Archief van
Categorie: Afrika

Donderdag 17 november – naar Oudtshoorn

Donderdag 17 november – naar Oudtshoorn

We starten vandaag wederom op tijd, want we moeten een eindje rijden. Om iets na achten zitten we weer aan het ontbijt en nadat we afscheid hebben genomen van de gezusters (de eigenaressen) stappen we in de auto. Vandaag gaan we op weg naar Oudtshoorn, volgens onze routebeschrijving een rit van 205 kilometer.
Voordat we Stellenbosch verlaten moeten we nog even tanken, en dat is op zich een fijne verrassing: Niet alleen de benzine is voor ons doen spotgoedkoop (omgerekend een euro de liter), maar er staan ook twee mensen vol enthousiasme onze ramen te schrobben! Met achterlaten van een dikke fooi en met prachtige schone ruiten en een volle tank gaan we op weg. We volgen keurig de routebeschrijving, maar na een paar bordjes met walvissen er op besluiten we toch wat van de route af te wijken: het is immers maar een tochtje van dik 200 km en we willen de kans om een paar zuidkapers te spotten niet missen. Via een prachtige kustroute met een paar enorm mooie fotostops (helaas zonder walvissen) komen we rond een uur of half twaalf in Hermanus aan. Hier drinken we een kop koffie en gaan er dan vrij vlot weer van door. Tegen die tijd laat de kilometerteller een afgelegde afstand van 170 kilometer zien… En dan begint het spek te stinken… We loeren nog eens op de kaart, tellen eens wat cijfertjes op en terwijl we ons terdege realiseren dat we zelf wat omrijden weten we ook wel zeker dat de door onze routebeschrijving aangegeven 205 kilometer van geen kanten klopt. We hebben dus nog een fikse tocht voor de boeg. De enorm mooie landschappen maken dit allemaal gelukkig meer dan goed. Zo rij je over een prachtige kustroute, even later door de meest mooie bergen en weer even later door prachtige glooiende heuvels met goudgele graanvelden. Zelden hebben we in zo korte tijd een zo divers landschap gezien.

Tegen twee uur landen we in Swellendan en is het tijd voor een snelle lunch met tosti’s en meer koffie. Het museum laten we voor deze keer maar even links liggen, want we moeten nog 175 kilometer verder naar Oudtshoorn. Waar de tocht tot nu toe ronduit mooi was, wordt het nu echt prachtig: Route 62 is een van de bekende toeristische routes en zeker niet zonder reden: je rijdt dwars door de ‘kleine karoo’, een woestijnachtig gebied met prachtige landschappen en enorm mooie passen door de bergen. We kijken onze ogen uit, en constant worden we weer verrast door de diversiteit in landschappen en de wijdse uitzichten. We zijn het er al snel over eens: Dit is absoluut een van de mooiste ritten die we ooit hebben gemaakt!

Gelukkig zijn ze ook niet zeikerig over de snelheid: Met een maximum van 120 kilometer per uur (op een enkelbaansweg) mogen we redelijk doorblazen en daarmee komen we rond half vijf aan op onze eindbestemming: Guesthouse La Plume, zo’n 10 kilometer van Oudtshoorn in the middle of nowhere. Dat laatste weten ze ruimschoots goed te maken: De ligging is prachtig en het in Victoriaanse stijl gebouwde en ingerichte guesthouse ziet er erg luxe uit. Het welkom is nog beter: We worden uitgenodigd een welkomstdrankje te drinken op de veranda en nadat we snel de spullen op de enorme kamer hebben gelegd duurt het niet lang voordat we aan een wijntje en een biertje zitten! Ook het diner in het guesthouse is mogelijk. Met Oudtshoorn als de struisvogelhoofdstad van de wereld is de menu keuze natuurlijk beperkt maar we zeggen toch maar ja tegen een drie gangen diner met struisvogel filet als hoofdgerecht. We frissen ons wat op, en genieten nog even van onze enorme kamer met bijpassende enorme badkamer. Om kwart over zeven schuiven we samen met een aantal andere gasten aan ons diner. Geeske begint met een minestronesoep en Harro met een struisvogel leverpate, en daarna volgt de meest malse struisvogelbiefstuk die we ooit hebben geproefd. Het toetje met roomijs en aardbeien kost daarna serieus moeite! Natuurlijk wordt een en ander begeleid door een fijn glas wijn (tja, de wijnroute hebben we achter ons gelaten, maar we moeten nog wel even afkicken).
‘s Avonds lezen we nog wat en werken het verslag bij. Na de toch wat lange rit (uiteindelijk tegen de 500 kilometer) en de prima maaltijd vallen we al snel in slaap.

Vrijdag 18 november – Van Oudtshoorn naar Knysna

Vrijdag 18 november – Van Oudtshoorn naar Knysna

We hebben vandaag een redelijk korte tocht voor de boeg van zo’n 125 kilometer naar Knysna, midden op de garden route van Zuid Afrika. Na onze ervaringen van de vorige keer bekijken we het voor de zekerheid ook maar even op de kaart en dit keer lijkt het er op dat ze goed zitten met de reisbeschrijving.
We beginnen met weer een overheerlijk ontbijt, daar zijn ze hier wel redelijk goed in. Na het inladen van de spullen krijgen we door de hotelstaf nog wat tips over wat er in de omgeving van Oudtshoorn te doen is. We hebben besloten de ochtend te gebruiken om nog wat meer van het dorp en de omgeving te bekijken, aangezien we daar gisteren niet al te veel tijd voor hadden.

Onze eerste stop van vandaag zijn de Cango caves, 30 kilometer noordelijk van Oudtshoorn. De grotten behoren tot de grootste stalagmietgrotten in de wereld, en zijn volgens de verhalen zeker de moeite waard om te bezoeken.
Rond kwart over 9 staan we bij de ingang en mogen dan drie kwartier wachten tot de volgende rondleiding begint. Met het zelfstandig mensen de grot in laten wandelen zijn ze een jaar of 10 geleden gestopt toen bijna de hele grot wass leeggestolen door bezoekers. Het wachten in de koffietent met een goeie espresso is ook geen straf en de drie kwartier zijn dan ook zo voorbij. Met een man of 40 (en dat is erg rustig naar het schijnt) schuivelen we naar de ingang, waar de groep gesplitst wordt in een Duitstalige en een Engelse groep. We opteren voor de Engelstalige groep en worden door een dame door de verschillende zalen in de grot geleid. We moeten eerlijk toegeven: De grotten zijn echt prachtig! Hoewel er veel beschadigd is door 200 jaar toerisme zijn de rotsformaties en de enerme stalagmieten erg mooi. De verlichting is erg goed gedaan en geeft prima mogelijkheden om een paar mooie plaatjes te schieten van het geheel, hoewel het erg moeilijk is om de grootte van de grotten te vangen.

Na een uurtje worden we de grotten weer uitgestuurd en is het tijd voor het volgende programmaonderdeel: Verder naar het noorden ligt de Swartbergpas die naar het dorpje Prince Albert leidt. Hoewel het dorpje zelf niet veel voor schijnt stellen schijnt de pas zelf echt spectaculair te zijn. We besluiten tot de top van de pas te rijden en dan maar om te keren naar het zuiden. Het eerste deel van de rit is al erg mooi, tussen de struisvogelboerderijen door en langs prachtige bloeiende planten aan de wegkant. Dan is het in een keer over met de pret en wordt de weg onverhard en wat stoffig, de bochten wat korter en het geheel wat steiler. Vol goede moed sturen we onze Nissan Dunno naar boven en komen dan steeds meer 4×4’s tegen die ons tegemoet komen. We besluiten ons niet te laten afschrikken en met enig geschuifel van de auto langs toch wel vrij steile bergwanden bereiken we dan toch de top. En dat is zeker de moeite waard: een prachtig uitzicht 360 graden rondom is de beloning, waarbij je tientallen kilometers uitzicht hebt over het dal. Na een tijdje te hebben genoten van het uitzicht en nadat we een fors aantal foto’s hebben geschoten wordt het tijd voor de terugweg. We worden dan ook snel gerustgesteld: We zijn niet de enige idioten die met een tweewiel aangedreven auto omhoog ploeteren, de ene na de andere auto komt ons tegemoet.

Terug in Oudtshoorn besluiten we dat een bezoek aan de struisvogelfarm ons toch niet heel erg trekt (het klinkt eerlijk gezegd wat kinderachtig en heel erg commercieel). Wel is het tijd voor nog een fijn kopje koffie. We gaan op de veranda zitten van een mooie koffietent en krijgen daar de kaart… en de ijskaart… met spaghetti-ijs! De dag kan voor Harro niet meer stuk, en terwijl Geeske haar cappuccino wegtikt duikt Harro op zijn zeker niet bescheiden ijsje en werkt het ding in record tempo weg. De temperatuur begint inmiddels fors op te lopen (vandaag wordt hier zo’n 35 graden verwacht) en we besluiten maar richting Knysna te gaaan rijden. Ook deze route is weer eens de moeite waard met diverse passen en geweldige uitzichten onderweg. Rijden in Zuid-Afrika is zeker geen straf!
In George duiken we een grote shopping mall in om even te lunchen. Bij een koffietent bestellen we allebei een sandwich die bij nader inzien een tweepersoonsmaaltijd lijkt te zijn. Ze zijn echt enorm en daarbij ook nog behoorlijk machtig. Volgevreten hijsen we ons weer onze auto in voor de laatste 75 kilometer richting Knysna. Dit stuk voert langs de kust en onderweg zien we al veel van de prachtige bossen en begroeiing waar dit deel van Zuid Afrika zo bekend om staat.

Iets buiten de stad vinden we al snel onze, wederom zeer luxe, guest house waar we inchecken en ons opfrissen. Al snel besluiten we dat wat ons betreft het avondeten geskipt mag worden, maar dat we wel nog even een drankje in de stad willen doen. Voordat we daarheen gaan, krijgen we van de staf nog de tip eerst naar ‘The Heads’ te rijden, een prachtig uitzichtspunt boven het stadje met een mooi uitzicht over de baai en de lagune. Dit blijkt ook weer een prima tip, en met een bijna ondergaande zon levert dit prachtige plaatjes op.
Omdat we dan allebei wel toe zijn aan een drankje, vragen we bij de receptie om voor ons een taxi naar de stad te regelen. En hoewel we toch enigzins buiten de stad zitten staat er toch binnen enkele minuten een busje voor ons neus die ons keurig in het centrum dropt. Aangezien het vrijdagmiddag is verwachten we wel wat leven in de brouwerij, maar daar komen we toch wat bedrogen uit. Na dik een uur rondstruinen door de stad hebben we nog steeds geen barretje gevonden! Restaurants zijn er zat, maar dat hoefden we even niet. Uiteindelijk landen we in een restaurant annex bar, waar in ieder geval nog een paar mensen zitten en bestellen maar een drankje. Aangezien het ook niet lijkt alsof het nog veel levendiger gaat worden, besluiten we het er maar bij eentje te houden en vragen aan de barman om voor ons een taxi te bestellen. Nadat hij ons al een beetje bevreemd aankijkt en tot twee keer terug komt lopen, weet hij ons te melden dat dit een kwartier tot een half uur gaat duren… Dat is ons echt te mal, en we besluiten naar het Waterfront te lopen, waar allerlei restaurants zitten om daar een taxi te pakken. Maar helaas, ook daar is geen taxi te vinden, en uiteindelijk weet Geeske een van de parkeerhulpjes zover te krijgen om voor ons een taxi te bellen. Die staat er uiteindelijk binnen 5 minuten en brengt ons keurig en snel naar ons hotel, waar we besluiten in de ‘hotelbar’ (een kamer met een klein barretje en geheel self service) nog maar een drankje te pakken. Raar dorp, dat Knysna.

Zaterdag 19 november – Knysna

Zaterdag 19 november – Knysna

Na een prima nachtje ontbijten we vanochtend op de veranda van ons guest house. Ook deze keer weer een kleinschalig gebeuren, met een kamer of 10 en erg vriendelijk en betrokken personeel. Het ontbijt is uitgebreid zoals we het hier tegenwoordig gewend zijn, met veel verse ingredienten. Tijdens het onbijt komt een van de personeelsleden van het guest house ons vertellen wat we vandaag allemaal zouden kunnen doen. We hebben natuurlijk zelf ook de reisgidsen er al op nageslagen en zijn zelf uitgekomen bij ‘s ochtends wandelen en ‘s middags naar een olifanten opvang in de buurt van het stadje. Voor de wandelingen komt hij al snel met een paar suggesties en kaarten en voor de olifantenopvang met een kortingsbon. Over de service hebben we niet te klagen!

We pakken de auto en beginnen met een rit naar het oude goudmijngebied noordoostelijk van de stad. Hier zijn een aantal mooie wandelingen uitgezet dwars door de bossen en fauna waar dit gebied zo bekend om staat. Nadat we de entrance fee hebben betaald voor het national park komen we al snel weer op een onverharde weg terecht richting ons startpunt. Dit zijn we na onze rit van gisteren wel gewend, en de rit gaat ook prima (hoewel Geeske ergens wel begint te gillen, als Harro de Nissan Huh-Wattuh als rally voertuig gaat gebruiken (wat overigens best lekker gaat). De rit schiet in ieder geval wel lekker op…
Eenmaal aangekomen laden we een rugzakje in met camera en water en onder een toch redelijk knallend zonnetje beginnen we onze tocht. De 5,6 kilometer lange route leidt ons door het voormalige goudzoekersstadje wat hier van halverwege tot eind 19e eeuw heeft gelegen. Toen men er eenmaal achter kwam dat er toch echt te weinig goud in de bergen zat om het geheel rendabel te maken was iedereen vrij snel weer verdwenen en werd het gebied waar aan de natuur overgelaten. Nu herinneren alleen nog de oude straatnaambordjes en een aantal oude mijnschachten aan deze korte maar heftige geschiedenis. De tocht zelf is erg mooi, en met een paar fikse stijgingen in het begin ook nog best pittig. Het landschap is vooral laag begroeid, met een enorme diversiteit aan planten en met name ook bloemen. Overal waar je kijkt zie je wel een andere kleur bloem en weer een ander soort plant. Halverwege de tocht besluiten we nog even een eindje verder te lopen om bovenop een heuvel van het uitzicht te genieten… Althans, zo verklaren we het aan een Zuidafrikaans stel wat we tegen komen. We hebben namelijk een afslag gemist en zijn daarmee een kleine kilometer te ver doorgelopen en mogen ook weer omkeren (En voor de critici op dit gebied: Er hing geen bordje!!). Met een lullige 2 km extra komen we uiteindelijk na dik anderhalf uur lopen aan bij een klein koffietentje aan het begin van de route, waar we allebei wel toe zijn aan een frisje (het is ondertussen tegen de 30 graden).

Omdat het Zuidafrikaanse stel wat we tegenkwamen ons verteld heeft over nog een korte maar mooie route dwars door het bos, besluiten we er nog maar een wandeling bij te doen. Hoewel we hemelsbreed nog geen 5 km van onze vorige wandelplek af staan lijkt het wel alsof we totaal ergens anders zijn geland. We lopen een tocht van ongeveer 2km dwars door dichtbegroeide bossen langs en over (en voor sommige mensen: in) een klein beekje en eindigen dan bij een klein watervalletje. We houden een korte pauze en stekkeren dan dezelfde 2 km weer terug. Het stel heeft niet teveel beloofd, een erkelijk prachtige route die erg eenvoudig te bewandelen is.
Het is ondertussen tegen enen, en nu worden we toch wat hongerig: We besluiten te lunchen bij een Italiaans tentje aan de waterfront in Knysna en dat bevalt prima: In de schaduw en met een heerlijk briesje in ons nek genieten we van twee prima pasta’tjes. Al snel besluiten we dat we vanavond maar weer een korte picknick in het hotel gaan houden (zeker na onze fantastische ervaring in het stadje de nacht er voor).

Volgende stop: Olifantjes! Op zo’n 30 kilometer ten westen van de stad ligt de Knysna elephant camp, waar met name olifanten-weesjes worden opgevangen en een redelijk vrij bestaan kunnen leiden. Een van de highlights is hier dat je vlakbij deze kolossen kunt komen en ze kan voeren. Dat laten we ons geen twee keer zeggen en na het betalen van onze entree kopen we twee emmertjes fruit. Een trekker met aanhanger neemt ons na een korte introductievideo mee richting de olifanten die ergens op het terrein rondbanjeren. De olifanten hebben hier zelf alle vrijheid in, hun begeleiders lopen achter hen aan in plaats van dat ze ze ergens heen leiden. Uitzondering is dat ze ‘s avonds binnen in een aantal hekken slapen, omdat ze anders de neiging hebben bij de buren naar binnen toe te denderen. Veel overtuiging hiervoor hebben de beesten niet nodig, de hokken worden gewoon vol met eten gelegd.
Als we in de buurt van de olifanten komen, komen ze al snel op ons afgelopen. De beesten weten erg goed dat er met de toeristen ook altijd een paar emmers lekkernijen meekomen en even later staan ze keurig achter een uit treinrails aan elkaar gelast hekwerk te wachten. Niet dat ze er niet om heen kunnen lopen (er is niets wat ze tegenhoudt), maar ze weten dat ze alleen daar wat te eten krijgen. In totaal staan er 8 olifanten al op ons te wachten, 3 relatief kleine (tot een jaar of 4) en een aantal volwassen olifanten. Na een korte uitleg hoe we ze kunnen voeren kan het feest beginnen. Zoals ons al is verteld duwen de grote olifanten de kleintjes zonder pardon opzij om aan meer eten te komen, en het is dus best even mikken om er voor te zorgen dat ook de kleintjes wat krijgen. Een van de kleintjes is dat gezeur ook wel beu, en loopt doodleuk om en komt tussen ons in staan om ook wat eten te scoren. De begeleiders zijn dit duidelijk al gewend, maar doen er weinig aan… Het zijn hier duidelijk de olifanten die het voor het zeggen hebben, en dat voelt toch wel erg goed. De emmertjes zijn binnen de kortste keren leeg en de beesten vinden ons duidelijk minder interessant. Ze lopen rustig verder om te grazen en dit is het moment dat we rustig naar ze toe kunnen lopen en ze aan kunnen raken! We schieten ladingen plaatjes, met name van twee jonge mannetjes van 3 en 4 jaar die elkaar een beetje lopen te etteren. Daarnaast praten we uitgebreid met een van de begeleiders die veel uitlegt over de totaal verschillende aanpak die ze hier kiezen ten opzichte van soortgelijke kampen in Azie. Het is inderdaad wel duidelijk dat er een behoorlijk verschil in zit en dat deze beesten veel meer vrijheid hebben dan de meeste olifanten in Azie!

