Mainly Maine (19 juni 2019)

Mainly Maine (19 juni 2019)

Ondanks dreigementen dat we gisteren de zon opgebruikt zouden hebben, is het nog heel redelijk weer als we (ontbijt achter de kiezen, kopje koffie op schoot) Lincoln NH verlaten. Niet heel warm, niet heel zonnig, maar droog en we rijden de Kancagamus Highway. Zoals gezegd één van de mooiste routes in de White Mountains en inderdaad, niet vervelend. We stoppen
onderweg een aantal keer bij uitzichtspuntjes. Kort, want de black flies hebben de stopplaatsen ook ontdekt en we hebben geen behoefte aan extra gaatjes.

We doen er ongeveer een uur over en daarna rijden we 10 minuten om, om te kunnen stoppen bij the MET, een koffietent in North-Conway. Karin heeft er goede dingen over gelezen en het is inderdaad een mooie tent met heel erg lekkere koffie voor ons allebei, een uitstekende muffin voor Harro en een klein vers mangosapje voor Karin. Ze zucht eens: dat betekent natuurlijk 10 x extra plassen, al dat vocht, maar het is het wel waard: het is heerlijk! Als we lekker rustig een bakkie hebben gedaan stappen we weer in de auto. We gaan!

En ondanks dat we allebei hebben geplast voor we weggaan, moet Karin inderdaad al snel wéér naar het toilet. We zoeken. En zoeken. En uiteindelijk duikt Harro van de doorgaande weg af, een zijweggetje in en dan een zijweggetje van een zijweggetje.. Terwijl Karin zich klaarmaakt om de auto uit te springen, rent er een … marter ? over de weg. Zelfs Karin
is even afgeleid: wauw, wat een gaaf beestje! Als Harro de auto stopt sprint Karin de auto uit en duikt achter een boom. Helaas mèt een zooi muggen en black-flies. “Ik wilde wat privacy, stelletje stinkbeesten” grummelt Karin terwijl ze twee snel opzwellende muggenbulten insmeert met anti-histamine zalf. Maar goed: Karin opgelucht en we kunnen verder.

We rijden tot we de I 95 North tegenkomen vlakbij Portland en dan draaien we naar het noorden. Wauw, wat een auto’s, dat zijn we even ontwent de laatste anderhalve week. Harro stuurt behendig tussen het overigens grotendeels keurig rijdende verkeer door en vlakbij Freeport draaien we de Interstate af. Een kleinere doorgaande weg, een niet zo doorgaande weg en
hoepla, daar staan we aan het water, bij Harraseeket. En daarmee weten we zeker dat we in de staat Maine zijn. Harraseeket is een (zeer goed aangeschreven) Lobster Pound (kreeften-keet) en Karin zit al te watertanden. Hoewel er veel meer te krijgen is dan kreeft, is een broodje kreeft toch ongeveer het lekkerste wat deze regio te bieden heeft in haar ogen en zeer tevreden knaagt ze een broodje kreeft weg. In Maine betekent dat, dat er een hoeveelheid kreeftenvlees van de omvang van zo ongeveer een (kleine, lokale) kreeft op een broodje wordt gepropt. Smullen!

Na de lunch rijden we door naar het ‘centrum’ van Freeport. Een vreemde combinatie van historisch stadje (de oude gevels moeten bewaard blijven en mogen niet worden aangepast) en shoppers-paradijs. De hoofdvestiging van L.L. Bean (een in Amerika erg bekend merk outdoorspullen) vestigde zich hier een tijd geleden en dat trok steeds meer merken aan. De Nike,
de North Face, Underarmour, Patagonia… We bekijken allerlei winkels en kijken vooral bij de L.L. Bean onze ogen uit. Een hele afdeling zo groot als de Bever in Den Haag met visspullen is één ding, maar een net zo grote afdeling met jachtwapens en – spullen is iets dat je in Nederland weer niet zo snel ziet! Kijk, grapt Harro, ze hebben ook een damesmodelletje,
terwijl hij wijst op een jachtgeweer met een roze kolf…

Tijd om verder te gaan en we stappen in de auto voor het laatste stukje, naar Brunswick. Daar worden we voor het eerst deze reis onverwacht kil en ongeïnteresseerd ontvangen in de Bunswick Hotel and Tavern. Het is gewoon onaardig en als we dan ook nog een kamer aan de drukke weg krijgen in plaats van een rustig kamer zoals gevraagd (terwijl het hotel bijna verlaten is) zijn we even een keer niet zo tevreden over onze slaapplaats. Vooruit, de bedden hangen lekker, dus we maken er gebruik van door lekker even een uurtje bij te komen op de kamer. En dan gaan we aan de wandel.

We bekijken het dorp, halen een ijsje bij Gelato Fiasco (… en het is nog lekker ook!), gaan daarna een biertje drinken bij Sea Dog Brewing
Company en eten tenslotte uitstekende sushi bij Little Tokyo. De grumpy receptioniste keurt ons geen blik waardig als we binnen wandelen en we negeren haar ook gevoegelijk. Gelukkig is de rest van Brunswick wel leuk! Tijd voor een tukje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.