Van Trieste naar Divaca

Van Trieste naar Divaca

Hmmm, een heel geweldige nacht was het niet met de keiharde bedden en de loeiende sirenes. Het ontbijt maakt wat goed: niet alleen maar zoete broodjes, maar ook yoghurtjes, muesli en zelfs vers fruit. Verrassend genoeg is de koffie niet te drinken. En dat in Italië! We betalen, checken uit, halen de auto, leveren de sleutel van de garage in en dan gaan we ervan door, terug naar Slovenië.

Eerste stop: Lipica! Dit dorpje is al eeuwen bekend (voor wie het überhaupt kent) door de Lippizaner-stoeterij. Hier komende oorspronkelijke Lippizaner-paarden vandaan en tot op de dag van vandaag wordt er mee gefokt en worden er shows gegeven. Als we aankomen is het rustig en zien we net de paarden in een koraal gelaten worden. Mooi: we zijn op tijd om ze naar de wei gebracht te zien worden! We kopen een kaartje. Hoewel je ook een trainingssessie kunt meemaken, kiezen wij voor een rondleiding over de stoeterij en door de stallen.

We zien de eerste groep paarden richting de wei gaan: aanvankelijk rustig, maar al gauw gaan ze er in getrekte draf vandoor. We staan ons net te verheugen op de rust als we een ENORME groep Engelsen en Amerikanen aan zien komen. Helaas: ze willen inderdaad dezelfde rondleiding. Gelukkig blijken we een leuke, vlotte gids te hebben, waar we ons praktisch naast wurmen en die ons tussen de officiële verhalen door nog van alles vertelt. En het is leuk!

Om te beginnen zien we de tweede groep paarden (allemaal merries) langs ons heen draven naar de wei. Daarna zien we de oudste stallen, waar de tophengsten staan. Deze temperamentvolle beesten zijn degenen die de show stelen. De heren zijn nu rustig en nieuwsgierig, maar de putten in de stenen muur laten zien dat het niet altijd zo is! Onze gids vertelt over de paarden en de geschiedenis. De naam Lippizaner komt van Lipica, wat weer komt van het Sloveense woord voor lindenboom, het nationale symbool van Slovenië. Slovenië was heel lang geleden één van de eerste democratiën en er werd altijd gestemd onder de lindenboom in het centrum van het dorp. De paarden zijn een mengeling van Lippizaner met delen van andere sterke en mooie rassen en zijn bekend om hun witte kleur (de haren worden wit zoals bij mensen: de één wordt sneller wit dan de ander, al komt het maar bij heel weinig paarden voor dat ze helemaal niet wit worden) en hun kracht en temperament.

We aaien voorzichtig wat van de stuiterige hengsten, die vooral nieuwsgierig zijn als je ze rustig benaderd en worden meegenomen naar het museum. Daarna volgt een wandeling over het terrein en een tweede stal. Daar staan de jonge hengsten. Voorzichtig met aaien, zegt de gids: ze zijn nogal ehm… nouja, gewoon liever niet aaien. Karin heeft promt sjans met de eerste hengst die ze tegenkomt en die steeds zelf terug komt voor nog een aai. Ze moet er om lachen. Harro probeert de paarden te fotograferen, maar de dikke tralies (alweer een bewijs dat ze nogal fel kunnen zijn) maken dat erg ingewikkeld. Toch is het ene heel erg leuk bezoek, moet ook Harro toegeven en een uur later zitten we tevreden aan een drankje, terwijl de rest van de groep zich naar de training haast.

 

Wij rijden verder, naar de grot van Skocjan. Deze op één na beroemdste grot van Slovenië kunnen we in dit restje van mei drie keer per dag bezoeken en om één uur is er een tour. Als we om iets over 12 aankomen geeft ons dat dus net genoeg tijd om een kaartje te kopen voor de ‘traditionele’ tour en om iets te eten en drinken. We verwachten er niet veel van, maar krijgen tot onze verrassing een uitstekende burger (Harro) en wrap (Karin). Om iets voor 1 staan we met de helft van alle toeristen in Slovenië klaar voor een tour. Althans: dat idee hebben we. Wat een mensen. Drie gidsen nemen ons mee naar de grot, over een steil pad naar beneden, bijna een kilometer, tot we voor een deur staan. Daar wordt de groep gelukkig in drie delen gespltst en wij weten bij de eerste Negelse groep te komen, vooraan bij de gidse. en dat blijkt een prima keuze. Als ze voor de hele groep praat, heeft ze een vreemde, zangerige toon en een wel erg geprogrammeerd verhaal, maar één op één blijkt ze erg veel te weten en te willen vertellen. En het is echt waanzinnig om de grot te zien.

Het eerste deel is al erg indrukwekkend, met enorme zalen, eindeloos veel stalagmieten en stalagtieten (inclusief enorme monsters, die meters dik in doorsnee zijn en misschien wel 200.000 jaar oud) en een geweldige akoestiek. Maar het tweede deel slaat alles dat we ooit hebben gezien. Het lijkt zo uit een Jules Verne verhaal of een Indiana Jones film. We komen in een ENORME ruimte (honderden meters lang en zeker 100 meter hoog), waar de Reka (“Rivier” in het Sloveens en meteen ook de naam ervan) doorheen stroomt. Het pad is verlicht door weggewerkte lichtjes waardoor een lint van licht door de grot slingert. Langs de randen zien we door goedgemikte schijnwerpers de trappen, hangbruggetjes en paden van de vroege jaren dat de grot open wat voor bezoekers (vanaf 1907). En voor ons is een brug 50 meter boven de rivier gespannen. We zijn zeker niet de enigen die met open monden staan te kijken en vervolgens bijna uit ons hemd stuiteren van enthousiasme. Door de warmte buiten en koelte binnen hangt er mist boven de rivier. Er schieten vleermuizen voorbij. en het is vooral heel, heel erg gaaf om te zien.

Na deze enorme ruimte vallen de laatste twee ruimtes bijna een beetje tegen, maar de spectaculair grote opening en de ingestorte grot waar we vervolgens nog doorheen moeten zijn ook weer erg spectaculair. En dan is het op. helaas, al is vooral Karin helemaal kapot. We klauteren naar boven, mogen dan nog een stuk met een liftje, klauteren nog een stukje en ploffen dan op een stoeltje tot we zijn  bijgekomen en een enorme plons drinken hebben gedronken.

Tevreden vertrekken we naar ons hotel in Divaca, 5 minuten verrderop. Hotel Malovec ligt in een gehucht, maar het blijkt uitstekend. Prima kamer, geweldig balkon. we ploffen neer, drinken fris en halen dan een schnapps voor Karin en een bier voor Harro, eten een chippie en gaan uiteindelijk na veel spelletjes Yatzee, rond half 8 eten in het restaurant vna het hotel. Dat blijkt ook al uitstekend en we genieten van een plaatje vlees vooraf en dan een schnitzel (Harro) en biefstuk met truffel (Karin). Meer dan tevrdeen gaat ‘s avonds het licht uit!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.