Nadat we afscheid hebben genomen van de ‘Ellies’ rijden we het stadje in en halen bij de supermarkt wat fruit en wat kaasjes. Terug in het hotel springen we snel onder de douche, lezen en schrijven we nog wat en vertrekken dan richting de veranda met een heerlijk gekoeld flesje witte wijn (jawel, wederom!). Het weer is heerlijk, de wijn en ons avondeten zijn prima en na weer een fantastische dag vertrekken we rond 9 uur richting onze kamer voor meer verslagen en een tukje. Morgen een lange rit richting ons eerste wildpark in Addo!

Zondag 20 november – Naar Addo

Zondag 20 november – Naar Addo

Vandaag wederom een reisdag met zo’n 350 kilometer voor de boeg. Strak om 8 uur zitten we weer klaar voor het ontbijt wat we na een weekje oefenen in ongeveer 15 minuten wegwerken. We pakken de tassen in, rekenen onze drankjes van de avonden ervoor af bij de receptie en zijn op weg.
De route over de N2 langs de kust leidt ons via de bekende garden route naar Port Elizabeth (PE voor intimi) en daarna nog zo’n 50 kilometer naar Addo met het Addo Elephant park. We besluiten tot een wat meer toeristische route en duiken al snel de N2 af. Na wat mooie binnendoorwegen zijn we al snel in Tsisikamma National Park. Dit park bestaat uit een een lang stuk kuststrook met een prachtige natuur en indrukwekkende ravijnen waar kleine riviertjes uit de binnenlanden doorheen stromen richting de zee. Bij de mooiste, de Stormriver Gorge, besluiten we te stoppen om een korte wandeling en een kopje koffie te doen. Na het betalen van de entreegelden voor het park komen we na een kleine rit aan bij de monding van de Stormriver. Het is er al behoorlijk druk met toerbussen en andere toeristen, maar daar laten we ons niet door afschrikken. Net zoals de meeste mensen besluiten we een korte wandeltocht te houden naar enkele hangbruggen die een kilometer verderop over de kloof zijn gespannen. De tocht is niet zo lang en de paden zijn keurig aangelegd met looppaden van plastic ‘planken’. Wel heeft het pad nogal wat hoogteverschil en het aantal treden in het pad is dan ook behoorlijk, we zien dan ook aardig wat bezwete koppen om ons heen. Met een half uurtje wandelen langs de meest mooie bloemen en planten staan we dan midden op de hangbrug om te kijken hoe deze diepzwarte rivier de oceaan instroomt. Op de terugweg worden we nog verrast door een groot aantal rock-dassies die her en der tussen de rotsen zitten en zich van de toeristen werkelijk niets aantrekken.

Na dik een uur wandelen zijn we weer terug op onze parkeerplek waar we besluiten dat we wel weer recht op een bakkie koffie hebben. Hierna gaan we snel weer op weg richting Addo. De rest van de tocht over de kaarsrechte N2 is weinig enerverend. We lunchen in Jeffry’s Bay, waar op deze zondagmiddag ook geen bal te beleven is en rijden door Port Elizabeth heen. Hier wordt dan wel de andere kant van Zuid-Afrika weer eens goed zichtbaar: PE is een grauwe industriestad en als we de afslag richting Addo hebben rijden we langs enorme townships die er toch wel erg armoedig uitzien.
Tegen 5 uur komen we uiteindelijk aan bij de Chrispin African Lodges, ons guest house voor de komende twee nachten. Op het terrein staan een aantal op klassieke wijze gebouwde hutten waar we verblijven. We worden opgewacht door de eigenaresse die ons een uitgebreide rondleiding geeft en ons verteldt over alle mogelijkheden qua activiteiten die ze kunnen regelen. We besluiten gelijk maar dat we vanavond in het guest house eten en gaan daarna naar onze hut om eens te bedenken wat we de volgende dag willen gaan doen. De keuze is snel gemaakt en terwijl we gelijk onze was inleveren regelen we een hele dag game drive door het National Elephant Park. We relaxen wat in de bar annex restaurant met een biertje en een wijntje, frissen ons even op en eten dan een heerlijke maaltijd van broccolisoep, kip met groente en ijs met aardbeien toe. Als we klaar zijn is het even na negenen en vertrekken we naar onze hut waar we na even lezen al snel in slaap vallen.

Maandag 21 november – Addo Elephant Park

Maandag 21 november – Addo Elephant Park

Vandaag is het zover: we gaan op safari! Voor Geeske wordt dit haar eerste safari en als we de verhalen over het park mogen geloven wordt het meer dan de moeite waard. Enige puntje is dat het vandaag nogal bewolkt is, maar ook dat zal de pret niet drukken. We ontbijten weer uitgebreid met vers fruit, een gebakken eitje met bacon en overheerlijke verse jus die ze persen van de sinaasappelen die in de bomen op het terrein groeien. Nadat we onze spullen hebben gepakt, camera’s en verrekijkers, lopen we naar de parkeerplaats van het guest house waar we worden opgepikt. We staan er koud twee minuten en onze gids, Moses, komt er al aan gereden in zijn 4 wiel aangedreven Volkswagen busje. Dan blijkt al snel dat we vandaag een prive safari hebben! Er zijn voor de rest geen gasten, dus hij staat ons de hele dag ter beschikking.
Op de rit naar het park blijkt dat onze gids, die overigens uit Zimbabwe komt, werkelijk een schat aan informatie is. Hij praat honderduit over de beesten, verhalen uit zijn jeugd, de omgeving, planten en alles wat je maar kunt verzinnen. Binnen een half uurtje staan we bij de ingang van het park en kan de pret beginnen.

Addo Elephant Park is opgericht in 1930 en sindsdien regelmatig uitgebreid door boerderijen in de omgeving op te kopen en toe te voegen aan het reservaat. Hoewel het park nog niet een twintigste van de oppervlakte van Kruger beslaat, is het met 138.000 hectare toch ook niet bepaald klein te noemen. Bij het oprichten van het park was het aantal olifanten gedaald tot 11, maar met nu meer dan 500 olifanten begint het weer een goede gezonde populatie te worden. Zoals de naam van het park ook al aangeeft is het in het park met name te doen om de olifanten, maar de big 5 is in het park wel degelijk te vinden. Sterker nog: ze reppen zelfs van de big 7! Tot het reservaat behoort ook een groot deel kuststrook en een deel van de oceaan, waarin naast de zuidkaper (walvis, nummer 6 op de lijst) ook de witte haai (en da’s nummer 7) voorkomt. We zijn benieuwd…
De eerste stop is als we ongeveer 5 meter het park in zijn: Aan de kant van de weg is namelijk een plek waar honderden vogels zitten, van knalgele weaverbirds tot mooie ‘red bishops’. Het is er vreselijk druk met vogels, maar qua mensen is het heerlijk rustig. We schieten wat plaatjes en dan gaan we het echte park in. Moses verteld ons dat hij gemiddeld 3 uit 5 van de big 5 scoort tijdens zijn trips, en dat met name de luipaarden en de neushoorns erg moeilijk te spotten zijn, met name ook omdat het aantal neushoorns erg beperkt is. Hoeveel er in het park zijn is onbekend, er worden uit angst voor stropers geen cijfers over gegeven. Naar schatting van onze gids zijn ze ongeveer op een hand te tellen.
We beginnen vanochtend aan de noordkant van het park en vanmiddag is na de lunch de zuidkant aan de beurt. En binnen een half uurtje is het raak: Onze gids spot een paaar olifanten op een heuvel en vanaf dat moment lijkt het wel alsof er een paar blikken zijn opengetrokken. We komen verschillend kuddes met kleintjes tegen, waarbij een kudde van meer dan 20 olifanten op nog geen meter van onze auto af over de weg loopt. Bij een drinking hole staan we een tijdje stil om te genieten van een kudde van ongeveer 15 olifanten die rustig aan het drinken zijn en even later komen we een licht aggressief mannetje tegen die toch een serieuze poging doet het tegen een voor ons rijdende jeep op te nemen. Ondertussen heeft Moses de tas met snacks en de koelbox met drank open getrokken en vermaken wij ons prima. Het is echt fantastisch om zoveel van deze enorme beesten in de vrije natuur te zien. Even later spot Harro een buffel die op nog geen drie meter van de weg in de struiken staat. Dan volgt een rit waar we van alles en nog wat zien, meer olifanten, hartebeesten, kudu’s, wrattenzwijnen, zebra’s. Je kan het zo gek niet verzinnen of we struikelen er wel overheen.

De eerste drie uur zijn zo voorbij en we rijden het park uit om ergens buiten het park een lunch te pakken. Bij een restaurantje eten we een tosti en een hamburger en dan gaan we snel weer verder. Nu rijden we snel door het noordelijk gedeelte van het park heen en krijgen we op een omheinde picknickplek een college van onze gids: Hij vertelt van alles over de verschillende planten die er groeien, wat je er mee kan en laat ons er ook een aantal proeven. Erg leerzaam en ook een leuke afwisseling. Daarbij weet hij het goed te vertellen met verhalen uit zijn jeugd, over hoe hij termieten vangt om ze dan te bakken, rupsen uit de bomen lokt voor een lekker snack en meer van dat soort verhalen. We vermaken ons kostelijk.
Daarna is het weer rondrijden op zoek naar wild. Ook in het zuidelijke gedeelte stikt het van de beesten, en binnen niet al te veel tijd komen we een mannetjesolifant tegen met slagtanden van wel meer dan 2,5 meter! Dit is een van de mannetjes die een aantal jaren geleden uit het Kruger park is geimporteerd, om meer genetische diversiteit te krijgen binnen de olifanten populatie van het park. Het mannetje is werkelijk enorm, en de slagtanden zo groot dat hij zijn kop overeind moet houden tijdens het lopen, omdat zijn slagtanden anders groeven in de grond trekken!
We zien struisvogels, meer zebra’s, elanden en allerlei andere beesten als dan plotseling de hoofdprijs op een grasveldje loopt te grazen: een zwarte neushoorn. Op een meter of 30 afstand van de weg trekt het beest zich weinig aan van de omgeving en de paar auto’s die op de weg stilstaan. Een prachtig gezicht en later horen we dat minder dan 1% van de bezoekers van het park deze beesten zien!

Het is ondertussen 6 uur en dan vertrekken we meer dan tevreden terug naar ons guest house. Wat een fantastische trip en wat een luxe om met zo’n gids een prive safari te hebben. Hij dropt ons keurig zoals beloofd om half zeven bij het guest house en vertrekt met een dikke tip.
We kunnen ook ongeveer gelijk aanschuiven voor het avondeten, braai, en na ons kort opgefrist te hebben zitten we al snel met een biertje en een wijntje aan weer een heerlijke maaltijd. Wat een super dag!

Dinsdag 22 november – Van Addo naar Durban/Umhlanga rocks

Dinsdag 22 november – Van Addo naar Durban/Umhlanga rocks

Omdat onze volgende stop nogal een eindje weg is, hebben we een binnenlandse vlucht van Port Elizabeth naar Durban. Onze vlucht gaat om kwart over elf, maar omdat we eerst nog een eind moeten rijden, de auto nog moeten inleveren en volgens onze papieren anderhalf uur voor vertrek moeten inchecken staan we redelijk vroeg op. De eigenaresse heeft al rekening met ons gehouden zodat we ‘s ochtends vroeg kunnen ontbijten. Om half acht zitten we weer aan overheerlijk vers fruit en Harro aan scrambled eggs met spek. Nadat we onze rekening hebben betaald stappen we de auto in en iets voor achten rijden we keurig volgens planning de poort uit.
De rit naar het vliegveld van PE verloopt zonder verdere vertragingen zodat we tegen 9 uur bij het inleverpunt van de auto staan. Daar komen een Budget dame met een barcode scanner aangelopen, piepen een keer op de barcode van de voorruit, neemt de sleutels in ontvangst en dat is het. (Mochten andere autoverhuurders dit ooit lezen: Hint, zo kan het dus ook!). Kortom, het is 5 over 9 en met een lichte vertraging van een half uurtje voor onze vlucht, vertrek dus pas om 11.45, hebben we dik twee en een half uur om door te brengen op een luchthaven ongeveer ter grootte van Rotterdam airport… Gelukkig kunnen we wel al inchecken en onze bagage lozen en zien we al snel een koffietentje. Met een bak thee en een bak koffie lezen we wat en typt Harro nog snel even een verslag van de dag ervoor. Ruim op tijd lopen we door de controle, en na nog een half uurtje wachten kunnen we boarden. Met ons samen stapt er ook een buslading vol Franse toeristen van het ergste soort naar binnen (bejaard, allemaal hetzelfde tasje, allemaal de weg kwijt, allemaal geen woord Engels sprekend). Het instappen bij het vliegtuig duurt dan ook wat langer, want zonder een foto op de trap van het vliegtuig is je reis natuurlijk niet compleet… Uiteindelijk vertrekken we keurig op tijd voor een anderhalf urende vlucht naar Durban.

In Durban hebben we binnen de kortste keren onze bagage terug (de roze tas van Geeske ligt vrij prominent als eerste op de band!) en gaan we op zoek naar de autoverhuurder. Daar aangekomen blijkt er toch iets niet helemaal goed te gaan. De voucher die we hebben is voor een gereserveerde auto in PE… Tja, we hebben een vrij standaard reis geboekt met alleen de ‘kleine’ wijziging of we die andersom kunnen doen (van Kaapstad naar Jo’burg i.p.v. Jo’Burg naar Kaapstad) en daar betalen we nu even de prijs voor. Op zich is alles prima geregeld, alleen zijn ze vergeten het ophaalpunt voor de auto te wijzigen. Gelukkig weet de vriendelijke dame achter de balie daar snel een mouw aan te passen. Ze belt zelf onze reisorganisatie, regelt binnen twee minuten dat er alsnog een ander voucher voor ze wordt opgestuurd en daarmee is alles geregeld. Tien minuten later staan we voor onze Chevrolet Cruze, onze auto voor de komende anderhalve week. Petje af voor Budget, die het wat ons betreft perfect regelt!
In toch wel een iets luxere auto dan de vorige gaan we op stap naar ons volgende adresje, gelegen in een van de voorsteden van Durban: Umhlanga Rocks, zo’n 25 kilometer van de luchthaven. Met een half uurtje staan we dan ook in ons keurige 4 sterren guest house waar de eigenaresse ons een kaartje van het stadje geeft en ons precies uitlegt waar we wat kunnen vinden. Daarnaast raadt ze ons een lekker steak restaurant aan voor het avondeten, waar ze ook alvast reserveert.

Uiteindelijk besluiten we te gaan lunchen in de grootste shopping mall van het zuidelijk halfrond, dat op nog geen 10 minuten rijden van ons hotel afligt. De andere optie is Durban zelf bezoeken (wat ons niet heel erg trekt) of naar het strand (wat gezien het toch niet echt lekkere weer ook niet echt een optie is). De shopping mall is zoals te verwachten enorm: honderden winkels over twee verdiepingen met een onder andere een eigen klimwand, bioscopen en een theater. We struinen wat rond in de mall, en landen uiteindelijk bij een koffietentje waar we ons tegoed doen aan een kop koffie en een appeltaartje. Daarmee is ook gelijk de lunch komen te vervallen, want het ding vult behoorlijk. Nadat we nog wat rond zijn gestruind pakken we de auto terug naar ons guest house, om nog een uurtje te relaxen voordat we richting het centrum van het stadje vertrekken om te gaan eten.
Het plan is om lopend via het strand naar het centrum te lopen, een wandeling van een kilometer of 4 over een mooi zandstrand. Helaas gooit het weer nu echt roet in het eten: het begint te regenen. Volgens de eigenaresse is het al een paar dagen erg slecht, en is het iets wat ze nog nooit heeft meegemaakt: zoveel regen in november is echt een uitzondering! Uiteindelijk pakken we de auto en na een drankje bij een leuk tentje in het centrum schuiven we rond half zeven aan in ons restaurant. De steaks zijn zoals beloofd goed, en de rib-eye van Geeske gigantisch (de ietswat verbaasde blik van de serveerster bij het bestellen is achteraf best te verklaren). Als we helemaal volgevreten zijn houden we het voor gezien: We gaan nog en drankje pakken in de Honesty bar van het guest house. Dat blijkt in de praktijk lastiger dan verwacht: Het hek om de bar binnen te komen zit namelijk potdicht! We besluiten het er dan maar bij te laten en lezen in bed nog wat en gaan op tijd slapen.

Woensdag 23 november – Naar St Lucia

Woensdag 23 november – Naar St Lucia

Na ons ontbijt, zoals gewoonlijk weer meer dan goed, gooien we onze spullen in onze coole Chevy en nemen afscheid van de eigenaresse. We hebben vandaag een rit van zo’n 225 kilometer voor de boeg naar St Lucia, waar we drie nachten zullen verblijven. De rit zelf is vrij saai: Hoewel de omgeving best mooi is (we raken verwend) is er onderweg weinig de moeite waard om te stoppen, en met alleen een korte stop bij een benzinestation voor een bakkie staan we iets voor twaalven bij ons guest house in St Lucia. Het weer houdt niet over: het is bewolkt en af en toe hebben we zelfs een spatje regen.Hoewel we eigenlijk veel te vroeg zijn worden we hartelijk welkom geheten, en terwijl onze kamer klaargemaakt wordt, praat Mildred, de manager, ons bij over deze prachtige omgeving.

