rook-/plas-/benen-strek-pauzes) door naar Port McNeill. De route is mooi en wordt steeds mooier èn rustiger. Het gaat verrassend snel, vooral omdat we tot onze verrassing op een groot deel van de snelweg tot Campbell River 120 km/uur mogen rijden! Met meerdere banen snelweg schiet het lekker op. Na Campbell River wordt de weg tweebaans, maar hij blijft ruim en we mogen nog steeds 100 en daarom zitten we rond 2 uur aan de lunch, in Port Mc Neill. We eten pubfood (een sandwich met lokale verse vis voor Karin; een BLT en een broccoli-cheddar soepje voor Marijn), in een stadje dat meer aandoet als een dorp, maar één van de regionale vervoershubs is. We beginnen echt noordelijk te komen.

Na de lunch rijden we een klein stukje terug op de snelweg en dan via een zijweg naar Telegraph Cove. Dat is net zo schattig als we hoopten en dachten. Een piepklein dorpje, gebouwd op palen, langs vlonders, rond een haven. Inwoners in de winter? 4! Inde zomer zijn het er meer, maar zelfs in deze laatste piek van het seizoen (de dame waar we koffie halen zucht over de drukte… terwijl we samen ‘in de rij’ staan met één ander stel) is het er rustig. Vissers maken vis schoon op de steiger, de dame achter de balie waar we betalen voor het parkeren neemt uitgebreid de tijd voor een praatje en de dame van Stubbs Whale Watching neemt ook de tijd. Want dat is de reden dat we er nu al zijn: we willen boeken voor een walvistripje, want Telegraph Cove is ‘the place to be’ voor onder andere orka’s. Ze heeft plek zat morgen en overmorgen, zegt ze. Het weer is wat aan het omslaan; de komende dagen beloofd het niet heel erg lekker te worden. Morgenochtend lijkt de beste gok, dus we boeken een tripje voor morgenochtend, 9 uur. Dan nemen we ook de tijd voor het bekijken van dit schattige dorpje.

Nu rijden we terug naar Port McNeill en dan door naar Port Hardy, onze eindbestemming. We vinden de Glenn Lyon Inn aan het water, net vóór het dorpje, op een minuut of 15 wandelen. Het doet wat verlopen aan, beneden, maar we krijgen een ruime kamer, met twee enorme bedden en het allerbeste: een fantastisch uitzicht op het water! We lopen meteen door naar ons balkon: wat ís dat geplons. Het blijkt zalm. En niet een beetje: de beroemde zalmtrek zwemt letterlijk echt onder ons raam en de zalem lijken te oefenen met stroom opwaarts zwemmen. Er springt letterlijk elke paar seconden wel ergens een zalm. Het ziet er super uit en we blijven een tijdje staan kijken, naar de zalm, het uitzicht over het water… We worden er blij van. En ontspannen. En een tikkie slaperig…

We sleuren onszelf weg van het raam en wandelen naar het ‘centrum’ van het gehucht Port Hardy. We gaan eten bij de Sporty Bar en dat blijkt inderdaad de plek waar alle mensen zijn. Nouja. Maar je snapt wat we bedoelen. We eten een prima burger, drinken een drankje en wandelen dan terug naar het hotel. Onderweg zien we bordjes met het verzoek om beren niet te voeren en wolven af te schrikken, zodat ze niet aan mensen wennen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.