St Lucia ligt midden in de St Lucia Wetlands, een natuurreservaat rond een van de grootste zoetwatermeren ter wereld. Er komt hier werkelijk van alles aan beesten voor, van olifanten en nijlpaarden tot luipaarden. En als we zeggen dat St Lucia in het reservaat ligt, dan bedoelen we ook midden in! Het reservaat start in de achtertuin van ons guest house, waar volgens Mildred regelmatig nijlpaarden ‘s avonds komen grazen. Om het zwembad staat dan ook een stevig hek om deze beesten er uit te houden. Voor de rest lopen de nijlpaarden hier gewoon door de straten, grazen ze regelmatig de gazonnetjes leeg, hangen de luipaarden bij mensen in de bomen, en rennen de apen aan alle kanten door de stad. Mildred is behoorlijk enthousiast en ze vertelt een half uur lang over alle dingen die we kunnen en moeten doen en over de zaken die ze regelmatig tegenkomt. We zijn benieuwd! Eerste stop is lunch: Op aanraden van Mildred is het restaurant van de bootclub een prima spot om te lunchen: Prima eten en goed uitzicht over het water waar regelmatig een kudde nijlpaarden te zien moet zijn. We zijn koud de uitrit van het guest house uit of het begint al: langs de kant an de weg staan twee stokstaard-achtige beestjes, die zich geen donder aantrekken van onze auto. We rijden door het dorpje en houden onze ogen goed open voor luipaarden die hier regelmatig langs de kant van de weg in de bomen worden gespot. Helaas hebben we hiermee geen mazzel, maar aangekomen bij onze lunchspot blijkt dat onze hostess weer gelijk had: Er zit een kudde nijlpaarden op ongeveer 50 meter van het terras van het restaurant. En terwijl wij aan een pizza’tje en verse garnalen zitten, horen we op de achtergrond het geknor en geloei van deze beesten. Het eten smaakt prima, en al snel besluiten we dat we vanavond maar weer eens ons beproefde concept van wijn, kaasjes en crackers gaan herhalen.

We rijden terug naar het dorp, waar we onderweg nog een duiker (kleine antilopesoort) langs de kant van de weg zien zitten, en drinken bij een gezellig koffietentje een espresso. Daarna is het tijd voor ons uitstapje naar het krokodillenkamp. In dit opvangcentrum worden krokodillen bestudeerd, opgevangen en gefokt en hebben ze een behoorlijk verzameling van zowel inheemse als andersoortige exemplaren. Gelijk bij binnenkomst zien we de eerste beesten al zitten: enorme mannetjes van een meter of 5 met hun harem van 6-8 vrouwtjes (die ‘maar’ een meter of 4 zijn). Zoals gebruikelijk is er weinig leven in de brouwerij en vinden deze beesten het allemaal wel prima. Komende zaterdag worden ze weer gevoerd, en tot die tijd doen ze lekker rustig aan. We dwalen rustig langs de verblijven en vooral de bassins met de jonge krokodillen doen het goed: hier gebeurt her en der nog wat, kruipen de beesten over elkaar heen en wordt het zowaar nog enigermate enthousiast als er een aantal vissen over het muurtje worden gegooid. Ook is het erg leuk de verschillende soorten krokodillen en alligatoren eens naast elkaar te zien, en dan valt met name de grootte van de hier veel voorkomende nijlkrokodil maar weer eens op.
Na een uurtje zijn we uitgekeken en rijden op de terugweg even langs de supermarkt om ons avondeten op te pikken. Rond 4 uur zijn we terug in ons guest house en zitten op ons balkon met uitzicht op de wildernis. Helaas begint het dan al snel echt te plenzen, maar gelukkig kunnen we verkassen naar de veranda, waarvandaan we goed uitzicht hebben op de achtertuin. En even later is het al raak. Een duiker komt voorzichtig door de achtertuin gelopen. We blijven lekker zitten in onze luie stoelen met een boekje, een laptop en een glas wijn en genieten van de show.

Donderdag 24 november – Hluluwe National Park

Donderdag 24 november – Hluluwe National Park

De dag begint vandaag erg vroeg: Om 3 uur staan we op want om 4 uur worden we opgepikt voor een volle dag game drive in het Hluhwule National Park. Het park ligt op ongeveer een uurtje rijden van St Lucia en is het oudste National Park van Zuid Afrika. Met 1000 vierkante kilometer ook niet bepaald klein te noemen, maar dan nog 20 keer kleiner dan het Kruger Park. Toch staat het park bekend om zijn enorme veelvoud aan beesten: vrijwel alles wat er in Kruger rondstruint is ook terug te vinden in dit Park.
Als we enigzins groggy wakker worden merken we al snel dat het weer vandaag niet echt meespeelt: Het regent behoorlijk en het heeft ook de hele nacht geregend. We laten ons er niet door ontmoedigen en om 4 uur staan we in warme truien en regenjassen buiten te wachten. Keurig om 4 uur komt er een jeep aangereden en ontmoeten we Paul, onze gids van vandaag. De beste man is erg vriendelijk, weet ons te melden dat er in het park nog twee andere mensen opstappen en dat dat het is. We beginnen met een rit van een uur naar het park, een paar uurtjes game drive, ontbijt, meer game drive lunch en we zijn als alles goed gaat rond 14:30 weer terug bij het guest house. We zitten op eenvoudige maar prima bankjes in een opbouw op de jeep, en Paul vertelt ons dat de canvas zijkanten weg gaan zodra we in het park zijn en het weer een beetje te doen is. Ook heeft hij dikke dekens voor ons neergelegd, het kan nogal fris worden achterin. De rit naar het park verloopt prima, en als we aangekomen zijn is het ondertussen ook licht geworden en nog belangrijker: droog! Bij het park pikken we ook onze mede reizigers op, een Brits stel van rond de 35 waarmee we prima door een deur kunnen.

Zodra we door het park beginnen te rijden zien we overal wild en vogels. Paul is zelf erg enthousiast en stapt regelmatig uit om naast de auto ons allerlei dingen te vertellen over de beesten die we zien. We vermaken ons prima, het weer is goed genoeg en het gezelschap meer dan goed. Na een uurtje of twee met veel antilope soorten, buffels, zebra’s, giraffes en ander beestenspul is het ontbijttijd. Paul stopt bij een meertje waar waanzinnig veel weaverbirds druk bezig zijn met hun nesten. Daar tovert hij koffie, thee, broodjes en van alles en nog wat tevoorschijn en terwijl we naast de auto staan laten we het ons prima smaken. Dan zijn in een keer de weaverbirds erg stil en even later zien we een hyena richting de nesten lopen. Deze hangen ook laag genoeg voor hem om er een paar naar beneden te trekken en dat levert prachtige plaatjes op. Omdat het schijnbaar qua eten niet veel oplevert besluit het beest dan toch maar onze kant op te komen. Langzaam cirkelt het beest richting de auto, totdat hij op nog geen 10 meter van ons afstaat. Paul ziet het allemaal gelaten aan, en we schieten de meest mooie foto’s. Uiteindelijk besluit het beest dat 5 mensen toch wat teveel van het goede is en gaat hij er vandoor. Wij ruimen op en duiken de auto weer in, waarbij Paul ons vertelt dat als het beest nog een stap in onze richting had genomen hij ons de auto in zou hebben gejaagd. Up close and personal, zoals hij noemt.
In het park is het door het slechte weer heerlijk rustig, we komen uren geen andere auto tegen. Wel zien we als we door een droogstaande rivier rijden even verderop een witte neushoorn lopen en even later komt er ook een jong tevoorschijn. Paul zet de motor uit, vertelt ons van alles over deze prachtige beesten en alsof we er niet staan komen ze steeds dichter bij. Uiteindelijk lopen ze op nog geen 3 meter voor de auto aan ons voorbij!
Even later is het weer raak: een van onze medereizigers spot twee leeuwinnen langs de kant van de weg. Paul neemt hier geen genoegen mee, sputtert iets over een mannetje wat er in de buurt moet zijn, rijdt 20 meter door en we staan vlakbij een prachtige mannetjesleeuw die 15 meter van de weg af in de struiken ligt. Het is werkelijk een prachtig gezicht en uiteindelijk blijven we dik 15 minuten naar de beesten kijken.
De tijd vliegt en het is eigenlijk tijd om terug te rijden, maar Paul heeft er weinig zin in. Hij stelt voor een extra rondje te doen van anderhalf uur om te kijken of hij wat olifanten kan vinden. Daar sputtert niemand op tegen, en we gaan vrolijk verder het park in. Hij belooft ons ook niet teveel want een half uur later zijn we omringd door een groep van 26 olifanten.

Rond 2 uur zijn we terug in de buurt van de hoofdingang, waar het tijd is voor de lunch: Braai natuurlijk! Binnen een paar minuten heeft Paul een bbq aangestoken, wordt er voor de dames witte wijn ingeschonken en voor de heren een biertje. Dan komen er salades op tafel, en worden er worst en steaks op het vuur gegooid. Zelfs voor de vegetarische dame in ons gezelschap is gezorgd en er verschijnt een keurige bak pasta die op de grill wordt opgewarmd. De lunch is heerlijk, het bier en de wijn ook en we kijken terug op een superdag met een dijk van een gids.
Alsof het afgesproken is begin het te plenzen zodra we het park weer uitrijden, en met de anderhalf uur vertraging staan we tegen 4 uur weer in ons guest house. Met een korte nacht, en een paar wijntjes en biertjes achter ons kiezen besluiten we dat het eerst maar tijd is voor een uurtje slaap. Tegen zessen rijdt Harro even naar de supermarkt om ons beproefde concept van kaasjes en crackers te halen en landen we op de veranda van ons hotel met een fles rode wijn en een camambert en een puntje brie. Erg laat wordt het niet.

Vrijdag 25 november – St Lucia

Vrijdag 25 november – St Lucia

We beginnen vanochtend met een heerlijk ontbijt op het ietwat vriendelijkere tijdstip van kwart over 8. Het weer is helaas onveranderd van de avond er voor, het is bewolkt en er valt regelmatig een bui. We besluiten er vandaag maar zelf op uit te gaan en willen beginnen met een self-drive door het St Lucia Wetlands park naar Cape Vidal, het noordelijkste puntje wat met de auto te bereiken is, zo’n 35 kilometer in het park.
In onze coole bolide rijden we door het park waar we al snel een kudde nijlpaarden in het water zien liggen en daarna is het telkens weer raak met kudu’s, bushbucks, zebra’s, wrattenzwijnen en buffels. We merken al snel dat je ook met self drive een boel kunt zien, maar missen wel het commentaar en de uitleg van een gids. Zeker omdat we bij sommige beesten toch echt niet een goed idee hebben wat het is.
De tocht zelf is prachtig en de meeste tijd zowaar droog, zodat we ook her en der wat zandpaden kunnen pakken om meer te kunnen zien. Na anderhalf uur rondrijden eindigen we in Cape Vidal. De harde wind en de bewolking doen ons besluiten om maar niet te gaan snorkelen en zwemmen, hoewel we wel een paar die-hards in de golven van de Indische oceaan zien liggen. Voor de rest is er in Cape Vidal niet veel te beleven en ook het kopje koffie waar we op gehoopt hadden gaat niet door. Als het dan ook nog begint te plenzen, zijn we het zat. We stappen in de auto en rijden in een uurtje terug naar St Lucia waar we heerlijk koffie drinken en lunchen bij een leuk koffietentje. Daar besluiten we ook dat we eerst maar even terug gaan naar het guest house voor een rustig middagje en dat we om 4 uur met een boot meegaan de wetlands in voor een game-boat-drive.

Het weer is ondertussen weer een stuk beter en uiteindelijk zitten we op ons eigen balkon een potje te kaarten wat Geeske door enorm vals te spelen nipt wint. Iets voor vieren vertrekken we richting de steiger waar we de boot pakken. We zitten op het dak met nog zo’n 10 andere toeristen en worden af en toe door de luidspreker gewezen op de krokodillen en de hippo’s die in en langs het water liggen. Af en toe komen er ook wat zonnestralen tussen de wolken door en die zorgen voor prachtig licht en een mooie regenboog. Met name de visarenden die aan de kant mooi in de zon zitten zien er prachtig uit. Met een prachtige show door wat nijlpaarden cruisen we twee uur lang rond en leggen tegen zessen weer aan bij de steiger.

We dumpen de auto bij het guest house en besluiten een drankje te gaan doen in het stadje en aangezien we daarna gelijk een hapje willen gaan eten is een auto wat minder handig. Met 10 minuten lopen staan we in het centrum en pakken een terrasje aan de hoofdstraat. Terwijl Geeske haar wijntje drinkt en Harro aan zijn tweede gin-tonic (zuiver medicinaal natuurlijk) denken we even dat we nu al teveel gedronken hebben: Op nog geen 10 meter van ons af loopt er een nijlpaard over de parkeerplaatsen naast het restaurant! Er komt een auto de hoek om die toch even op zijn remmen moet en dan zien we pas hoe enorm groot het gevaarte is. Het beest lijkt zich niet aan de auto te storen en loopt er via een andere parkeerplaats omheen en loopt de hoofdstraat in om even later via een zijstraat te verdwijnen. Terwijl we in de verte nog flitsen zien van alle foto apparaten staan onze monden nog open van verbazing.
Na onze drankjes lopen we toch enigzins voorzichtig richting een Portugees restaurant even verderop: We hebben niet zo’n zin om het gevaarte zo midden op straat tegen te komen. Het eten bij het restaurant is prima en na nog een wijntje en een paar biertjes besluiten we om terug te lopen naar ons guest house. Enige uitdaging: De zijstraat waar we in moeten is ook precies de zijstraat waar een paar uur eerder de hippo in is gewandeld! Met heldenmoed en doodsverachting en terwijl Harro iets murmelt over acceptabele verliezen en iets met Darwin en mensen die harder kunnen lopen dan anderen, lopen we zonder enig probleem naar ons guest house waar we op ons balkon nog wat drinken en dan rustig in slaap vallen.

Zaterdag 26 november – Van St Lucia naar Swaziland, Mliliwane

Zaterdag 26 november – Van St Lucia naar Swaziland, Mliliwane

Vandaag gaan we naar het buitenland! We slapen de komende twee nachten in een reservaat in Swaziland: Mliliwane. We staan op tijd op, want we hebben een vrij lange rit voor de boeg en een grensovergang waarbij we volgens de verhalen nog wel eens een tijdje zouden kunnen staan.
We vertellen ‘s ochtends aan Mildred wat we die avond ervoor hebben meegemaakt en ze is erg enthousiast. Nu geloven we tenminste wat ze vertelde bij aankomst, namelijk dat de nijlpaarden hier werkelijk door de straten en tuinen struinen. We moeten toegeven, toen ze het verhaal twee dagen geleden vertelde waren we ook wat sceptisch…
Het ontbijt is onveranderd goed, met veel koffie, overheerlijk vers fruit en yoghurt en gebakken eieren met spek. Nadat we onze spullen hebben ingeladen en hartelijk afscheid hebben genomen van Mildred gaan we op weg voor een rit van 350 kilometer. De eerste 170 kilometer naar de grens verlopen zonder enige problemen en we kunnen goed doorrijden. Vergeleken met de ritten die we tot nu toe hebben gehad, is alleen het uitzicht ronduit saai te noemen en zien we geen plekken waar we even willen stoppen. Koffietentjes zijn al helemaal ver te zoeken, dus rijden we maar gewoon door.

Bij de grensovergang is het erg rustig. We beginnen aan de Zuid-Afrikaanse kant waar we in een keurig kantoorgebouw eerst een papiertje voor de auto ophalen en daarna onze paspoorten laten stempelen. Duur ongeveer 5 minuten en dan zijn we bij fase twee: De grenscontrole bij Swaziland. Dit lijkt wat meer op een gemiddelde grensovergang zoals we die gewend zijn in Afrika. Het is binnen vrij druk, het is totaal onduidelijk wie er werkt en wie er wat gedaan wil krijgen, en niemand weet voor welke balie hij moet gaan staan, oftewel: complete chaos. We hebben gelukkig alle tijd en kijken het eerst maar een paar minuten aan om dan een rij te selecteren die er veelbelovend uitziet. Dat blijkt voor ons dan ook de juiste rij te zijn, en terwijl er links en rechts van ons wat geduwd en gedrongen wordt zijn we vrij snel aan de beurt. Harro glipt er als eerste tussen, want er blijkt ook nog wat voor de auto te moeten worden geregeld. En terwijl Geeske’s paspoort wordt behandeld, de dame achter de balie wat heren die aan het dringen zijn uitkaffert en de man naast haar wat smeergeld accepteert, tikt Harro 50 rand af voor een vodje wat wegenbelasting schijnt te zijn. We vinden het allemaal prachtig en staaan uiteindelijk met 20 minuten weer buiten, met stempels, papiertjes en ‘maar’ 50 rand armer. We wensen de mensen in het hoogseizoen veel succes.

Ook de volgende helft van de rit is weinig enerverend. Het landschap is vrij monotoon en we zien niet echt uitnodigende plekken om een bakkie te gaan doen. We besluiten het stuk dus maar in een keer door te rijden en zonder verdere bijzonderheden staan we rond twee uur bij de ingang van het Mliliwane reservaat. Zodra we het reservaat inrijden staan we gelijk tussen de kudu’s, zebra’s en wildebeesten, terwijl er overal de meest uiteenlopende antilopesoorten doorheen rennen. Dit is ook waar het park bekend om staat: Geen big 5 en geen gevaarlijke beesten, waardoor het mogelijk is om in een camp zonder hekken te verblijven en ook in het park kan worden gelopen en gefietst. Met de auto rijden we een kwartiertje naar het camp waar we bij de receptie de sleutel krijgen van ons ‘bijenkorfhuisje’, een klassieke ronde hut gemaakt van van riet, maar wel met modern sanitair. Het huisje is keurig en erg ruim en daarbij verrassend koel. Dat is ook wel nodig, want de temperatuur is ondertussen opgelopen tot zo’n 32 graden en dat terwijl het bewolkt is.

We lopen even wat rond over het camp, waar we aan alle kanten de wrattenzwijntjes en nyala’s door het park zien lopen. Het is er wel wat druk en met nogal wat herrie, want in het weekend lijkt dit ook een populaire plek voor wat schoolklassen. We landen in het restaurant om een drankje te doen en om gelijk te reserveren voor het avondeten. We mogen gelijk een tafel uitzoeken voor de avond en zitten aan de hippo pool aan de rand van het restaurant. In een boom iets verderop is het een kabaal van jewelste; er zitten letterlijk tientallen vogels op hun nesten. Het verrassende is dat er werkelijk van alles zit: weaverbirds, diverse watervogels, eenden en her en der een reiger. En er vlak voor een enorme krokodil die rustig ligt te wachten tot er weer een vogel iets te dichtbij komt. We drinken rustig wat en besluiten dan de rest van vandaag rustig aan te doen, we hebben morgen nog de hele dag om het park en de omgeving te verkennen en bovendien moet er nog wat rechtgezet worden qua kaarten.
Buiten voor ons huisje staan wat bankjes en tafels en daar kaarten en lezen we wat, totdat we honger beginnen te krijgen. Het restaurant serveert een buffet, dus veel keuze hebben we niet. Laten we het er op houden dat de prima fles wijn die we hebben besteld veel goed maakt. We blijven lekker een tijdje zitten en genieten van de enorme herrie van de vogels en kikkers in de pool. De beloofde nijlpaarden zijn ver te zoeken, en later horen we dat die eigenlijk alleen in de winter hier te vinden zijn…

Zondag 27 november – Mliliwane

Zondag 27 november – Mliliwane

We worden om iets over vijven gewekt door een enorm kabaal van de vogels die de zonsopgang vieren. Van het een op het andere moment beginnen naar ons idee honderden vogels als gekken tekeer te gaan. Omdat we dit echt te dol vinden draaien we ons nog maar eens op en om iets over zevenen worden we dan opnieuw gewekt, maar dit keer door een buslading schoolkinderen die ook wakker zijn geworden. Na rustig douchen en aankleden zitten we om kwart over 8 aan het ontbijt. Wederom buffet stijl, maar gelukkig iets beter dan de avondmaaltijd van de vorige dag.
Het plan om een wandeling van een uur of twee door het park te maken laten we maar even varen: Geeske voelt zich niet zo lekker en wil liever rustig aan doen, en omdat in je eentje joggen door het park wordt afgeraden blijven we maar even bij ons hutje zitten. Tegen een uur of 10 voelt Geeske zich goed genoeg om wat te gaan doen, en besluiten we een tocht met de auto in het park te maken. Dat gaat prima, maar de paden lijken toch wat meer geschikt gemaakt voor 4-wheel drives. Daar laten we ons niet door afschrikken en buiten wat licht angstige momenten in de bijrijdersstoel bij het over een toch wel heel gammel houten bruggetje rijden gaat het prima. Onderweg zien we overal impala’s, zebra’s en wildebeesten, die zich erg weinig aantrekken van de auto’s die vlakbij komen. De auto heeft het wat zwaarder te verduren, met veel takken aan de zijkant en fors wat rotsen tegen de onderkant (lang leve een huurauto!). Het bruggetje blijkt op de terugweg wat teveel van het goede, we komen er namelijk niet echt tegenop, de rand van het bruggetje is te hoog voor onze bolide. Met een kleine omweg dwars door de bossen landen we uiteindelijk weer in het main camp.

We besluiten dat het dan tijd is om wat meer van Swaziland te zien, en beginnen met een twee uur durende autotocht door prachtige gebieden. Uiteindelijk landen we in Mbabane, de hoofdstad, en drinken daar bij een koffietentje een bak koffie en eten een tosti. Daarna rijden we naar een supermarkt om wat inkopen voor het avondeten te doen, want we hebben wel besloten het restaurantbuffet deze keer maar te skippen. Helaas mislukt onze poging om een fles wijn te scoren, want die blijken op zondag niet verkocht te worden…
Rond half vier zijn we terug in het camp, en gaan we een drankje doen in het restaurant. Daar is het heerlijk koel in de schaduw en dat is maar goed ook, want de thermometer in de auto laat een temperatuur zien van 37 graden in het zonnetje. Terwijl Geeske wat leest werkt Harro het reisverslag bij. We zitten lekker een uurtje in de koelte, en het lukt ons om in het restaurant wel een flesje wijn mee te krijgen. Bij onze hut gaan we buiten zitten kaarten, drinken een glaasje wijn en eten kaasjes en crackers terwijl we genieten van een mooie zonsondergang.

Maandag 28 november – Van Mliliwane naar Kruger

Maandag 28 november – Van Mliliwane naar Kruger

Ons bezoek aan Swaziland is maar kort: Vandaag vertrekken we alweer naar Zuid Afrika. We verlaten Swaziland door een van de noordelijke grensposten om richting Krugerpark te rijden, een rit van ongeveer 350 kilometer die de rest van de dag in beslag zal nemen. Omdat het een behoorlijke rit is, waarvan een deel door Krugerpark zelf is en we die op ons gemak willen doen, starten we de dag vroeg. Om stipt 7 uur zitten we aan het ontbijt en om kwart voor acht zijn we uitgecheckt en op weg.
Na een korte stop om de tank vol te gooien en te pinnen rijden we door het noorden van Swaziland, wat echt een stuk mooier is dan het toch enigzins tegenvallende zuidelijke stuk van een paar dagen geleden. We rijden door prachtige groene bergen, waar niet veel meer dan gras groeit, en het lijkt ook een stuk rustiger dan het toch wel redelijk industriele zuiden. In iets meer dan twee en een half uur staan we bij de grens. Het ritueel kennen we ondertussen, en in minder dan 10 minuten zijn onze paspoorten gestempeld en zijn we Swaziland uit. Er wordt een beetje vreemd gekeken dat we een bepaald formulier niet hebben (dat zouden we bij binnenkomst moeten hebben gekregen), maar het vodje dat bewijst dat we wegenbelasting hebben betaald vinden ze na twee keer vragen dan ook wel afdoende.

De Zuid-Afrikaanse kant gaat zoals we gewend zijn vlot en professioneel en binnen no-time zijn we op weg naar de dichtsbijzijnde entree voor het Krugerpark, zo’n 40 kilometer verder noordelijk. Nadat we onze paperassen hebben gekregen rijden we door de slagbomen en staan we gelijk midden in het park. Omdat we nu ruim de tijd hebben, besluiten we te beginnen met een rit naar een van de dichtbij gelegen rest camps, een game drive van 40 kilometer. Maximum snelheid in het park is 50 kilometer per uur, maar dat halen we echt niet. Met een gangetje van zon 30-40 km per uur cruisen we rustig door het wilde landschap en stoppen aan alle kanten voor beesten, waaronder olifanten en buffels. We hebben hopen dat we vandaag nog een luipaard gaan spotten, maar gezien het feit dat we middag op de dag rijden, zal dat er niet inzitten. In het eerste camp lunchen we op ons gemak en drinken ons eerst bakkie koffie van die dag en na een korte stop bij de ‘curio-shop’ zijn we weer op weg. Met behulp van onze meegebrachte detail kaart van Kruger plannen we een route van zo’n 120 kilometer naar ons eigen camp: Pretoriuskop. Hier zullen we een nacht blijven om daarna door te reizen naar een private game reserve dat tegen kruger aanligt.
Op onze tocht zien we van alles en nog wat aan beesten voorbij komen, maar helaas moeten we het zonder katten blijven doen. Die zullen dan maar even tot vanavond of morgen moeten wachten, we willen namelijk nog wel een game drive met gids doen voordat we weer verder rijden. De rit is al met al best lang, en tegen vieren komen we eindelijk aan in ons camp. We checken in en krijgen een keurig net huisje, met eigen keukentje en een eigen bbq voor de deur. We regelen ook gelijk onze game drive: Omdat de sunset drive helaas al vol zit, besluiten we maar dat we dan de volgende ochtend vroeg een game drive willen doen, start 04:00 uur….

Omdat we dan voor de rest van de dag weinig meer gepland hebben, drinken we eerst een bakkie koffie in het restaurant, en gaan dan boodschappen doen: Een eigen bbq betekent natuurlijk ook dat er een braai aankomt! In het winkeltje vinden we (weinig verrassend) alles wat we nodig hebben, houtskool, aanmaakblokjes en Vleesch! Gewapend met een enorme kudu steak een blikje fruit (voor de vitamientjes) en (u raadt het al) een flesje wijn vertrekken we naar ons huisje. Aan onze tafel kaarten we een potje onder het genot van een wijntje en als de zon bijna onder is stookt Harro een fijn vuurtje in de bbq. Wel worden we nog even gestoord door onze buren, die vinden dat we op hun parkeerplaats staan (en drie keer raden uit welk land deze mensen komen). We trekken ons er weinig van aan, zetten de auto een meter naar voren, en gaan door met belangrijke zaken: de braai. Terwijl de kolen langzaam mooi beginnen te gloeien, begint Harro toch te twijfelen aan de hoeveelheid vlees. Een korte sprint naar de winkel en het menu is uitgebreid met een fijne t-bone steak (de wildebeest steaks waren echt te groot…).
Het eten is heerlijk en ook de vruchtjes gaan er ,na een kleine worsteling om het blik open te krijgen, best in. En dan is het 8 uur, is het eten op en gaat bij ons ook wel zo’n beetje het licht uit. En aangezien we morgen om een uur of 3 op moeten om om kwart voor 4 klaar te staan bij ons game-drive vehikel kan wat extra slaap geen kwaad.

Dinsdag 29 november – Kruger Park

Dinsdag 29 november – Kruger Park

Om drie uur gaat de wekker en geeft Harro Geeske een por, draait zelf nog even om maar krijgt om kwart over drie dezelfde por terug. Het is stikdonker buiten en voor de rest zien we ook weinig beweging bij andere huisjes. Zijn wij dan de enige gekken die denken dat een game drive om dit tijdstip leuk is? Uiteindelijk blijken er nog 3 net zo gek, twee Nederlandse meiden en een wat oudere Engelstalige dame. Onze gids is er ook ruim op tijd en iets voor vieren rijden we de poort uit. We hebben twee schijnwerpers gekregen waarmee we links en rechts kunnen schijnen. Totdat het licht begint te worden rond 5 uur levert dat buiten een hard wegrennende duiker helemaal niets op! Ook onze gids wordt een beetje moedeloos en zonder schijnwerpers rijden we verder. Met meer stops voor verschillende soorten uitwerpselen die op de straat liggen dan voor beesten worden we langzaam wat melig. De Nederlandse meiden zijn gezellig en we kletsen onder de rit wat over onze vakanties. De zonsopgang zelf is wel een hoogtepunt: die is prachtig en we stoppen een paar keer om mooie foto’s te maken.

De game drive duurt tot 7 uur en tot kwart over 6 hebben we buiten wat impala’s, een verdwaald wrattenzwijn en wat duikerkonten werkelijk niets gezien. We zijn al dik op de terugweg als we dan een eenzame mannetjesolifant vlak naast de weg zien lopen: Dat is tenminste iets! Weer even later zien we een kudde buffels en begint het er op te lijken dat het niet allemaal voor niets was. Dan zien we links van de weg op zo’n 50 meter een witte neushoorn rustig grazen en terwijl we daarvoor remmen, passeren we op rechts een mannetjes-impala die vreselijk staat te blazen… dat betekent dat er iets aan de hand is. Ook een aantal giraffes 50 meter verderop reageren gelijk, we zien 3 koppen in een keer omhoog komen. Al met al een gezellige beestenboel! Maar de vraag blijft: waar zijn deze beesten nou zo opgewonden over? Volgens onze gids moet er haast wel een luipaard in de buurt zijn. We besluiten rustig verder te rijden en 25 meter verder spot Harro inderdaad een luipaard die goed verstopt in de bosjes ligt. Al snel verzamelen er zich meerdere auto’s om ons heen, maar wij hebben echt een topplek. De luipaard vindt het wel wat druk om wat te gaan doen en blijft rustig liggen, maar voor ons is het voldoende: We hebben onze big 5! Met de leeuwen die we eerder zagen hebben we nu de buffels, neushoorn, olifanten en luipaarden gezien. Terwijl we verwachtten dat de hele game drive niets zou worden hebben we uiteindelijk een top-ochtend, met 4 van de 5 en ons lijstje compleet!
Terug in het kamp frissen we ons wat op en gaan dan in het restaurant het ‘healthy breakfast’ scoren: yoghurt met muesli, vers fruit en honing. Na al dik drie uur op te zijn smaakt dat werkelijk heerlijk. We pakken daarna onze tassen een rijden rond half negen de poort uit. Al game drivend door het park rijden we vandaag naar een ‘private game reserve’ wat 250 kilometer verderop tegen Krugerpark aanligt. Hier hebben we de komende twee nachten een accommodatie die ‘Pezolo tree house’ heet en gaan we een game drive en een game walk doen.
De tocht door het Kruger is prachtig en we zien hordes olifanten, neushoorns en allerlei andere beesten. Helaas lukt het ons niet om nog leeuwen te spotten en de ‘big-5 in one day’ te scoren, maar wat beesten betreft kan de dag toch al niet meer stuk. De snelheidslimiet en diverse pauzes maken het wel een lange dag, pas tegen vieren komen we aan in onze accommodatie, na een licht avontuurlijke tocht over een behoorlijk slechte weg.

 

Daar staan ze al op ons te wachten met een doekje om ons op te frissen en eeen koud drankje. Terwijl we een korte uitleg krijgen over de accomodatie merken we al dat dit echte luxe is. Alles is geregeld, van ontbijt, high tea als lichte lunch in de middag tot en met het diner bij kampvuur ‘s avonds. En dan komen we bij onze accommodatie: die is werkelijk adembenemend! Een eigen tree house, compleet vrijstaand en zo’n 100 meter van het volgende gebouw af, hoog om een boom heengebouwd. Het gebouw heeft twee aparte slaapkamers (waar overigens de boom ook binnenin verder groeit), een groot bad en toilet binnen, en een buitendouche en buitentoilet. Op de tweede verdieping een groot balkon met bankje en uitzicht op een waterhole waar s’avonds de beesten komen drinken… Hadden we al verteld dat we ‘in’ het reservaat zitten (en nee, er zitten geen gevaarlijke beesten)?

We frissen ons wat op, en gaan eerst een drankje doen in de bar. Daarna gaan we op ons eigen balkon wat zitten lezen en typen en wachten tot de beesten aanschuiven aan ‘ons’ waterhole. Helaas lijken er alleen wat vogels echt dorst te hebben, en tegen 7 uur lopen we richting ons ‘restaurant’. Op een afgeschermde plek staan de eettafels al in een halve cirkel om een kampvuur opgesteld. We pakken nog een drankje aan de bar en gaan dan aan tafel. Terwijl we wat kletsen met onze buren wordt het voorgerecht geserveerd en even later wordt ook het uitgebreide hoofdgerecht in de vorm van een buffet rond het kampvuur neergezet. Het eten is heerlijk met veel verschillende gerechtjes. Tijdens het eten komt de manager bij iedereen persoonlijk voorbij om het programma van de volgende dag te bespreken, wat voor ons een game walk in de ochtend en een game drive laat in de middag is. Na het eten gaan we al vrij snel terug naar onze treehouse, we moeten morgen om 6 uur klaarstaan voor de ochtendwandeling!

Woensdag 30 november – Omgeving Hoedspruit, Private reserve

Woensdag 30 november – Omgeving Hoedspruit, Private reserve

De wekker begint om 5 uur te piepen, maar dat heeft weinig nut want Harro heeft oordoppen in zijn oren en Geeske is al op. De oordoppen waren wel even nodig want er is ook een fors aantal kikkers die het vijvertje voor de deur hebben ontdekt. Tegen zessen lopen we richting de receptie waar Ronnie, de manager van het hotel, ons al staat op te wachten met verse koffie en thee. Dat gaat er best in en als ook 3 andere gasten zijn gearriveerd en een bakkie hebben gedronken gaan we op pad. We beginnen een tocht van twee uur dwars door de bush en komen van alles tegen: impala’s, wildebeesten, kudu’s, elanden, wrattenzwijnen en allerlei klein spul. Ronnie vertelt ons ondertussen van alles over de planten, de termietenheuvels en de insecten die we zien rondvliegen en rondrennen. Ook vertelt hij over de problemen die ze hebben met stropers en wat ze er zoal tegen doen. Toch zien we even later ook een medewerker van het reservaat rondlopen met een strik die hij even eerder heeft gevonden; dagelijks zijn ze bezig met het zoeken van deze strikken en het bewaken van het wild. Sinds kort mag er op stropers ook geschoten worden…
De wandeling is heerlijk, het is nog een beetje bewolkt en Ronnie een vat van informatie. Het toetje komt vlak voor het einde: ineens staan we op nog geen 10 meter van een aantal giraffes af en even later staat er naast ons een tweede ploeg. In totaal 9 giraffes laten zich niet echt door ons opjagen en we hebben dan ook ruim de tijd deze prachtige beesten van dichtbij te bekijken. Hierna lopen we rustig terug naar onze lodge waar er al een heerlijk ontbijt staat te wachten, en dat gaat er na een wandeling van bijna twee en een half uur best in!

Het is tegen 9 uur als we klaar zijn met het ontbijt en tot twee uur hebben we niets te doen, en dat is best lekker voor een keertje. We gaan terug naar ons eigen treehouse, waar we op onze veranda wat lezen, een potje kaarten en het reisverslag bijwerken. Tussendoor zien we regelmatig wat prachtige vogels een bad nemen in de vijver voor ons huis en zien we een licht gestoorde vogel die krampachtig probeert door ieder raam heen te vliegen wat hij kan vinden. Eerst probeert hij de zijruiten en de spiegel van de auto, en even later horen we hem tegen het raam van ons treehouse aanvliegen… Het lijkt een beetje zielig, maar het levert wel mooie plaatjes op.
Om twee uur lopen we heerlijk relaxed naar de receptie, waar een high tea wordt klaargezet: Wat cake, wat tonijntaartjes, fruit en koffie en thee vormen een prima lunch. We zitten er rustig, kletsen nog met wat andere gasten en zien een nieuwe Amerikaanse dame arriveren. Die lijkt behoorlijk van de wereld, een beetje chaotisch en blijft zich maar druk maken om malaria. Ze heeft de komende dagen samen met twee andere gasten van het hotel een prive gids, en dat lijkt maar goed ook, want hoe zo iemand zo’n reis kan maken is voor ons even een raadsel. Het blijkt even later dat zij meegaat op de game drive en dat we enorme mazzel hebben: normaal duurt de game-drive zo’n 3 uur, maar de andere gasten die we nog moeten oppikken hebben een 5-uurs tocht geboekt, en nu moeten we dus ook wel 5 uur mee… balen!

Even voor drieen arriveert ons jeep, een open Landrover met plek voor 10 mensen, onze gids en onze spotter. Met de gids kunnen we vanaf het begin goed lachen: De bolle Zuid-Afrikaan heeft Nederlandse ouders en spreekt zelf goed Nederlands. Hij bezit een gezonde portie humor en met hem maken wat grappen over de rest van de gasten. De spotter is een jonge, niet heel ervaren knul die weinig zegt. Ook blijkt al snel hoe je je in mensen kan vergissen: Onze Amerikaanse dame is fors bereisd, heeft half Azie, Rusland en nogal wat andere landen gezien en werkt bij de Washington Post. We komen in gesprek en kunnen het prima met haar vinden, hoewel ze wel een rare combinatie van slim en enthousiast en gigantisch wereldvreemd blijft. De temperatuur werkt overigens ook lekker mee, een door de gids meegebrachte thermometer vertelt ons dat het zo’n 41 graden in het zonnetje is…
Dwars door een private reserve rijden we drie kwartier om de andere gasten op te halen. Dit blijkt een internationale groep van 25 mensen te zijn die in totaal over drie jeeps verdeeld worden, waarbij er nog 7 bij ons worden ingezet. Onze spotter wordt op een stoel op de motorkap van de jeep gezet en dan begint de game drive pas echt. Via radio staan de drie jeeps met elkaar in contact en al snel zien we ons eerste ‘big 5’ wild. Een neushoorn, die net vertrekt als wij aankomen zodat voor de mensen in de jeep die nog geen neushoorn gezien hebben tijdens hun bezoek aan Afrika de ervaring beperkt wordt tot de aanblik van een enorme neushoornkont. We karren weer verder en even later horen we toch wel een raar gesis bij de achterkant van de jeep… we hebben een lekker band! Nu wordt het leven interessant: midden in een reservaat waar leeuwen, olifanten, buffels en luipaarden zitten wordt er vriendelijk gevraagd of we willen uitstappen. We blijven maar in de buurt van de jeep hangen en dan speelt zich een schouwspel af wat hilarisch en tegelijkertijd best triest is. Onze gids begint samen met de spotter de band te wisselen. De jonge knul heeft duidelijk geen idee wat hij moet doen, en onze gids scheldt hem verrot in alle talen die hij maar machtig is. Het is af en toe werkelijk te genant om aan te zien, en het blijkt maar overduidelijk dat de tijd van apartheid nog niet zo heel lang geleden is…

Afijn, een kwartier later zijn we weer zover en gaan we weer op pad. We zien buffels en allerlei ‘klein’ wild en krijgen dan een oproep dat er een leeuw is gespot. We rijden behoorlijk vlot bijna een half uur door het reservaat en even later zien we waarom de leeuw nog steeds op dezelfde plek is: er ligt een dode buffel die de dag ervoor door de leeuw te grazen is genomen, de vrouwtjesleeuw ligt nog steeds uit te puffen van haar enorme maaltijd. Van onze gids horen we (in het Nederlands) dat dit de enige leeuw is die het reservaat heeft en dat ze drie jongen heeft die ergens verderop liggen. De ‘kill’ van de buffel was de dag ervoor en sindsdien is de leeuw daar steeds in de buurt. We hebben onze gids verteld dat we de big 5 al hebben gehad, en dat het ons niet uitmaakt wat hij vindt, wij vermaken ons wel. Dat heeft hij ter harte genomen en hij vertelt ons wat meer over het reservaat en over de kans om de beesten te spotten. Zo is ‘de olifant’ (ze hebben er wel 1!) ergens in het noorden van het park en dat is te ver rijden, en trekken de luipaarden zich zo weinig aan van de hekken om het reservaat dat ze geen idee hebben of ze er op het ogenblik uberhaupt wel een hebben. Even later vertelt hij vrolijk aan de rest van het gezelschap dat er in het reservaat gemiddeld zo’n 10 luipaarden zijn, maar dat deze heel moeilijk te spotten zijn, en de olifanten (meervoud) waarschijnlijk verder naar het noorden zijn getrokken. Wij kunnen er wel om lachen en vermaken ons prima tijdens de tocht. Na een korte pauze voor een drankje begint het donker te worden en gaan we op pad om de grote groep terug te brengen. Ons spotter zit ondertussen gewapend met een enorme lamp voorop en af en toe zien we wat puntjes oplichten die duiden op een dier. Zodra we de groep hebben gedumpt gaan we weer op de terugweg, wederom dwars door het reservaat. Het is al behoorlijk laat en we moeten nog dik drie kwartier rijden dus onze gids geeft goed gas. En dat zullen we weten in een open jeep: We worden gebombardeerd door insecten (volgens onze gids boordevol proteinen, dus we moeten niet zeuren) en maken af en toe stops als we wat zien: een kameleon, nachtuiltjes, een zeldzaam klein beest met een witte staart (waarvan de naam ons helaas is ontschoten) en een bushbaby. Het is een prachtige rit en uiteindelijk komen we bij het hek aan om naar buiten te rijden. Daar staan we even te wachten omdat er nog iemand naar binnen wil en als we weer willen vertrekken blijkt de schijnwerper van de spotter niet meer te werken. Nu komt weer de ware aard van onze gids naar boven en scheldt hij de arme vent weer helemaal verrot. Uiteindelijk zijn we na bijna 6 uur rijden weer terug bij onze lodge waar het eten al klaar staat (en de rest van de gasten dik een uur op ons heeft gewacht). We nemen afscheid van de gids en eten rustig onder het genot van een wijntje wederom een prima maaltijd. Daarna zakken we nog even af naar de bar, waar we nog een paar drankjes pakken en na een lange maar erg mooie dag rond een uur of 11 in slaap vallen.

Donderdag 1 december – De Panorama Route naar Hazyview

Donderdag 1 december – De Panorama Route naar Hazyview

Eigenlijk begint voor ons vandaag de terugweg: We rijden vandaag zo’n 250 kilometer naar het zuiden via de prachtige Panorama Route die ons via de Blythe River Canyon naar het plaatsje Hazyview brengt, waarvandaan we morgen de laatste ruk naar Johannesburg gaan rijden. We ontbijten om een uur of 8, en dat voelt na de afgelopen dagen bijna als uitslapen. Nadat we afscheid hebben genomen van de overige gasten en de staf van het hotel gaan we op weg, en al snel wordt de route prachtig.
De Blythe River Canyon is zo’n 33 kilometer lang en heeft prachtige rotsformaties. Langs de route zijn er diverse uitzichtspunten, waar je voor een klein bedrag heen kan en dan richting afgronden van honderden meters diep kan lopen. De uitzichten zijn spectaculair, en hoewel het een beetje heiig is kun je toch kilometers ver kijken. We maken stops bij plekken met namen als ‘The Three Rondavels’ en ‘God’s Window’, en maken een kleine wandeling bij een plek waar het water enorme ronde gaten (potholes) in de rotsen heeft gemaakt. Het is ondertussen weer goed warm, volgens de thermometer van de auto rond de 38 graden en na een half uurtje lopen zweten we ons allebei weer helemaal gek: gelukkig heeft de auto airco…

Na een prachtige tocht van dik drie uur landen we in Graskop, een behoorlijk toeristisch stadje, wat met name bekend staat om zijn… pannenkoeken. Juist ja, keurige Nederlandse pannenkoeken in Harrie’s pannenkoekenhuis… We kunnen ons toch niet bedwingen en laten ons de prima pannenkoeken dan ook heerlijk smaken. Geeske gaat voor stroop en suiker en Harro voor pannenkoek met appeltaartvulling.
Na wat souvenirs shoppen gaan we op weg naar onze volgende stop: Pilgrim’s Rest, een oud mijnwerkersstadje wat ze in de stijl van rond 1900 hebben gelaten en wat nu een beschermd monument is. We volgen het bordje naar het dorp en rijden vrolijk een kilometer of 30 verder en vragen ons langzaam af waar dat dorpje nou blijft. Een blik op de kaart leert ons dat we dan nu toch echt fout zitten. Gelukkig hebben we een afslag gespot naar een ander dorpje wat in de buurt van Pilgrim’s Rest ligt en besluiten dan maar via een andere route te rijden. Dat blijkt een hele fijne keuze: na ongeveer 50 meter houdt de asfalt weg op en mogen we daarna dik 20 kilometer over een behoorlijk slechte onverharde weg rijden. Harro vermaakt zich prima, Geeske gilt af en toe wat en met dik een half uur stuiteren en stofhappen staan we uiteindelijk weer op asfalt en kunnen we verder naar het dorpje. Toch best fijn, zo’n huurauto… Het dorpje zelf blijkt uiteindelijk toch wel een heel erge tourist trap en we besluiten dat we na een bakkie koffie maar weer gaan. Terwijl we koffie zitten te drinken zien we plotseling twee mannetjes zeer ijverig onze auto schoonmaken. En aangezien dat geen kwaad kan na anderhalve week door de bush en een fijne stofweg als toetje blijven we rustig wachten tot de heren klaar zijn. Nadat we ze wat geld hebben gegeven rijden we door naar Hazyview, al met al nog een behoorlijke tocht.

Uiteindelijk zijn we rond 5 uur in Hazyview, is Harro half misselijk door alle bochten en zijn we er wel even klaar mee. We rijden nog snel even langs een supermarkt voor ons beproefde concept van wijn, crackers en kaasjes en gaan dan richting ons guest house.
Het guest house bestaat weer uit een aantal keurige rondje huisjes en nadat we alle formaliteiten hebben afgehandeld installeren we ons op onze veranda waar we een potje kaarten, kletsen en een lekker fles wijn soldaat maken. Ondertussen voeren we deet aan de muggen, want de beesten hier trekken zich toch wel erg weinig aan van dit spul.
Redelijk vermoeid en met morgen een lange tocht voor de boeg landen we rond 10 uur in bed met een boekje.

Vrijdag 2 december – Naar Johannesburg

Vrijdag 2 december – Naar Johannesburg

Onze laatste dag en met een vlucht die pas om 23:59 vertrekt wordt het ook een lange. We hebben vanochtend dan ook weinig haast en schuiven rond half negen aan bij het ontbijt. Nadat we die achter ons kiezen hebben en onze bagage ingepakt is beginnen we onze rit: 450 kilometer naar Johannesburg met op de weg weinig leuke stopplekken.
Het eerste stuk van de rit verloopt erg traag, we rijden constant door dorpen en stadjes waardoor onze gemiddelde snelheid niet boven de 50 uitkomt. Tegen de tijd dat we dan in de buurt van de snelweg komen zijn we wel dringend toe aan een bakkie koffie. Al snel vinden we een shopping mall, waar we onze overgebleven Swazi dollars wisselen voor Rand, boekjes shoppen en een espresso’tje drinken. Daarna gaan we weer verder, maar nu gelukkig wat vlotter. Er zijn weliswaar fors wat wegopbrekingen, en ook kunnen sommige vrachtwagens die bergop moeten de zaak redelijk vertragen, maar al met al kunnen we redelijk doorrijden. Aangekomen bij een splitsing in de snelweg besluiten we om af te slaan naar Pretoria en daar nog wat te bekijken. Uiteindelijk staan we rond half drie na een tocht dwars door de stad bij het ‘Voortrekkers’ monument. Bij een cafetaria eten we eerst een cheeseburger en een tosti en drinken wat en gaan daarna het wanstaltige monument bekijken. In het monument staat door middel van gebeeldhouwde stenen platen de geschiedenis van de voortrekkers beschreven, en dan met name hoe ze heel heldhaftig de oorspronkelijke bevolking ‘overwinnen’. Fraai is het allemaal niet te noemen, maar het geeft wel een beeld van een voor dit land belangrijk stuk geschiedenis. Het monument stamt uit 1949, waarschijnlijk zou een monument voor dit stuk geschiedenis er tegenwoordig wat anders uitzien…

Nadat we een uurtje hebben rondgehangen zijn we er eigenlijk wel klaar mee, en omdat we geen zin hebben om nog in het donker rond te gaan rijden besluiten we maar gewoon richting de luchthaven te gaan rijden en daar verder te kijken. Het begin van de rit verloopt goed, maar dan gebeurt er een eind voor ons een ongeluk en in combinatie met druk vrijdagmiddag verkeer voelt Zuid Afrika plotseling weer heel Nederlands aan: we staan stil.
En dan wordt de rit 20 kilometer voor het einde ook nog spannend: het waarschuwingslampje van de auto springt aan (je kent het wel: het lampje dat zegt: nu stoppen, auto is stuk). De motor loopt gelukkig nog en zolang er nog geen echte rook uitkomt besluiten we maar gewoon door te gaan. Daarbij wordt stilstaan met je auto in de buitenwijken van Jo’burg toch afgeraden.
Uiteindelijk bereiken we na dik een uur de luchthaven, het autootje snort nog steeds en we leveren hem in bij Budget. Als we melden dat het storingslampje brandt halen ze min of meer hun schouders op en zijn we klaar.
Hoewel we 6 uur voor vertrek op de luchthaven zijn, is er gelukkig wel al een balie open en kunnen we onze spullen droppen, daarna lopen we maar gelijk door de douane zodat we nog wat kunnen shoppen en drinken. Geeske koopt nog wat parfum en we kopen allebei nog een boekje, drinken een biertje en een wijntje en later nog wat koffie en langzaam tikt de tijd voorbij. Uiteindelijk gaan we bij de gate zitten met een boekje en een laptop, werken het laaste deel van het verslag bij en stappen keurig op tijd het vliegtuig in.

Nog een weekje

Nog een weekje

Nederland begint, ondanks het mooie weer van de laatste tijd, herfstig te worden. Het wordt kouder, de dagen worden korter… Hoog tijd voor een reis naar een warme bestemming. Zaterdag 10 oktober gaat dat lukken: we vertrekken die middag naar Dubai en de Seychellen! Na een kort bezoek aan de stad die Karin bezocht tijdens haar wereldreis, vertrekken we naar achtereenvolgens Mahé, La Digue, Praslin en opnieuw Mahé, de bekendste eilanden van de Seychellen. We hebben snorkelspullen aangeschaft, zonnebrandcrème en zwemshirts tegen het verbranden klaarliggen en de reisgidsen uitgeplozen voor de mooiste stranden, de beste restaurants en de leukste uitjes. We zijn wel toe aan een beetje bijkomen… Lees je mee?

Van Leiden naar Dubai

Van Leiden naar Dubai

De eerste vakantiedag en we slapen meteen (voor ons doen) een gat (ok, gaatje) in de dag. En dat kan gelukkig: we hebben geen haast. Onze vlucht is om half 4 en we hebben bijna alles al gedaan wat we nog wilden doen. Na de laaste restjes zakt Martijn rustig even onderuit met een kop koffie en gaat Karin nog even met Harro de stad in. Om half 12 brunchen we (Eveline en Harro en wijzelf) bij Noroc en daarna brengt Harro ons naar Schiphol.

Het ‘dumpen’ van de tassen en door de douane gaan, gaat voorspoedig. Daarna hebben we nog tijd voor een drankje en daarna melden we ons bij de gate. Daar blijkt dat we een kwartiertje vertraging hebben. Geen ramp, maar doordat er in een Boeing A380 zo enorm veel mensen gaan, wordt het al snel belachelijk vol bij de gate. We zakken in een hoekje op de grond en uiteindelijk vouwen we ons pas weer uit als we aan boord mogen. We zitten aan het gangpad en in het midden van de rij en in dit prachtige toestel van emirates heb je een uitstekende hoeveelheid ruimte. Naast ons zit aan het raam een stille Aziatische jongen die er de hele reis alleen uit zal gaan als wij toch al bezig zijn met opstaan. 

Als we eenmaal onderweg zijn verloopt de vlucht voorspoedig. Het eten smaakt, we kijken films (Inside Out en Antman, allebei om verschillende redenen prima vermaak) en we lezen wat. Na 6 1/2 uur landen we om kwart over 12 lokale tijd op de luchthaven van Dubai. En voor het feit dat het een enorme luchthaven is, gaat het allemaal supersnel en soepel. Met stenpel en bagage staan we in de hal, de bordjes van de chauffeur te bekijken. Maar hoe we ook zoeken: geen Suba Hotel en Karin’s naam staat nergens…

Een telefoontje en de receptionist die iets nazoekt geeft duidelijkheid: de chauffeur heeft een fout gemaakt en is zonder ons, maar met twee andere reizigers naar het hotel gereden. De man aan de telefoon baalt duidelijk. Vinden we het erg om een taxi te nemen? We krijgen als compensatie in ieder geval twee gratis ontbijtjes morgen. En hij is ‘very, very sorry!’ Hij geeft ons nog wat aanwijzigingen, die we een paar minuten later trouw aan de chauffeur van de taxi doorgeven. En zowaar: de chauffeur weet het hotel in één keer te vinden, na een korte rit door nachtelijk Dubai (langs het hotel waar Karin tijdens haar wereldreis sliep)! De prijs van de taxirit heeft de waarde van één half ontbijtje en het ging enorm soepel, dus we wuiven de verontschuldigingen van de receptionist weg. Geen punt, kan gebeuren. We hopen dat de chauffeur nog een baan heeft…

De kamer blijkt op de 7e etage en is keurig. Het bed is wat hard, maar enorm en ziet er uitnodigend uit. Ondanks dat het volgens ons tijdklokje twee uur vroeger is, zijn we kapot. We gooien onze spullen in een hoekje en duiken nos mandje in, nadat we nog snel even de airco hebben aangezet. Het was rond middernacht nog 32 graden…

Dubai (dag 1)

Dubai (dag 1)

Pfff, vanochtend voelen we die twee uur tijdverschil wat meer. We hebben voor de zekerheid een wekker gezet om 9 uur, maar ons lijf protesteert dat het toch echt niet later is dan 7 uur. Jammer lijf, je hebt even niets in te brengen. We douchen (we proberen zuinig te zijn met water, maar Dubai is niet gebouwd op zuinig) en pakken ons boeltje. Daarna gaan we ontbijten. En het ontbijt is weliswaar in een fantasieloze ruimte, maar er is een berg keuze en er zijn lekkere dingen. We nemen er de tijd voor en dan vertrekken we (met een kaartje van Dubai op zak) naar het metrostation dat het dichtst bij is. Al Rigga (spreek uit: a rikka) en de metro verbinden ons met onze eerste stop: Dubai Mall. 

In de metro ontdekt Karin tot haar genoegen het ‘vrouwen en kinderen’-gedeelte van de wagon. Juist: mannen niet toegestaan en in dit late spitsuur scheelt dat veel ingeklemd staan tussen overenthousiaste manlijke forensen. Martijn mag aan de andere kant van de streep staan en ontkomt helaas niet aan het ingeklemd staan. Gelukkig kijkt hij over alle mannen heen. 

Dubai Mall kent Karin nog van haar vorige bezoek aan de stad, maar ook nu kijken we allebei ons ogen uit. Een overdekte ruimte (uiteraard met flink veel airco), met meer dan 1200 winkels, een bioscoop, een enorm aquarium, een schaatsbaan (als je rijk bent in de woestijn, schep je op met water en kou, dat is duidelijk), een waterval-muur èn (nieuw sinds de vorige keer) een 24 lang en 8 meter hoog skelet van een dinosaurus. Dit lid van de Diplodocus-familie is één van de meest complete ooit gevonden en werd in 2008 opgegraven in Minnestoa, VS. De Mall heeft het skelet gekocht, opgezet, prachtig (blauw) uitgelicht èn voorzien van informatiebrochures in het Arabisch en het Engels èn een mannetje dat uitleg kan geven. In meerdere talen. We vergapen ons aan de botten van dit enorme beest en zijn weer eens zwaar onder de indruk van deze gekke stad.

Koffie drinken doen we bij Starbucks, lunchen in het enorme foodcourt waar we Indiaas (Martijn) en sushi (Karin) eten. Na de lunch wandelen we naar buiten, waar de hitte ons een klap in ons gezicht lijkt te geven. Sinds we de metro zijn ingelopen hebben we in de airco rondgewandeld. In het metrostation (er zijn dubbele deuren als je de metro instapt; die van de metro en van het station, dus het is goed mikken voor de machinist), in de metro, in de overdekte wandelpaden naar de mall, in de mall zelf… De Dikke 35 graden waar we nu in terecht komen komt ons dus rauw op ons dak vallen. We staan even te knipperen en gaan daar nog even mee door als we omhoog kijken. We staan aan de voet van de Burj Khalifa, het hoogste gebouw ter wereld. Dit naar boven toe steeds smaller wordende gebouw is 828 meter hoog en steekt ver boven alle andere gebouwen uit. Het is zo groot, dat we allemaal mensen zeer gefrustreerd zien worden. Het gebouw past niet op hun selfie!

We schieten wat plaatjes en lopen dan over de brug naar de Souk al Bahar, een moderne uitvoering van een traditionele souk. Waar vorige keer nog alle winkeltjes leeg waren, is er nu een hoop gevuld. Maar echt vol met mensen is het er niet… We vinden er wel een leuk tentje voor een frisje: verse lemmon & lime met munt: een lokale en nu ook onze favoriet. 

En dan is het op. We gaan terug naar het hotel en daar komen we bijna twee uur lekker bij van alle inspanningen. Het is wat, vakantie: kan je heel moe van worden! Rond half 7 schoppen we onszelf in beweging. Eerst naar een libanees restaurant vlakbij het metrostation. En tripadvisor heeft niets teveel gezegd over dit restaurant. We eten er echt verukkelijk! Humus met gehakt en pijnboompitjes, babaganoush met verse granaatappelzaadjes, gegrilde verse haloumi, kaassamosas en bij dat alles vers ‘opblaasbrood’ (brood dat in de oven oppuft en hol wordt). We drinken er ons nieuwe favoriete drankje bij (alcohol wordt er niet geschonken, maar we missen het niet) en eten er bijna onze vingers bij op! 

Als we klaar zijn laten we een dikke fooi achter en gaan daarna nog een keer met de metro. Dit efficiënte vervoermiddel puilt ‘s avonds al helemaal uit zijn voegen. Als de zon onder is, komt de stad tot leven. Steden raken verstopt, stoepen lopen vol en de souks krioelen van de mensen. En één van die souks willen we nu zien. Als we bovengronds komen zien we de Dubai Creek die al duizenden jaren vol is met kleine en grotere dows (traditionele open bootjes), omgeven door lichtjes… En we zien een splinternieuw metalen bushokje, volledig afgeschermd, met airco! Een bizar gezicht, maar we kunnen ons wel voorstellen dat dit de enige manier is om mensen bij 40 graden op een bus te laten wachten.

Vanaf het metrostation wandelen we door de straten. Eerst verlaten, met bijna alleen maar gesloten winkeltjes, maar meer en meer winkeltjes zijn open en we komen meer en meer mensen tegen, tot alle winkels om ons heen open zijn en het enorm druk is. Met een kaartje en een beetje gokwerk lopen we vanaf een winkelstraat naar de goudsouk! In deze souk (zeg maar: overdekte markt, bestaande uit een enorme berg winkeltjes) is het letterlijk (bijna) alles goud dat er blinkt. Ok en wat zilver en platinum. Het is er stervensdruk en in de etalages van rijen winkeltjes zien we bergen goud. Van simpele armbanden tot met complexe patronen bewerkte sieraden. Van hangers tot oorbellen en van tiara’s (ja echt) tot ringen. We wandelen met open monden langs de winkeltjes, tot we bijna gesmolten zijn (het is nog steeds boven de 30 graden) en dringend toe zijn aan airco. Dan wandelen we naar de metro en pakken een trein naar huis. bekaf duiken we ons bed in… ná een lauwe douche.

Dubai (dag 2)

Dubai (dag 2)

Vandaag worden we net voor de wekker wakker, maar dat heeft er vast iets mee te maken dat we al uren hebben geslapen en met het feit dat we wekker niet echt vroeg staat. Afijn. Douchen, aankleden en dan pakken we, nog voor het ontbijt, een metro. We willen ontbijten bij de Dubai Marina, dus dat doen we ‘even’… not… Oh aan de metro ligt het niet hoor, maar lieve help wat is die stad groot! We zitten alles bij elkaar wel een half uur tot drie kwartier in de metro. Onderweg zien we eerst het drukke, hoog gebouwde centrum, dan een stuk laagbouw, met veel groen en veel minaretten, dan de Burj al Arab en dan het tweede stuk hoogbouw, rond de marina. Daar stappen we over op… de tram! Die is splinternieuw en zorgt voor een fijn stukje aanvullend ov. Mèt eigen vrouwen en kinderen coupe natuurlijk. We gaan een paar haltes mee en stappen dan uit. Hallo hitte daar zijn we weer…

Na een laatste stukje wandelen (langs onder andere een zwarte porche met zoveel lagen stof er op dat ie bruin lijkt en een knalgele lamborghini met racestrepen) staan we op ‘The Walk’. Dit vernieuwende concept wordt een ‘open air mall genoemd’… Wij kennen het ook als winkelstraat… En op die straat? Een pannenkoekenrestaurant waar we prima kunnen ontbijten! Dat doen we dan ook en daarna is de wereld weliswaar nog net zo warm, maar wel iets vriendelijker.

We kiezen ervoor om eerst een stuk langs de ‘winkelstraat’ (met veel restaurants en winkels) en daarna langs het strand, over een licht verend jogging- en fietspad, te lopen. Het wordt snel warmer en we verbazen ons over de mensen die ervoor kiezen op het strand te liggen, maar vooral over de mensen die joggen! We maken een foto voor de show op een fitnessapparaat dat er staat, maar we moeten er niet aan denken. Martijn brandt bijna zijn handen aan het ijzer, ondanks het rubberen handvat! 

En dan wordt het ons teveel, de hitte. We vluchten een bioscoop in om even bij te komen (zullen we toch naar The Martian? Ehm, nee, nog teveel te doen) en gaan daarna naar de tram. Niet terug naar het mnetrostation, maar verder. We willen de Palm zien! Nouja, één van de palmen; de eerste. Palm Jumeira is gebouwd in opdracht van een regeringsbedrijf, maar gemaakt door een Nederlands baggerbedrijf (Van Oordt). Het is de vraag of het zo goed is voor de natuur: het enorme eiland (in de vorm van een gestyleerde palmboom) verandert de stroming langs de kust en zorgt voor de zoveelste bouwput. Indrukwekkend is het wel, blijkt als we met een monorail langs de stam van de palm omhoog zoeven, tot het eindstation. Daar bezoeken we een deel van een enorm complex. In Hotel Atlantis ligt namelijk aquarium The Lost Chamber en dat lijkt ons een goed idee voor het heetst van de dag.

Na wat drinken kopen we een kaartje. Het eerste deel van het aquarium is op de prachtige decoraties in en om de tanks na, helemaal in Atlantis-stijl, redelijk traditioneel. Maar dan… The Lost Chamber zelf. Dit enorme centrale aquarium heeft dik 65.000 vissen, inclusief enorme haaien. En door zes enorme ramen IN het aquarium (en zo te zien een paar aan de andere kant) kunnen we dat spektakel bekijken. We zijn sprakeloos. Het is echt een overweldigend gezicht. We zijn zeker in andere grote aquaria geweest, maar zoiets als dit hebben we nog niet eerder gezien. Waanzinnig. Net als de hele stad. Opscheppen met water in de woestijn…

We blijven eindeloos zitten kijken (op de grond zijn kussens neergelegd) tot we dorst beginnen te krijgen. Dan wandelen we naar buiten en slaan we, in een poging een café te vinden, rechtsaf. Dat café vinden we en meer: de andere ramen van het aquarium. We bestellen een kopje koffie en gaan er nog maar eens voor zitten…

Als we zijn uitgekeken ontdekken we dat er over 7 minuten een monorail terug gaat. En die halen we, na een stukje stevig doorwandelen. Monorail, tram… en na even twijfelen een metro. Naar de Emirates Mall. Niet zo groot als Dubai Mall, maar met een heel eigen attractie. Die willen we zien. Maar eerst moeten we toch dringend wat eten. De pannenkoeken zijn al weer even geleden. Tijd voor meer twijfel: hele berg eten of klein beetje eten en straks meer. We kiezen voor het laatste en na een frietje en wat drinken wandelen we naar de reden waarom we naar deze mall wilden… Ski Dubai…

Ja echt, Dubai heeft een skihal. Midden in de woestijn. Niet alleen veel water, maar heel veel bevroren water. Waar je kunt skieën, sleetje rijden, sneeuwballen gooien… Of alleen naar binnen kunt gluren door een aantal enorm grote ramen zoals wij doen. Het is wat ons betreft een volkomen idioot gezicht, maar als we een aantal dames in boerka dik ingepakt voorbij zien wandelen, schaterend van het lachen terwijl ze sneeuw omhoog gooien, moeten we zelf lachen. Het blijft geen gezicht, maar wie zijn wij om mensen hun sneeuwpret af te willen nemen!

Als we zijn uitgekeken (en de rest van de mall hebben overgeslagen) pakken we opnieuw een metro. Tijd voor de laatste stop. We haasten ons en zijn nèt op tijd voor de eerste voorstelling… van de dansende fontijnen bij de Dubai Mall. Deze fonteinen dansen elke avond tussen 6 en laat, om het half uur, op één muziekstuk of liedje. De lichtstralen zijn verlicht en gaan omhoog, wuiven naar links en naar rechts, worden metershoog de lucht in geschoten, op arabische muziek of Michael Jackson. Elk stukje is kort, maar het is een schitterend gezicht. De Burj Khalifa op de achtergrond knippert mee.

Als de eerste voorstelling voorbij is, verdwijnen de drommen mensen weer. Wij gaan op zoek naar hapje-deel-twee. Helaas is het restaurant waar Karin een aantal jaar geleden at, met schitterend uitzicht op de fonteinen, er niet meer. De andere restaurants zien er minder uit… Tot we om de hoek een traditioneel lokaal restaurant vinden. Jummie: hapjes! We kiezen opnieuw allerlei heerlijkheden uit en hoewel we geen uitzicht op de fonteinen hebben (Martijn gaat tussendoor even een kijkje nemen, als de fonteinen een half uur later weer uit hun dak gaan), vinden we het een prima keuze. We eten zelfs buiten en hoewel we na het eten dringend weer aan de arco van de mall toe zijn, vinden we het een stap in de goede richting!

Als we weer in de koelte zijn, drinken we een ijskoffie (Martijn) en een fruitsmoothie (Karin). Daarna pakken we de metro terug, wandelen naar het hotel en ruimen de kamer op. Darana printen we met hulp van de uiterst vriendelijke en behulpzame mensen van de receptie de boardingpasses voor morgen en ploffen in bed. Dat was een uitstekend bezoek aan Dubai!

Dubai – Mahé (Seychellen)

Dubai – Mahé (Seychellen)

Om half 8 stipt zitten we de in het gratis transferbusje van het hotel. Deze keer gaat alles uitstekend en we zijn bijzonder tevreden met onze hotelkeuze. Uitstekende ligging, uitstekende kamer en uitstekende service. Als we ooit nog terugkomen dan weten we het wel: Suba Hotel it is!

Voor nu maken we graag nog even gebruik van die uitstekende service: we worden keurig voor de deur van de juiste terminal afgezet. Het afgeven van de baggee is een eitje, maar daarna zijn we blij dat we op tijd zijn. Het gaat prima, maar man oh man, wat is die luchthaven toch groot. Douane-controle (exitstempel), enorm lang wandelpad, lift, treintje, nog meer wandelen en dan komen we in de buurt van onze gate. Tijd voor ontbijt. Dat vinden we bij een café ‘tje. De koffie vinden we bij de Starbucks ernaast. En na nog even door de tax-free area wandelen (we kunnen geen winkel meer zien straks, als we uit Dubai weg zijn) lopen we naar de gate. Via een stukje wandelen, een paar roltrappen, een bus en een vliegtuigtrap komen we op rij 21 van het emirates-toeste naar de Seychellen terecht. Aan het raam en in het midden: de stoel aan het ganpad blijft leeg.

De vlucht begint fantastisch: we vliegen met een boog over de stad, het water op en terug naar land. Rechts uit het raam zien we Palm Jumeira, de tweede palm er achter en onderin het raam de Burj al Arab! Martijn weet er zowaar een aardige foto van te maken, met zijn telefoon, in de paar seconden die hij heeft als we er overheen vliegen. Als we verder vliegen zien we hoe dun het laagje stad is dat de woestijn van zich af pobeert te houden. Die woestijn is eerst geel, dan rood en dan rostachtig, als we zuidelijk over Oman en Jemen vliegen. En dan is er oceaan.

Om half 3 lokale tijd (twee uur later dan in Nederland, net als Dubai) landen we op de aistrip van Mahé, het grootste en drukst bewoonde eiland van de Seychellen. Die airstrip ligt aan de rand van het eiland, bijna in zee. Om er te komen vliegen we steeds lager over het prachtig groene eiland. Het is er bewolkt en in de verte zien we een bui, maar wat is het groen! Als we zijn geland stappen we in een vochtige warmte van ongeveer 27 graden. Erg plakkerig; ene heel ander soort hitte dan de ondraaglijke 35+ van Dubai, maar ook best pittig.

We leveren de ingevulde gezondheidsverklaringen in, mogen in de rij voor de douane, krijgen daar een stempel en wandelen door naar de ene band die de beschieden hal rijk is, waar onze banen al aan komen rollen. Hopla, een laatste controle van onze handbagage en daar gaan we. Tussen een lading mensen door, naar Alpha Rent a Car, waar we keurig de door ons gevraagde Hyundai i20. Klein, maar prima voor de bescheiden omvang van een eiland. We stellen de boel in (we hebben Foony weer mee, de gratis kaarten ophet appje OSMAND op Martijn’s telefoon) als het enorm begint te regenen. Het hoost echt, alsof de douche is aangezet! We willen niet meteen gaan rijden in deze stortbui en gebruiken de tijd om nog even te pinnen. En dan gaan we er vandoor.

Onderweg hebben we pech: het hoost af en toe opnieuw. Een uitdaging voor Martijn, die ook nog geacht wordt links te rijden en dat in een land met nogal ongeduldige chauffeurs. Maar: hij rijdt weer eens alsof hij zijn hele leven niets anders heeft gedaan. En ondertussen kijken we onze ogen uit. Wat is het groen! We weten nu waarom (al die regen natuurlijk). De wegen zien er goed uit en vlak bij Victoria (de hoofdstad) komen we in de file terecht. Dat geeft ons wat extra tijd om te zien hoe klein deze stad eigenlijk is: het is één van de kleinste hoofdsteden ter wereld! We zijn er, ondanks de file, zo doorheen. Dan rijden we de berg op en over en zijn we in Beau Vallon, waar we onze cottage vinden. 

Cyrill van Beach Cottages heet ons van harte welkom als hij naar buiten komt lopen met ook voor ons een grote paraplu. Nee, het is niet normaal dit weer. Oktober is normaal juist rustig, met veel zon, weinig regen, helder water… En helaas: de voorspellingen voor de komende dagen zijn ook niet best… Hmmm, dat is natuurlijk niet het nieuws waar we op zaten te wachten, maar niet getreurd: het is niet koud en we zijn op de Seychellen! En we krijgen een prachtig appartement: keurige, functionele keuken, uitstekende slaapkamer, mooie badkamer en als bonus een heerlijk balkon! Cyrill geeft ons een berg informatie, een kaartje en vertrekt met de opmerking dat als we iets nodig hebben, we niet moeten aarzelen het te vragen.

We verkennen ons appartementje, kijken uit over de zee die een meter of 50 verderop ruist en besluiten dan boodschappen te gaan doen. We rijden een stukje terug, waar we zoals Cyrill al aangaf een supermarkt vinden. Twee zelfs. In de eerste doen we boodschappen: in de tweede doen we één dezer dagen boodschappen, als we hapjes willen eten! Voor nu halen we sap, thee, ontbijtspullen, chips, fris… De rekening is alsof je een emmer water leeg gooit: brr, we wisten dat deze eilanden niet goedkoop zijn, het eerste bewijs daarvan is toch een beetje jammer!

Terug in ons appartementje merken we dat het snel donker wordt. Rond half 7 is het licht helemaal weg: we zitten duidelijk dicht bij de evenaar. Tijd om iets te gaan eten en drinken en vandaag gaan we voor de makkelijke optie: we wandelen naar Le Meridien Fishermen’s Cove, het restort naast ons. Via de weg, zonder stoep en verlichting dus met een lichtje en een schietgebedje dat de automobilisten opletten. Het is gelukkig niet ver: 50 meter over de weg en dat de oprit naar het resort. Er zijn drie gelegenheden om wat te gaan eten: een heel chique visrestaurant, een buffertrestaurant en de bar. Wij vinden onze weg naar de bar (uiteraard) en vinden daar erg vriendelijke bediening, een uitstekende cocktail en een lekker hapje. Martijn een haloumi-wrap; Karin een steak sandwich. Met frietjes natuurlijk. De bar is erg mooi, heeft lekkere muziek en zo te zien is het een luxe resort met een mooi zwembad, uitzicht op zee… Behalve als het donker is natuurlijk. We vinden het nog wel wat warm (graadje of 26), maar dat went vast snel. Nu hopen dat we morgen wat zon hebben. Proost: op de seychellen

Beau Vallon, Mahé (dag 1)

Beau Vallon, Mahé (dag 1)

Hè, wat heerlijk: geen wekker, gewoon lekker wakker worden omdat we klaar zijn met slapen. Het is nog redelijk vroeg als we wakker worden, een uurtje of kwart over 7 / half 8 en we kijken elkaar aan. Is het zonnig? Check! Nouja, wolken genoeg, maar voor nu is het prima. Hopla, er uit en zwemmen! We rennen bijna naar buiten in onze zwemkleding en met onze snorkelspullen. Equipment-check! Het strandje is klein, maar prima groot genoeg om tropisch te zijn en toegang tot het water te bieden. We lopen wat te klooien, maar dan liggen we in het heerlijke water en snorkelen we door de kleine baai heen. Vanmiddag of morgen willen  we wel verder, maar nu is het heerlijk om in alle rust even onze spullen te proberen. En we zien zowaar al meteen vissen. De bodem is hier nog wat zanderig en we zien weinig koraal, maar het is heerlijk. Zwemmen nog voor het ontbijt!

Als we onze eerste plons naar tevredenheid hebben afgemaakt, wandelen we druipend naar ons appartementje, waar we met spullen en al onder de douche gaan. De zooi hangen we op het wasrek dat we op het balkon zetten en daarna nemen we een bak yoghurt met cruesli, een sapje, een kop thee en ploffen we op het balkon. Om ons heen zingt een heel vogelkoor de nieuwe dag toe. Wat een manier van wakker worden: hier kunnen we aan wennen!

Na het ontbijt graaien we onze zooi bij elkaar en lopen naar de auto. Onderweg komen we Cyrill tegen. We vragen hem of hij de touroperator die hij eerder noemde toen we hem ernaar vroegen, kan bellen (Mason’s Travel). we willen een sorkeltour voor één van de komende dagen boeken. Hij grijpt meteen zijn telefoon en vraagt halverwege het gesprek: is vanavond half 6 ok? Dan komt de vertegenwoordiger even in jullie apartementje uitleg geven en kan je aangeven of je wat wilt boeken en dat eventueel meteen doen. Ehm, ok, wat een service!

Tevreden rijden we naar Victoria en wat meer specifiek: naar de Botanische tuinen. Die zijn rond 1900 opgericht door meneer Dupont. We kopen een kaartje en wandelen naar binnen. De tuinen zijn prachtig: een vreemde mix van keurig ‘aangeharkt’ (het gras lijkt wel bijgewerkt met een nagelknipper) en wild (enorme rostblokken en tropische begroeiing maken het een echte tropische tuin). We spuiten onszelf (drie beten p.p. te laat) in met Deet tegen de muggen en wandelen daarna het pad af. Om ons heen zien we enorme fruitbats tussen de bomen heen en weer zweven. Er staan enorme Coco de Mer, een palmensoort die alleen op de Seychellen en waarvan de noot (als de schil er af is) lijkt op het vrouwlijk geslacht (en ja aan de achterkant op billen). We gaan een beetje van het pad af, wandelen langs een moerasgedeelte, met waterlelies, tussen de enorme bomen door en op weg naar het schildpaddenverblijf. Daarvoor kiezen we niet de handigste route (glibberig paadje, met muggen), maar het levert ons wel een cadeautje op. Karin ziet ineens vlak naast het pad een kluwe… tja wat zijn het eigenlijk? Het blijken schattige, gestreepte egelkindjes! Er zijn er in totaal wel 8: drie rennen er achter moeders aan die van ons wegrent, maar de overige vijf zijn enorm nieuwsgierig en klimmen bijna óp Karin’s schoenen! We zijn helemaal vertederd, maar als moeders terug komt en naar ons sist besluiten we haar niet verder van streek te maken en laten we haar achter. Om haar vijf ukken een pak op hun donder te geven denken we: dat zal ze leren om niet naar moeders te luisteren!

De groep enorme landschildpadden leeft in hier een omheining, maar komt op verschillende eilanden van de Seychellen in het wild voor. We lezen de informatieborden en zijn onder de indruk van de joekels. Ze kunnen wel tot 300 kilo en meer dan 100 jaar oud worden (we lezen 250 jaar op de borden, maar dat lijkt ons wat optimistisch)! Geen idee of deze exemplaren ook zo oud zijn, maar ze zijn wel indrukwekkend. Daarna zijn we wel klaar: we zijn warm, plakkerig en toe aan iets drinken. Op naar Victoria. We zitten nog niet in de auto of het begint te spetteren. Goeie timing! Vooral als het even later stopt met spetteren en begint te hoezen. Dat stopt weer als we op een parkeerplaats midden in Victoria zijn.

Daar staat een bord bij, dat we moeten betalen. Maar hoe?! En lokale man biedt uitkomst: parkeertkaart kopen bij het postkantoor. Ok, nu het postkantoor nog. We wandelen onder één plu (het regent weer), naar de hoodstraat en jawel, het postkantoor. Miss Rose (volgens het bordje) biedt uitkomst: een parkeertkaart en een vriendelijk gesprekje. Ze moet lachen als Martijn wat moeite heeft met de dag te bedenken. Ha, we zijn goed bezig als we de dag beginnen te vergeten! Martijn brengt de parkeerkaart naar de auto en Karin ploft vast neer bij de Pirates in Arms. The place to be volgens alle boekjes en reviews. We begrijpen maar half waarom: waarschijnlijk om dat het zo fijn mensen kijken is, vanuit dit open gebouw aan de hoofdstraat. Verder ziet het er uit alsof het een jaar of 10 geleden al wel een opknapbeurt had kunnen gebruiken. Maar de drankjes (verse sapjes) zijn heerlijk en het is een prima plek om te wachten tot het droog wordt en om plannen te maken.

Als het droog wordt wandelen we naar de ferry. We hebben nog geen kaartjes voor onze tripjes naar La Digue, naar Praslin en terug naar Mahé. Als we de ‘jetty’ hebben gevonden geeft de vriendelijke verkoopster ons het advies (nog) géén kaartjes te kopen. Zondag 11 uur is het niet druk en dan kan je ter plekke een kaartje kopen. Want wat nu als je plannen veranderen? Of er iets mis gaat? Of de boot niet vaart? Of… Ok, ok, geen probleem en eigenlijk best een goeie tip. Ik ben er zondag ook, zegt ze, dus kom naar bij mij dan komt het goed. Met een grijns gaan we weer weg. Ok, tot zondag!

We wandelen terug naar de hoofstraat. Tijd voor lunch! Die lunch vinden we bij het News Café, op de eerste verdieping van één van de grotere gebrouwen aan de hoofdstraat. We vinden een plekje op het balkon, in de schaduw en met een windje. De vriendelijke serveerster geeft ons op ons verzoek verse sapjes (wat zijn die hier toch lekker!) en zet alvast wat dips neer voor bij het eten. De ene is azijn zegt ze, maar wat die andere nu is. Karin besluit heel voorzichtig een vorkpuntje er in te zetten om te proeven… Ze houdt zich daarna groot, maar het lijkt wel of van dat minibeetje haar mond in brand vliegt en haar lippen tintelen nog 20 minuten door. Martijn, die duidelijk denkt dat Karin (die bekend stata als behoorlijk wat wat heet eten betreft) overdrijft, doet haar na. Weet je het zeker, vraagt ze nog en een paar seconden later schieten Martijn’s ogen open. Goeie genade, wat is dat?! Hij verslikt zich er bijna in: wauw! Het blijkt een comi van chili en verse gember… creole style!

De saus laten we verder maar achterwege als we onze lekkere wraps eten. Na nog een kopje (ijs)koffie vertrekken we weer. Het is droog dus een goed moment voor ene rondje Victoria. Dat is snel genoeg gemaakt. We zien het oude gerechtsgebouw (nu met een hoog hek er om heen, omdat het gebouw begint te vervallen), de klokketoren (een verkleinde versie van de parliamentstower met de Big Ben er in in Londen), de mooie huizen langs de hoofdstraat, de markt (niet al te groot, maar met allerlei groente- en fruitsoorten die we niet of met moeite herkennen) en tenslotte de rijkversierde hindoetempel. Die staat overigens op zo’n 100 meter van ene kerk aan de ene kant en eenzelfde afstand van een moskee aan de andere kant. Ze weerspiegelen samen mooi de gemengde bevolking van de eilandengroep.

Als we klaar zijn begint het te druppen en door de volgende bui rijden we naar de hapjes-supermarkt bij ons appartementje in de buurt. We halen lekkere dingen en rijden dan terug naar ons appartement. Het is een uurtje of half 4 en nu begint het serieus te regenen. Om de rest van de dag niet meer op te houden. Ongelooflijk, wat komt er een water naar beneden. Het lijkt wel of iemand een douche heeft aangezet. gelukkig is het niet koud, dus met een drankje is het op ons balkonnetje prima uit te houden. Daar zitten we nog als rond half 6 de vertegenwoordigster van Mason’s Travel langs komt. Ze is duidelijk moe van een lange dag werken, maar vertelt ons vriendelijk en efficiënt de verschillende snorkel-opties die ze hebben. We noteren veel informatie over trips die vanaf Praslin te doen zijn en gaan daarna voor de bijl voor een boot-/snorkel-/wandel-tocht voor komende vrijdag. De voorspellingen zegen dat het dan een betere dag zou moeten zijn. We hopen het, want er komt nu wel erg veel water uit de lucht en het begint ook wat harder te waaien. 

De dame vertrekt nadat we hebben geboekt en betaald en wij zetten de balkontafel vol hapjes èn twee kaarsen. Want het is natuurlijk donker en de verlichting is wel heel heftig. en het heeft wel wat. De hapjes en drankjes smaken prima en daarna gaan we naar binnen. Koud is het niet, maar wel vochtig en winderig. Binnen kijken we een film (er is een prima aantal tv- en filmkanalen te ontvangen als we de kabel eenmaal in de tv hebben geplugd), terwijl het buiten steeds harder waait en regent. Uiteindelijk vallen we rond half 11 met oordopjes tegen de herrie, in slaap. En dromen van zon en snorkelen.

Beau Vallon, Mahé (dag 2)

Beau Vallon, Mahé (dag 2)

Het is redelijk zonnig als we wakker worden en we zuchten van opluchting. Fijn, even geen regen: tijd om te snorkelen. Na een snel ontbijt met yoghurt, cruesli, thee en sap trekken we onze zwemspullen aan en wandelen naar het water. We hebben ons voorgenomen om ‘onze’ mini-baai uit te zwemmen, om de rotsen heen en naar het strand ernaast. Dat bijkt nog een hele klus; het is ondiep en we worstelen nog wat met onze spullen. Tegelijk willen we geen koraal aanraken en dat betekent dat we soms al hoestend en proestend in het water dobberen. Het is bovendien best een eindje zwemmen. Niet heel eenvoudig dus, maar wel erg de moeite waard! Waar het in ons baaitje vooral zanderig is, met zeegras en een paar licht-zandkleurige en zwarte vissen, komen we buiten ons baaitje van alles tegen. Schitterende koraalsoorten. Gezellige strepenvisjes, die ons vergezellen door het water. Prachtig gekleurde grote en kleine visjes die zich vooral niet zoveel van ons aantrekken en minivisjes die als een wolk voor ons wegschieten. Het is echt prachtig en we genieten met volle teugen. Op het strand aan de andere kant houden we een kleine pauze, voor we terugzwemmen en het nog eens dunnetjes overdoen. Daarna zijn we enigszins gesloopt, maar zoals gezegd: het is erg de moeite waard!

We rennen onszelf en onze spullen onder de douche door, trekken wat luchtigs aan (de temperatuur is zelfs na alle regen gisteren nu al weer rond de 26 graden en het is erg vochtig) en hangen alle spullen buiten op het rek te drogen. Daarna kijken we elkaar aan: zien we daar nu een enorme regenwolk aankomen? Daar hebben we geen zin in: snel pakken we al onze spullen bij elkaar, grijpen een fles water mee en gaan er haastig in de auto vandoor. In de eerste plaats naar de noordkust. De route langs de kust van deze relatief verlaten landpunt blijkt schilderachtig. En zonnig! Vooral als we de hoek om zijn blijkt dat bergen handig zijn om de wolken in ieder geval tijdelijk tegen te houden. We vinden er een practig zandstraand, waar de golven op de kust beuken. Niet heel geschikt om te zwemmen, maar wel om even te ‘zijn’ en diep adem te halen. Dit is waar we de komende weken wel meer van willen zien, zulke mooie, zonnige stranden!

Als we zijn uitgekeken (er komt een ander stel aan en we gaan er vandoor, om ze ook even de illusie van een verlaten eiland te geven), rijden we door naar Victoria. Daar rijden we doorheen (Martijn weet al aardig de weg… wat niet alleen iets over Martijn zegt, maar ook over de omvang van Victoria…) en door naar de andere kant. Vlak bij Eden Place, een soort kunstmatig aangelegd schiereiland, met allerlei dure vakantiehuizen die mensen kopen of huren als tweede huis, zou een leuk koffietentje moeten zitten. Als we er aankomen blijkt het een snackbar! Ok, het eten zal lekker zijn, maar het uitzicht is prut (op een groot bouwterrein) dus we gaan even verder. Misschien even op het schiereiland kijken? En dat blijkt een prima idee.

We vinden er café Boardwalk, aan het water, uitkijkend over het water (met allerlei visjes, waaronder een kleine rog!), de heuvels van Mahé en de marina, met schepen die wij in ieder geval niet kunnen betalen. We drinken een ijskoffie en daarna vinden we op weg terug naar de auto een enorme spar-supermarkt. Dat is handig: als we later van de week nog een keer hapjes willen, komt dat prima van pas! Voor nu rijden we er vandoor. Het is helaas nu ook aan deze kant van de bergen aan het betrekken, dus we hopen maar dat het óp de berg goed te doen is. We nemen de meest bochtige weg die het eiland rijk is, naar de andere kant.

Het blijkt weer eens heel fijn dat Martijn een uitstekende chauffeur is. En daarmee is deze weg heel goed te doen. Daarmee èn met lichten, want het lijkt wel schemer af en toe, onder de enorme bomen. Het lijkt of we in deze groene jungle de planten het ter plekke met elkaar zien uitvechten: de slingerplant om de boom gewikkeld, de grote bladeren die het licht afvangen van de kleinere… Het blijft gelukkig, ondanks de laaghangende wolken, droog en als we op 2/3 zijn stoppen we op een parkeerplaatsje naast de enige theefabriek die de Seychellen rijk is. Als we uitstappen wandelen de pluk-dames er net vandoor; allemaal met een rode schortjurk aan en een grote tas bij zich. Het fabriekje is nog wel open: niet alleen wordt er thee verkocht, we kunnen ook binnen even een kijkje nemen. 

De machines voor het drogen en sorteren van de thee staan er leeg en verlaten bij, maar in een kleine ruimte zitten twee dames, elk bij een apparaat, theepakken te vullen! Het apparaat vouwt uit een loose strook doek een zakje, waar thee in wordt gedumpt. Daarna wordt het dicht’geplakt’ (door de hitte) en worden de zakjes per 25 opgepakt… en in een grote bak met zakjes gedumpt. De dames pakken er precies 250 gram uit (ze wegen het, maar zitten er zelden naast zo te zien), stoppen die zakjes in een plastic zak en sealen die. Tegelijk vouwen ze een kartonnen doosje en daar gaan de zakken in. Vervolgens worden eens in de zoveel tijd alle doosjes ook weer dichtgeplakt. We maken een praatje en ja, we mogen foto’s maken. Ja hoor, ook van haar, glimlacht de jongste van de twee verlegen. We klikken plaatjes en bedanken de dames. Nadat we nog even van het uitzicht hebben genoten, rijden we verder naar beneden. Tijd voor lunch!

Die eten we bij Del Place en dat is niet alleen een schitterende tent (veel hout en bamboe, hoge plafonds, met open wanden naar de zee en het terras) met een schitterende liggen (pal aan het opkomende water), maar oh mensen wat blijkt het eten daar lekker. Martijn eet de lekkerste fish & chips in tijden (spettervers, met preices de goede hoeveelheid krokant deeglaagje); Karin eet drie soorten vissalade (tonijntartaar, ceviche van red snapper en gerookte marlijn). Vers sapje erbij, kopje koffie toe en meer dan tevreden gaan we uiteindelijk weg… terwijl het begint te regenen en het in de verte onweert. Het buitje is aanvankelijk maar klein en we rijden nog een stukje verder, langs een stuk magrovebos en tussen de prachtige groene planten, struiken en bomen door.

Als de weg te smal wordt om er comfortabel een tegenligger te passeren, draaien we met behulp van een zijweggetje om en beginnen aan de weg terug naar het hotel. Halverwege (we hebben gelukkig een iets minder spannende bergweg gekozen) gaan de hemelsluizen weer volledig open. Zelfs met de ruitenwissers op volle snelheid is het nog geen pretje. De weg door Victoria staat op dit tijdstip (eind van de middag) helemaal vast, maar Martijn weet een slimme omweg, waardoor we het grootste deel van de ‘file’ ontwijken. Tegen de tijd dat we bij het hotel zijn begint de ellende iets af te nemen, maar we zijn nog steeds blij met het voorzorgsparaplu’tje dat we standaard bij ons hebben. 

‘s Avonds eten we bij het restaurant van een hotel dat vijf minuten rijden verderop ligt. Het is inmiddels droog en we krijgen zowaar nog iets mee van de zonsondergang! Het restaurant ligt spectaculair: vrij hoog en uitkijkend over zee. De servcie is vriendelijk en attent, het drankje is prima en het creoolse eten (fish stew voor Karin, met mango chutney en rijst en blackened fish met saus en rijst voor Martijn) is uitstekend. De financiële lat voor het eten op de Seychellen ligt op het niveai van Nederland of daarboven, dus echt goedkoop is het niet, maar we genieten er lekker van.

Op de parkeerplaats raken we nog even in gesprek met twee Nederlandse jonge mannen die helemaal hyper zijn van een dagje drone-vliegen. In het donker over de bergen door de mist was minder leuk, maar ach, ze zijn er! We zijn blij dat wij alleen terug moeten naar ons hotel. Daar zitten we nog lekker een tijd buiten, met een drankje, te genieten van de hedere lucht en de sterren.

Beau Vallon, Mahé (dag 3)

Beau Vallon, Mahé (dag 3)

Vandaag is het excursie-dag dus hoopvol springen we ons bed uit. Hoe is het weer…? Hmmm, grijs. Maar goed, niet getreurd, wie weet wordt het straks beter. We ontbijten, pakken onze zooi en keurig om half 9 zitten we bij de bushalte. Nog geen 30 seconden later rijdt de Mason’s Travel bus voorbij. De chauffeur signaleert dat hij gaat keren en inderdaad; even later is hij terug. We vinden allebei een stoel achter de chauffeur, die een vriendelijk praatje met Karin houdt, tussen het ophalen van de laatste gasten door. Twee stellen komen uit een resort waarvan de toegangsweg en de parkeerplaats is ondergelopen: het lijkt meteen wel het eerste deel van de ‘safari’ van vandaag, grapt de chauffeur, terwijl hij heel rustig door het zeker 30 centimeter hoge water rijdt.

In Vitcoria brengt hij ons naar de kade, waar de andere twee busjes samenkomen. Pfoe, we wisten al wel dat het niet heel rustig zou zijn…! Het gezelschap is redelijk groot, maar vooral enorm internationaal en multicultureel: we zien twee schaars gekleede, zeer donkere stellen uit de Caraïben (waarvan alle vier de leden ehm enorm zijn), een arabisch gezin (op leeftijd, met aanhang), met een man met baard die als enige leren schoenen draagt en vrouwen met bedekkende jurken en hoofddoeken, Euopese en Amerikaanse stellen (met zwemkleding en daaroverheen shirts en shorts), Indiërs (dames compleet met stip en sari), Russen (met veel bling)… En dat blijkt de hele dag één van de bonussen van deze excursie. Iedereen praat met iedereen, in de meest onverwachte combinaties. Het is echt een feestje om te zien.

We varen vandaag op een enorme catemaran en iedereen mag zijn schoenen uit doen. Die worden in een bak gegooid: straks krijg je ze weer terug; aan boord blote voeten graag. We vinden een plekje tegenover een Nederlands stel met een 8 maanden oude tweeling. De jongens zijn echt snoepjes om te zien en we zijn zeker niet de enige die de rest van de dag een beetje ‘verliefd’ op deze schatjes zijn. Ze zijn bovendien, op het kwartiertje dat pa en ma proberen te lunchen na, enorm rustig en gezellig. Lachen naar iedereen, slapen veel. Top!

Als we wegvaren krijgen we de eerste bui over ons heen en er zullen er vandaag nog een paar volgen. We hebben onszelf voorgenomen ons er niets van aan te trekken en dat lukt aardig. We varen naar de rand van het St. Anne Marine Park, waar we overstappen in een ‘semi-sub’. Dat wil zeggen: de ‘kiel’ is verdiept en voorzien van ramen. Twee aan twee gaan we naar binnen en we varen ongeveer 25 minuten langs het koraal en de vissen. Althans, dat denken we… het zicht is verschikkelijk slecht en de moed zakt ons een beetje in de schoenen. Als dit iets zegt over het snorkelen… Het is echt vooral een beetje suf en wat teleurgesteld komen we boven. Daarna mag de andere helft van de groep, terwijl wij een rondje door de regen varen. Ook voor hen is het niet geweldig en we zijn blij als we verder varen. Op naar de snorkelplek.

We gaan voor anker aan de rand van het rif, zegt Francis, onze gids. Rechts van de boot, parallel blijven zwemmen en het komt vanzelf goed. Het is zowaar droog inmiddels, dus we pakken onze snorkels en duikbrillen. De flippers meenemen vonden we teveel gedoe, dus die lenen we. En dan gaan we het water in. Aanvankelijk zien we niet zoveel en heel even zijn we bang dat dit de grootste flop in tijden wordt, tot we nog íets verder naar rechts gaan en daar is ineens het rif en het koraal! En hoewel het zicht niet briljant is, is het snorkelen echt geweldig. Onze spullen werken mee en we mogen een dik uur snorkelen. We zijn er net iets eerder klaar mee dan de bemanning (die iedereen weer aan boord toetert), dus dat is een prima timing. Tijd voor lunch.

Die bestaat uit lekkere salades, gegrilde kip (mjammie!), vis (beetje droog) en stokbrood met knoflook. Het smaakt prima en we vinden een bankje buiten waar we de enige zijn. Francies speelt op de achtergrond op zijn gitaar en zingt erbij: de man blijkt onvermoedde talenten te hebben! Het klinkt eigenlijk best aardig en aangezien we buiten zitten en hij binnen, vinden we het prima.

Na de lunch varen we een stukje en worden we met een klein boortje naar Moyenne Island gebracht. Dit eiland was tot zijn dood in 2012 particulier bezit van Brendon Grimshaw, een Britsen krantenredacteur. Toen hij stierf liet hij het eiland na aan de staat, als onderdeel van het Marine Park, op voorwaarde dat iedereen er mocht komen en het werd onderhouden. Hij ligt begraven op het eiland, waar hij 40 jaar woonde. En jawel: het is onderdeel van het Marine Park en we worden met een bootje tot aan de rand van de zand- en koraalplat gebracht. De laatste 50 meter lopen we door het water. Op het eiland trekken we stevige schoenen aan en wandelen naar boven. Trap op, naar links, voor een half rondje om het eiland. Boven aan de trap staan we meteen stil. Schildpadden! En geen kleintjes ook. Ze worden op deze plek gevoerd, met takken met verse bladeren er aan, maar er staan geen hekken om de plek heen. Deze schildpadden kunnen komen en gaan wanneer ze willen. Ze zijn prachtig en indrukwekkend. We klikken heel wat plaatjes, van deze beesten èn de vele vogels die er op de gestrooide rijst afkomen. Kleine grijsbruine duifjes en prachtige knalrode Madagascar wevers (zoals Martijn later terugvindt op Internet). 

Daarna beginnen we aan de wandeling. Het is heet, we zijn weer eens één muggenbult te laat met anti-muggenspul opdoen en het loopt ongelijk (de schoenen meebrengen was geen overbodige luxe), maar het is ook erg mooi en leuk. We komen na een paar honderd meter opnieuw twee schildpadden tegen en deze keer kan er geen twijfel over bestaan dat ze wild zijn. We vinden ook een schitterend uitzichtspunt, het graf van de voormalig eigenaar van het eiland en drie onbekende mensen (bordje: ‘sadly unknown person’), een minikapelletje en de resten van het eerste huis op het eiland (rond 1900).

Zoals gezegd: erg leuk, maar dan zijn we er wel klaar mee. We wandelen terug naar het aankomststrandje, trekken de overbodige zooi uit en ‘rennen’ het water in. Hè, dat is lekker! Als Martijn het water uitgaat en even later terug komt met een biertje en een frisje, is ons geluk compleet. Zittend in het heerlijke warme water, prachtig uitzicht, drankje erbij… Als alles op is en we voldoende zijn afgekoeld zien we dat de buien die al de hele dag over Mahé trekken ons nu niet meer gaan overslaan. We pakken alles goed in onze tassen, doen de regenhoezen erover heen en gaan zelf voor de zekerheid in het restaurant staan. Dat is geen overbodige luxe: het begint echt enorm te hozen. 

Tijdens de plensbui wordt de eerste lading gasten opgehaald. Wij slaan even over. Bij de tweede lading spettert het alleen nog een beetje en staan we vooraan. Maar helaas: we worden aan alle kanten voorbij gerend door mensen die NU aan boord willen. We staan de laatste plaatsjes af aan het stel met de tweeling (kids in doeken geknoopt op de borst en gaan!) en wachten op bootlading drie. Die hebben we en hoewel het regent, valt het mee. De laatste bootlading krijgt de volle laag. En daar blijkt het arabische gezin op te zitten. Ze zijn echt doorweekt! Straaltjes water lopen uit de baard van pa en moeders hoofddoek drupt. En ze kunnen er enorm om lachen. 

Op de boottocht terug kletst iedereen met iedereen. Het caraïbische stel zingt, de Russen doen mee, in hun eigen taal, de arabische vrouw – volledig ingepakt – complimenteert de Nederlandse moeder – topje aan – met het meenemen van haar kinderen – worden ze stoer van. De tijd vliegt voorbij. We worden met z’n allen in twee busjes gepropt en daar gaan we. Terug naar het hotel, waar we met zooi en al onder de douche gaan. We eten moe maar tevreden een hapje bij de ‘buren’ (Le Meridien Fishermen’s Cove) en daarna rollen we ons mandje in. Buiten begint het natuurlijk weer eens te regenen, maar wij liggen lekker in de koele, droge kamer en dromen over vissen.

Beau Vallon, Mahé (dag 4)

Beau Vallon, Mahé (dag 4)

De laatste volle dag in the Beach Cottages en we zullen deze plek missen! We hopen dat we er nog eens terug mogen komen, bij voorkeur dan met iets mooier weer. De zon schijnt als we opstaan en we eten snel ontbijt. Snorkelen! Als we langs de weg begonnen zijn met de wandeling naar het strand (omzwemmen was toch wat ver) zien we een enorme regenwolk aankomen… Oh bummer, dat hoeft toch niet! We besluiten maar terug te gaan naar ons eigen baaitje: dan zwemmen we dat wel wat verder uit…

Daarbij denken we allebei dat dat misschien wel tegenvalt, maar dat we dan tenminste geen spullen te liggen doorweken op het strand. Als we in het water liggen blijkt dat de bui tegen de bergen geplakt blijft, maar beter nog: het snorkelen is echt geweldig! Verreweg het mooist tot nu toe! We zien tientallen vissoorten, met als hoogtepunten een schitterende boxfish en een bescheiden murene! Hij schiet een holletje in voor we een plaatje kunnen maken en we zien alleen zijn lijf nog een stukje, maar we zijn helemaal opgetogen. Alle andere vissen kunnen op (bijna) net zoveel enthousiasme rekenen. Het koraal is hier prachtig en het stikt er van de vis in alle sorten, maten en (vooral) kleuren. Als tussendoor de zon af en toe doorbreekt en het zicht en de kleuren daarmee verder verbetert, is het helemaal een cadeautje.

Dik en dik tevreden komen we ruim anderhalf uur later het water uit. Gerimpeld en moe, maar oh wat was dit leuk! We douchen, wassen onze haren (bij Karin komt er anders inmiddels helemaal geen borstel meer door, ondanks eerdere spoel- en contioning acties) en daarna doen we de afwas, doet Karin een handwasje en zet Martijn thee. De was (het duurt even: de wasbak is bescheiden, dus het moet in een paar keer) gaat op het het droogrek en twee kopjes thee (ieder) later zijn we er klaar voor. We hebben wat gezocht naar een lunchgelegenheid, maar toen Karin een sushi-tent met goede recenties spotte, op 5 minuten rijden afstand, was ze verkocht. Martijn zwicht: ze hebben ook andere hapjes, dus vooruit. Karin straalt.

De tent is onderdeel van een groot hotel, aan een prachtig stuk Beau Vallon strand. We zitten hoog, kijken uit over zee en genieten (al zijn we blij met ons eigen kleine, rustige appartementje en privébaaitje). En de tent zelf voldoet helemaal aan de verwachtingen: heerlijke sushi en sashimi, heerlijke alternatieve happen, uitstekende salades… en prutbediening. Het is zo slecht dat het hilarisch wordt en omdat het eten zo lekker is en we al vrij snel in ieder geval één deel van onze bestelling hebben, blijft het leuk.

Als we uiteindelijk hebben betaald (dat valt nog niet mee…) rijden we door naar de supermarkt, pardon de hypermarkt in Victoria. Ja, we hebben een net geopende nóg grotere supermarkt gevonden, dus daar gaan we hapjes halen… denken we. Niet dus: er is veel van van alles, maar niets wat ons blij maakt als het gaat om ingrediënten voor een avond hapjes. Hmm, leuk om even te zien, maar dan gaan we wel even door naar de Spar-supermarkt. Dat geeft ons meteen een goed excuus voor een ijskoffie bij Boardwalk èn het spotten van een behoorlijk forse rog in het water! Als het begint te regenen wandelen we naar de Spar. Hier zullen we toch wle slagen? 

Eh nee dus! Geen stokbrood, geen lekkere kaasjes… Ok, dan zit er niets anders op: terug naar het dorp en naar die kleine supermarkt met de superhapjes! Als we uit de parkeergarage komen rijden stopt het met zachtjes regenen. Het begint steeds harder te regenen en tegen de tijd dat we de berg op rijden hamert het water op de auto, stroomt het via de weg van de berg af, kolkt het door de goten… Zelfs met de ruintenwisser op de hardste stand zien we nauwelijks wat. Iedereen ‘kruipt’ de berg op en Karin is voor de zoveelste keer deze vakantie blij dat Martijn zo’n goeie chauffeur is. Als we stoppen in het dorpje blijkt hij ook nog een echte gentleman. Hij gaat wel even de regen en de supermarkt in. Karin geeft haar plutje mee en ziet Martijn waden door het water dat over de weg stroomt…

Hij krijgt het zowaar voor elkaar om zichzelf en de spullen redelijk droog in de auto te krijgen. Als we wegrijden lijkt het ergste achter de rug, maar Martijn gaat toch even een tweede, grote paraplu halen zodat Karin droog naar het appartement kan lopen. Gelukkig: we zijn er hoeven niet meer weg. We checken de was (drogende, maar we zetten het nu binnen, in de airco, om het sneller te laten gaan) en ploffen op het balkon, met een drankje. Maar niet te lang: we willen eigenlijk nu even het appartement aan kant brengen en onze tassen opnieuw inpakken. Dat scheelt morgen slaap! We gaan als twee wervelwinden door het appartementje en zijn uiteindelijk zo klaar.

Als we ons opmaken om de hapjes op tafel te gaan zetten, wordt er geklopt. Als Martijn de deur opendoet staat één van de vrouwlijke personeelsleden voor de deur. Hebben we zin in verse mangosalade? Waarom?! Omdat het lekker is natuurlijk! Volkomen verrast neemt Martijn de schaal aan, bedankt de vrouw uitvoerig en komt verbaasd kijkend weer op het balkon… De salade is heerlijk en precies de aanvullling op ons hapjes menu die voor vitaminen zorgt! De rest van de hapjes en drankjes smaakt ook prima. We proosten, op ons balkonnetje, op Beau Vallon. Ondanks de regen, een prima eerste stop!